Archiefdocument
Origineel
dat ik vermoed, dat de Gemeenteraad ongaarne voor zeer lange
periodes machtiging verleent, dan zou ik hebben verzocht het
nieuw te nemen Besluit voor tien jaren te doen gelden.
By de opsomming der verschillende objecten is ver-
vallen de vermelding van "pakhuis- en kantoorruimte in de
gebouwtjes voor den zuivel- en eierhandel"; deze gebouwtjes,
welker stichting in 1934 werd overwogen, zyn nimmer tot stand
gekomen.
Daarentegen stel ik voor, by de pakhuizen in het
Westelyke havencomplex in plaats van drie, waarvan in de
bestaande verordening sprake is, vyf te vermelden (n.l. L, M,
N, O en P); dit hangt samen met het voorstel tot aanbouw van
twee pakhuizen voor den aardappelhandel vervat in myn rapport
d.d. 25 Februari jl. (no.62/6/1 M).
By de onder d genoemde veilinginrichtingen is
rekening gehouden met de omstandigheid, dat in 1935 voor de
veilingen een sorteer- en een emballageloods op de Centrale
Markt zyn gebouwd. Deze worden thans door de veilings-exploi-
tante gebruikt. Het met haar gesloten contract geeft haar
bovendien de kantoren, die by de veilingen behooren in huur;
ook hiermede is in het onderhavige voorstel rekening gehouden.
VI. Bestemming van opstallen der Centrale Markt.
Tenslotte stel ik voor, onder intrekking van het
dienaangaande bepaalde sub XII in bovenaangehaald Raadsbesluit
d.d. 16 Mei 1934 (No.405), de bestemming der verschillende
op de Centrale Markt gelegen pakhuisruimten, enz. te herzien.
Het thans bestaande voorschrift verbiedt opslag en berging
van aardappelen in de pakhuizen in het Oostelyke havencomplex
en de hal en laat geen opslag en berging van andere producten
dan aardappelen toe in het Westelyke havencomplex. Reeds by
het in werking treden der Verordening bleek deze bepaling
te stroef; by het Reglement op de Centrale Markt werd er ter-
stond van afgeweken, daar art.19 lid 2 van dit Reglement den
opslag van colli aardappelen (als monster) in de pakhuizen in
het Oostelyke havencomplex en de hal toeliet. * Bestuurlijke context: Het document is een ambtelijk voorstel aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om bestaande verordeningen en raadsbesluiten (met name die van 16 mei 1934) aan te passen aan de praktijk.
* Inhoudelijke punten:
* Er wordt erkend dat geplande gebouwen voor zuivel en eieren uit 1934 nooit zijn gerealiseerd.
* Er is behoefte aan uitbreiding van de pakhuiscapaciteit voor de aardappelhandel in het Westelijk havencomplex (van drie naar vijf pakhuizen).
* De regels omtrent wat waar opgeslagen mag worden (aardappelen vs. andere producten) bleken in de praktijk te rigide. De schrijver stelt voor om de formele verordening in lijn te brengen met de feitelijke situatie, waarbij beperkte opslag van aardappelen (monsters) ook in het Oostelijk complex wordt toegestaan.
* Stijl: Formeel-ambtelijk taalgebruik met de kenmerkende 'y' voor 'ij' (zoals in 'Westelyke' en 'zyn'). Dit document biedt inzicht in de logistieke ontwikkeling van de Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) tijdens het interbellum. De Centrale Markt was essentieel voor de voedselvoorziening van de groeiende stad. Het document illustreert de dynamiek tussen stedelijke planning (de plannen uit 1934) en de weerbarstige economische realiteit (gebouwen die niet van de grond kwamen, behoefte aan meer ruimte voor de aardappelhandel). De vermelding van het 'Oostelyke' en 'Westelyke' havencomplex verwijst naar de specifieke infrastructuur van de markt, die destijds sterk afhankelijk was van aanvoer over water. De genoemde datum 16 mei (gezien de context van 1934/1935 waarschijnlijk 1936 of 1937) plaatst dit stuk in een periode van economisch herstel en infrastructurele fijnregeling.