Ambtelijke brief (doorslag/archiefexemplaar).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/archiefexemplaar). 4 maart 1943. De Directeur (dienst onbekend, waarschijnlijk Marktkwezen of Financiën). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. Amuller [handgeschreven]
Verzonden 4/3 [handgeschreven]
vD/SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
17/1/4 M.
4 Maart 1943.
Wijziging Verordening op de
heffing van markt-, standplaats- en
ventgelden.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
25 Februari jl. om advies ontvangen stuk No. 121 L.M.
1943 heb ik de eer U, onder verwijzing naar mijn brief
van 16 Februari jl. No. 17/1/3 M, te berichten, dat er
mijnerzijds, nadat hedenmorgen tusschen mijn dienst en
Uw afdeeling omtrent eenige kleine correcties van art.
34 der Verordening op de Heffing , onder andere betref-
fende lichtergeld op de Boom- en Bloemmarkt en het
kramengeld, overleg is gepleegd, overigens geen aan-
leiding tot het maken van opmerkingen over het onder-
havige concept bestaat.
De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een formeel akkoord op een conceptwijziging van de lokale verordening voor marktgelden. De directeur meldt dat er na overleg tussen de diensten slechts enkele kleine tekstuele of technische correcties zijn aangebracht in artikel 34.
* Kernpunten:
* Er is specifiek gekeken naar 'lichtergeld' (gelden voor het lossen van goederen uit schepen) bij de Boom- en Bloemmarkt.
* Er is overleg geweest over 'kramengeld' (huur/staangeld voor marktkramen).
* De brief is een reactie op een 'kantbrief' (een korte ambtelijke nota of kanttekening op een dossier).
* Stijl: Het taalgebruik is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd: uiterst formeel, hoffelijk ("heb ik de eer U") en gebruikmakend van archaïsche termen zoals "jl." (jongstleden) en "onderhavige". * Tijdsbeeld: Het document stamt uit maart 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog in volle gang was, bleef het lokale ambtelijke apparaat functioneren en hield men zich bezig met de minutieuze regelgeving rondom belastingen en marktwezen.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze functie was tijdens de oorlogsjaren van cruciaal belang vanwege de voedselschaarste, de distributie van goederen en het toezicht op markten, wat de centrale rol van deze wethouder in de correspondentie verklaart.
* Locatie: De verwijzing naar de "Boom- en Bloemmarkt" duidt zeer waarschijnlijk op Amsterdam (de bloemenmarkt aan het Singel waar bomen en planten werden aangevoerd per schip/lichter).
* Bestuurlijke continuïteit: Dit document illustreert hoe de bureaucratische processen (het wijzigen van verordeningen, inter-bestuurlijk advies) vrijwel onveranderd doorliepen tijdens de bezettingsjaren.