Doorslag van een ambtelijke brief/nota.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/nota. 16 mei (jaar 1936, gebaseerd op de tekstverwijzing naar "17 April jl. no.198 L.M.1936"). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de Gemeentelijke Marktwezen). 31 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Omgekeerd handelden verscheidene grossiers in aard-
appelen ook in stapelgroente, zooals uien, rapen en wortelen;
er is m.i. geen enkele reden om dezen grossiers te verbieden
die groente op te slaan in de door hen in het Westelyke
havencomplex gehuurde pakhuisafdeelingen. In dit verband merk
ik nog op, dat de beslissing van Burgemeester en Wethouders
d.d. 17 April jl. no.198 L.M.1936 krachtens hetwelk het
strenge verbod van aardappelverkoop buiten het Westelyke
havencomplex op de Centrale Markt voorloopig is opgeschort,
onmiskenbaar bydraagt tot een vryere ontwikkeling van den
aardappelhandel op de markt. Zonder op de toekomst te willen
vooruitloopen, moet toch met de mogelykheid rekening worden
gehouden, dat in de toekomst behoefte kan ontstaan aan een
volledig vryen verkoop van de ter markt te verhandelen goe-
deren. Een dergelyke mogelykheid moet m.i. niet by voorbaat
door de verordening worden belet. Myn voorstel komt hieraan
tegemoet: het is welhaast onnoodig daaraan toe te voegen, dat,
door den handel in bepaalde producten in principe niet aan
bepaalde pakhuizen te binden, nog niet is vooruitgeloopen op
de vraag of de handel al dan niet volkomen vry moet worden
gelaten. De beantwoording dezer vraag kan, by aanvaarding van
myn voorstel, onafhankelyk van de verordening aan het beleid
van Burgemeester en Wethouders worden overgelaten, terwyl de
bestaande verordening diensaangaande by voorbaat tot bepaalde
stellingen dwingt.
De Directeur, Deze brief betreft een beleidsadvies over de regulering van de groothandel in aardappelen en "stapelgroente" (uien, rapen, wortelen) in Amsterdam. De kern van het betoog is een pleidooi voor meer flexibiliteit in de opslag en verkoop van deze producten.
De directeur beargumenteert dat handelaren die al ruimte huren in het "Westelyke havencomplex" (onderdeel van de Centrale Markthallen) niet beperkt moeten worden in het opslaan van andere groenten dan aardappelen. Hij verwijst naar een besluit van april 1936 dat een strikt verbod op aardappelverkoop buiten dit complex opschortte, wat volgens hem de markt ten goede komt. De schrijver adviseert om niet alles vast te leggen in rigide verordeningen, maar ruimte te laten voor een mogelijke toekomstige overgang naar volledige vrije verkoop. Door het voorstel te aanvaarden, behouden Burgemeester en Wethouders de beleidsvrijheid zonder door verouderde regels gedwongen te worden tot bepaalde standpunten. De brief dateert uit 1936, een periode waarin de Amsterdamse Centrale Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) hun plek in de stedelijke distributie nog aan het consolideren waren. De gemeente streefde naar centralisatie van de voedselhandel voor betere controle op hygiëne en belastingen, maar dit botste regelmatig met de wens van handelaren naar meer economische vrijheid.
Taalkundig valt het gebruik van de "y" op (bijv. "vryere", "mogelykheid", "terwyl"), wat typerend is voor de ambtelijke spelling van voor de definitieve invoering van de spelling-Marchant in 1947. De term "Westelyke havencomplex" verwijst naar de specifieke infrastructuur voor grootschalige aanvoer en opslag via het water bij de markthallen. Marktwezen