Ambtelijk schrijven / Interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Interne correspondentie. 3 maart 1943. [Linksboven:]
Wijziging Verord.
of heffing van
marktgelden
enz.
[Midden:]
W.P.M.
[Rechtsboven:]
A’dam, 3/3 1943
17/1/1 [in rood]
3 bijl [in rood]
[Inhoud:]
Onder terugzending van
het met Uw kantbrief dd. 25
Febr. jl. om advies ontvangen stuk
No 121 L.M. 1943 heb ik de eer U,
onder verwijzing naar mijn
brief van 16 Febr. jl. No 17/1/3 M., te
berichten, dat er mijnerzijds,
nadat hedenmorgen [doorgehaald: met de dienst en de Belastinginspecteur hoofdinspecteur van gemeentebelastingen] tusschen mijn
dienst en [doorgehaald: de ambtenaren van] Uw Afdeeling omtrent eenige kleine
correcties van art. 24 der Verordening
op de Heffing, o.a. betr. het lichtinggeld
op de Bomen- en Bloemenmarkt en
het kramengeld, overleg is gepleegd,
overigens geen aanleiding tot het maken
van opmerkingen over het onder-
havige concept bestaat.
[Rechtsonder:]
D.A.
u Dit document is een ambtelijke reactie betreffende een voorgestelde wijziging in de gemeentelijke verordening voor marktgelden in Amsterdam. De afzender (geparafeerd met 'D.A.') rapporteert aan een andere afdeling (mogelijk de afdeling Financiën of Algemene Zaken, aangeduid als 'W.P.M.') dat er overleg heeft plaatsgevonden over specifieke technische correcties in Artikel 24 van de verordening.
De kernpunten zijn:
1. Lichtinggeld: Er is specifiek gekeken naar de tarieven of regels voor de Bomen- en Bloemenmarkt.
2. Kramengeld: Algemene aanpassingen voor het staangeld van marktkramen.
3. Resultaat: Na overleg tussen de betreffende diensten (waaronder de Belastinginspectie, zoals blijkt uit de doorhalingen) is er akkoord gegeven op het concept zonder verdere inhoudelijke opmerkingen.
De doorhalingen suggereren een redactionele precisering tijdens het schrijven over welke instanties precies betrokken waren bij het overleg van die ochtend. Het document dateert van maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud strikt administratief en technisch van aard is, laat het zien dat het gemeentelijk apparaat van Amsterdam onder het nationaalsocialistische bewind (toen onder leiding van regeringscommissaris Edward Voute) bleef functioneren wat betreft lokale belastingen en marktordening.
Marktgelden waren een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente en essentieel voor de regulering van de schaarse handel in die periode. De "Bomen- en Bloemenmarkt" (waarschijnlijk de markt aan het Singel of de Amstel) was een historisch onderdeel van het Amsterdamse handelsleven dat zelfs in oorlogstijd strikt gereguleerd bleef. De zorgvuldige verwijzing naar briefnummers en artikelen getuigt van de voortzetting van de Nederlandse bureaucratische traditie, zelfs onder abnormale politieke omstandigheden.