Archiefdocument
Origineel
16 mei (gezien de tekstverwijzing waarschijnlijk 1935, refererend aan besluiten uit 1934). 28 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Het derde lid vermeldt op welke Israëlietische feest-
dagen de z.g. Uilenburgmarkt niet wordt gehouden. Er blyken
n.l. eenige Israëlietische feestdagen te bestaan, (het Purim-
feest en het Inwydingsfeest) waarop het arbeiden niet is
verboden; op die dagen kan de Uilenburgmarkt zonder bezwaar
worden gehouden. Het feit, dat de verordening de markt op
alle Israëlietische feestdagen verbiedt, heeft, toen het Purim-
feest op een Zondag viel, tot moeilykheden aanleiding gegeven.
In de voorgestelde opsomming van Israëlietische feestdagen is
de Groote Verzoendag niet vermeld, aangezien deze, volgens
mededeeling van het Rabbinaat hier ter stede, nimmer met een
Zondag kan samenvallen.
Art.8 der voorgestelde verordening geeft aan Burge-
meester en Wethouders de bevoegdheid om hulpmarkten van de
algemeene dagmarkt aan te wyzen voor niet alle werkdagen per
week, en hulpmarkten van de algemeene weekmarkt voor andere
dagen dan den Maandag. Dergelyke aanwyzingen zyn reeds her-
haaldelyk voorgekomen: zoo zyn byv. de Noordermarkt en de Ten
Katestraat tusschen Bellamystraat en Jan Hanzenstraat des
Zaterdags hulpmarkt van de algemeene dagmarkt. Het lykt my
gewenscht aan deze practyk in de verordening een grondslag te
geven. Het voorgestelde artikel komt hieraan tegemoet.
Art.9 lid 2 der voorgestelde verordening stemt over-
een met art.8 lid 2 der bestaande. Alleen stel ik voor, om,
naast de algemeene dag- en weekmarkten, de z.g. Uilenburg-
markt te vermelden, waar eveneens alle artikelen ter markt
worden gebracht, die in winkels ten verkoop worden aangeboden.
V. Machtiging tot verhuring van pakhuisafdeelingen
enz. op de terreinen der Centrale Markt.
Ingevolge het bepaalde sub XI in het Besluit van
den Gemeenteraad d.d. 16 Mei 1934 (No.405), goedgekeurd door
Gedeputeerde Staten van Noordholland by Besluit van 10 Juli
1934 (No.155) zyn Burgemeester en Wethouders gemachtigd om de * Religieuze nuancering: Het document toont een ambtelijke inspanning om de marktverordening aan te passen aan de praktijk van de Joodse kalender. Er wordt onderscheid gemaakt tussen feestdagen waarop gewerkt mag worden (Purim en Chanoeka/Inwijdingsfeest) en dagen waarop dat verboden is.
* Juridische verankering: De schrijver stelt voor om bestaande praktijken (zoals de zaterdagse hulpmarkten op de Noordermarkt en de Ten Katestraat) een officiële wettelijke basis te geven in de verordening.
* Specifieke status Uilenburgmarkt: Er wordt gepleit om de Uilenburgmarkt expliciet te noemen in de regels die ook voor algemene markten gelden, met name wat betreft het assortiment (artikelen die ook in winkels worden verkocht).
* Administratieve continuïteit: Het laatste deel van de tekst verwijst naar eerdere besluiten uit 1934 betreffende de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center terrein), wat duidt op een breder proces van herstructurering van de Amsterdamse markthandel in die periode. Dit document stamt uit het midden van de jaren '30 en weerspiegelt de complexe sociaal-economische structuur van Amsterdam in die tijd. De Uilenburgmarkt was het hart van de handel in de Joodse buurt (Uilenburg). De discussie over zondagsluiting versus Joodse feestdagen was een terugkerend thema in de Amsterdamse politiek, waarbij de gemeente probeerde een balans te vinden tussen algemene verordeningen en de religieuze behoeften van een aanzienlijk deel van de marktkooplieden en bewoners. De vermelding van het contact met het Rabbinaat onderstreept de formele overlegstructuren tussen het stadsbestuur en de Joodse gemeenschap vlak voor de Tweede Wereldoorlog.