Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 28 mei 1943. No. 17/1/10 M. 1943 $17/6$ [stempel en handgeschreven toevoeging]
Markth. [handgeschreven in potlood]
No. 121 L.M. 1943.
Vaststelling datum van ingang van het besluit in zake de wijziging van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats-, en ventgelden.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Vrijdag 28 Mei 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien de rapporten van den Directeur van het Marktwezen d.d. 14 Januari en 18 Maart 1943, No. 17/1/1 M en 17/1/6 M;
Gelet op zijn besluit van 12 Maart 1943 No. 92 in zake het aanbrengen van wijzigingen in de Verordening op de heffing van markt-, standplaats-, en ventgelden, welk besluit is goedgekeurd door den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 6 Mei 1943 B.B. No. 1;
B e s l u i t :
de wijzigingen in de Verordening op de heffing van markt-, standplaats-, en ventgelden, vastgesteld bij zijn besluit van 12 Maart 1943, te doen ingaan op 1 Juni 1943.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
$H/1$ [handgeschreven paraaf/kenmerk]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. P. FRANKEN [stempel in blauw/paars] Dit document is een officieel administratief besluit van de gemeente Amsterdam uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. Het doel van het besluit is louter procedureel: het vaststellen van de exacte datum (1 juni 1943) waarop een eerder genomen besluit (van 12 maart 1943) betreffende de verhoging of wijziging van markt- en ventgelden officieel van kracht wordt.
Opvallend is de brede portefeuille van de voordragende wethouder (Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen), wat de focus van het stadsbestuur op essentiële basisvoorzieningen in oorlogstijd onderstreept. Het document vermeldt tevens de noodzakelijke goedkeuring door de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken, wat duidt op de gecentraliseerde controle vanuit de landelijke (door de bezetter aangestuurde) overheid. In mei 1943 stond Nederland volledig onder Duits gezag. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, een collaborateur die loyaal was aan de bezetter. Het dagelijks leven in de stad werd getekend door schaarste, rantsoenering en strikte regulering.
De markt- en ventgelden waren een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente, maar ook een instrument om de handel op straat te beheersen. In een periode waarin de zwarte handel bloeide en voedselvoorziening een kritieke kwestie was, was het stroomlijnen van dergelijke verordeningen voor de bezettende macht en het collaborerende stadsbestuur van groot belang om de grip op de economie en de openbare orde te behouden. J.P. Franken, die de ondertekening bekrachtigt, diende als gemeentesecretaris gedurende de gehele oorlogsperiode.