Archief 745
Inventaris 745-400
Pagina 460
Dossier 15
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

Vermoedelijk begin 1943 (gebaseerd op de referentie naar het besluit van 6 januari 1943).

Origineel

Vermoedelijk begin 1943 (gebaseerd op de referentie naar het besluit van 6 januari 1943). [Pagina 130]

130

te verkrijgen in de wijze van heffing van het standplaatsgeld. Deze zal bereikt kunnen worden door het invoeren van een tarief per kalendermaand voor standplaatsen, die meer dan drie dagen per week bezet kunnen worden. Ter verwezenlijking van een en ander is wijziging van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden noodig.
Door wijziging van de heffing van het entréegeld voor de Centrale Markt, eveneens geregeld in voornoemde verordening en wel in art. 15, is een vereenvoudiging ten aanzien van de inning dier gelden te verkrijgen. Terwijl genoemd artikel thans bepaalt, dat personeel van koopers, verkoopers en expediteurs per kalenderweek, is het in het belang van vorenbedoelde vereenvoudiging, dat voor de laatste categorie het weektarief vervalt en het tarief per kalendermaand en per kalenderjaar blijft gehandhaafd. Het weektarief zal in bijzondere gevallen echter moeten worden toegepast ten aanzien van koopers, verkoopers of expediteurs, die niet meer dan tweemaal een week per maand toegang tot de Centrale Markt verlangen.
Op grond van het vorenstaande is het volgende besluit genomen :

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152 ; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 517),

Besluit :

in de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 Mei 1934 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 28 Augustus 1934, No. 161 (Gemeenteblad 1934, afd. 3, volgn. 143), laatstelijk gewijzigd bij besluit van den Burgemeester van 13 November 1942, goedgekeurd bij besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 6 Januari 1943, B.Z., No. 4 B.B. (Gemeenteblad 1943, afd. 3, volgn. 13), de volgende wijzigingen aan te brengen :

1º art. 16 te lezen als volgt :
„De in art. 2 bedoelde belasting bedraagt voor de markten of marktgedeelte, waar de kramen niet electrisch verlicht kunnen worden, per plaats :
a per dag ....................................................................................... $f$ 0,15
b per kalendermaand ....................................................................... ,, 2,60
c per kalenderhalfjaar ..................................................................... ,, 12.— .
De in art. 28 bedoelde belasting voor standplaatsen buiten de markten bedraagt, behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel, per strekkenden meter :
a per dag ....................................................................................... $f$ 0,05
b per kalendermaand ....................................................................... ,, 0,90
c per kalenderhalfjaar ..................................................................... ,, 4.— ,
met dien verstande, dat standplaatshouders, die meer dan 3 dagen per week van hun standplaats gebruik kunnen maken, het maandtarief moeten betalen.
Indien de vorenbedoelde standplaatsen worden verleend voor kerstboomen, hulst en/of andere siertakken, bedraagt de daarvoor verschuldigde belasting per strekkenden meter per kalendermaand ............................................... $f$ 0,90.”;

[Pagina 131]

131 Gemeenteblad afd. 1 A

2º art. 17 te lezen als volgt :
„De in art. 2 bedoelde belasting bedraagt voor de markten of marktgedeelten, waar de kramen electrisch verlicht kunnen worden, per plaats :
a per dag, met uitzondering van den Zaterdag ................................... $f$ 0,25
b per Zaterdag ................................................................................ ,, 0,50
c per kalendermaand ....................................................................... ,, 4,55
d per kalenderhalfjaar ..................................................................... ,, 23,70 .
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bedraagt de in art. 2 bedoelde belasting voor de markt in de Albert Cuypstraat tusschen de Ferdinand Bolstraat en de Eerste Sweelinckstraat en voor de markt in de Ten Katestraat tusschen de Bellamystraat en de Jacob van Lennepkade :
a per dag, met uitzondering van den Zaterdag ................................... $f$ 0,35
b per Zaterdag ................................................................................ ,, 0,75
c per kalendermaand ....................................................................... ,, 5,85
d per kalenderhalfjaar ..................................................................... ,, 31,50.”;

