Handgeschreven ambtelijke of boekhoudkundige notitie (klad).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of boekhoudkundige notitie (klad). [Rechtsboven:] (3
blijven bij in-
voering van het maximum
maandtarief. Wel is waar
nu is het tarief per maand
f 1.- iets minder dan
[doorgestreept: f 13 x 0,25] het
weektarief nl. 12 x 1.-
maandtarief [doorgestreept: x] 52 x 0,25
het weektarief ; verschil:
1.- per jaar per
persoon, dus gem. bij
schatting in 400 weekbetalers
f 400.- nadeelig verschil
doch hiertegenover staat,
[doorgestreept: dat zooals hierboven reeds]
vermeld, dat niet alle De auteur van dit document weegt de financiële gevolgen af van het invoeren van een "maximum maandtarief". De kern van de berekening draait om het verschil tussen een maandelijkse betaling en een wekelijkse betaling:
* Maandtarief: 12 maanden x f 1,00 = f 12,00 per jaar.
* Weektarief: 52 weken x f 0,25 = f 13,00 per jaar.
* Het resultaat: Er is een verschil van f 1,00 per persoon per jaar.
De schrijver berekent dat dit bij een populatie van naar schatting 400 "weekbetalers" leidt tot een "nadeelig verschil" (inkomstenderving) van f 400,00 indien men overstapt op de maandelijkse systematiek. De tekst breekt af bij een nuancering ("doch hiertegenover staat..."), wat suggereert dat er ook voordelen of compenserende factoren zijn die in de rest van het betoog aan bod komen. Dergelijke berekeningen zijn typerend voor de administratie van een ziekenfonds, een vakbond, een verzekeringsmaatschappij of een nutsbedrijf uit de tijd dat premies of contributies nog vaak wekelijks aan de deur werden opgehaald door een collecteur. "Weekbetalers" waren doorgaans arbeidersgezinnen die wekelijks kleine bedragen voldeden. De overgang naar maandtarieven was vaak een stap richting administratieve vereenvoudiging, maar bracht zoals hier te zien is rekenkundige complicaties met zich mee vanwege het verschil tussen 12 maanden en 52 weken.
Samenvatting
De auteur van dit document weegt de financiële gevolgen af van het invoeren van een "maximum maandtarief". De kern van de berekening draait om het verschil tussen een maandelijkse betaling en een wekelijkse betaling:
* Maandtarief: 12 maanden x f 1,00 = f 12,00 per jaar.
* Weektarief: 52 weken x f 0,25 = f 13,00 per jaar.
* Het resultaat: Er is een verschil van f 1,00 per persoon per jaar.
De schrijver berekent dat dit bij een populatie van naar schatting 400 "weekbetalers" leidt tot een "nadeelig verschil" (inkomstenderving) van f 400,00 indien men overstapt op de maandelijkse systematiek. De tekst breekt af bij een nuancering ("doch hiertegenover staat..."), wat suggereert dat er ook voordelen of compenserende factoren zijn die in de rest van het betoog aan bod komen.
Historische Context
Dergelijke berekeningen zijn typerend voor de administratie van een ziekenfonds, een vakbond, een verzekeringsmaatschappij of een nutsbedrijf uit de tijd dat premies of contributies nog vaak wekelijks aan de deur werden opgehaald door een collecteur. "Weekbetalers" waren doorgaans arbeidersgezinnen die wekelijks kleine bedragen voldeden. De overgang naar maandtarieven was vaak een stap richting administratieve vereenvoudiging, maar bracht zoals hier te zien is rekenkundige complicaties met zich mee vanwege het verschil tussen 12 maanden en 52 weken.