3º art. 34 te lezen als volgt :
„Het voldoen der gelden voor de algemeene dag- en weekmarkten, der gelden, bedoeld in art. 19 betreffende de boom- en bloemmarkt, en voor de standplaatsen, bedoeld in art. 28, die meer dan drie dagen per week bezet mogen worden, moet bij vooruitbetaling geschieden, in ieder geval op of vóór den achtsten dag van een kalendermaand.
De betaling van het krachtens art. 30 verschuldigde standplaatsgeld moet geschieden op den dag, volgende op dien, waarop het werd verschuldigd.
Indien de in het eerste lid bedoelde achtste dag of de in het tweede lid van dit artikel bedoelde betaaldag samenvalt met een Zondag of met een algemeen erkenden Christelijken feestdag, moet de betaling, zoo deze nog niet heeft plaats gehad, op den eerstvolgenden werkdag geschieden.
Het voldoen der gelden voor standplaatsen, bedoeld in art. 28, die minder dan vier dagen per week mogen worden bezet, moet bij vooruitbetaling geschieden op den eersten werkdag der kalendermaand, waarop zij hun plaats mogen bezetten.
De gelden, verschuldigd krachtens de artt. 1, 3, 4b en 29, moeten worden voldaan op den eersten werkdag in Januari, indien de plaats wordt toegekend, onderscheidenlijk de toegang verleend, voor den tijd van één jaar ; op den eersten werkdag in Januari en Juli, indien de plaats wordt toegekend voor een half jaar ; op den eersten werkdag van de maand, indien de plaats wordt toegekend, onderscheidenlijk de toegang verleend, voor den tijd van één maand ; op den eersten werkdag van iedere week, indien de plaats wordt toegekend, onderscheidenlijk de toegang verleend, voor den tijd van één week.
De Burgemeester (ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders) is bevoegd, in gevallen, te zijner beoordeeling, toe te staan, dat de gelden, verschuldigd voor een plaats, die voor een jaar is toegekend, in dat jaar in vier of in twaalf gelijke termijnen worden voldaan.
De in het vijfde lid van dit artikel bedoelde gelden moeten voor de eerste maal worden voldaan bij het toekennen van een plaats, onderscheidenlijk bij het verleenen van toegang.
De gelden, verschuldigd krachtens art. 5, onder a, moeten worden voldaan alvorens tot verkoop mag worden overgegaan ; de gelden, verschuldigd krachtens art. 5, * Documenttype: Een officieel gemeentelijk besluit, gepubliceerd in het Gemeenteblad van Amsterdam.
* Inhoud: Het document bevat technische en juridische aanpassingen aan de marktverordening van 1934. De focus ligt op de tarieven voor standplaatsen (met en zonder elektrische verlichting), de Centrale Markt en specifieke populaire markten zoals de Albert Cuyp en de Ten Kate. Tevens worden de betalingstermijnen en procedures voor het innen van deze gelden strikt vastgelegd.
* Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands met archaïsche spelling ("koopers", "noodig", "eerstvolgenden"). Er is een sterke nadruk op administratieve efficiëntie ("vereenvoudiging ten aanzien van de inning").
* Opvallende details:
* Er wordt onderscheid gemaakt tussen markten met en zonder elektrische verlichting, waarbij de verlichte kramen duurder zijn.
* Specifieke tarieven voor de verkoop van "kerstboomen en hulst".
* De markten in de Albert Cuypstraat en Ten Katestraat hebben een afwijkend (hoger) tarief dan andere markten. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dit is direct zichtbaar in de aanhef op pagina 130, waar verwezen wordt naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied". Arthur Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris, had de bevoegdheden van de democratische organen ingeperkt.

De tekst vermeldt: "De Burgemeester (ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders)". Dit wijst op de invoering van het zogenaamde 'leidersbeginsel' (Führerprinzip), waarbij de burgemeester besluiten nam zonder ruggenspraak met een gekozen gemeenteraad of wethouders.

Ondanks de oorlogssituatie en de bezetting ging het dagelijks leven en de bureaucratie in Amsterdam door. De behoefte aan marktregulering bleef bestaan, deels voor de voedselvoorziening en deels als inkomstenbron voor de gemeente. Het document toont de voortzetting van de gemeentelijke administratie onder nationaalsocialistisch toezicht.

Samenvatting

  • Documenttype: Een officieel gemeentelijk besluit, gepubliceerd in het Gemeenteblad van Amsterdam.
  • Inhoud: Het document bevat technische en juridische aanpassingen aan de marktverordening van 1934. De focus ligt op de tarieven voor standplaatsen (met en zonder elektrische verlichting), de Centrale Markt en specifieke populaire markten zoals de Albert Cuyp en de Ten Kate. Tevens worden de betalingstermijnen en procedures voor het innen van deze gelden strikt vastgelegd.
  • Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands met archaïsche spelling ("koopers", "noodig", "eerstvolgenden"). Er is een sterke nadruk op administratieve efficiëntie ("vereenvoudiging ten aanzien van de inning").
  • Opvallende details:
    • Er wordt onderscheid gemaakt tussen markten met en zonder elektrische verlichting, waarbij de verlichte kramen duurder zijn.
    • Specifieke tarieven voor de verkoop van "kerstboomen en hulst".
    • De markten in de Albert Cuypstraat en Ten Katestraat hebben een afwijkend (hoger) tarief dan andere markten.

Historische Context

Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dit is direct zichtbaar in de aanhef op pagina 130, waar verwezen wordt naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied". Arthur Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris, had de bevoegdheden van de democratische organen ingeperkt.

De tekst vermeldt: "De Burgemeester (ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders)". Dit wijst op de invoering van het zogenaamde 'leidersbeginsel' (Führerprinzip), waarbij de burgemeester besluiten nam zonder ruggenspraak met een gekozen gemeenteraad of wethouders.

Ondanks de oorlogssituatie en de bezetting ging het dagelijks leven en de bureaucratie in Amsterdam door. De behoefte aan marktregulering bleef bestaan, deels voor de voedselvoorziening en deels als inkomstenbron voor de gemeente. Het document toont de voortzetting van de gemeentelijke administratie onder nationaalsocialistisch toezicht.

Kooplieden in dit dossier 100

M. Aronson Uilenburg E2/234 C.M.
L. Barmhartigheid Uilenburg 1/206 gedetineerd. niet bij S.Z.
J. Beekman Uilenburg 1/242 onbekend. "
M. Bergman Uilenburg 2/80
J. Premsela Uilenburg 2/104 beweert dat verg. bij m.w. is. "
G. Blog Uilenburg 2/200 "
L. de Maghtige Uilenburg 26/238 S.Z.
B. Boeken Uilenburg 3/18 C.M.
H. Boeken Uilenburg 3/19
A. Canes Uilenburg 5/15 C.M.
D. Cohen Uilenburg 5/61 C.M.
S. Cohen Uilenburg E2/127 C.M.
J. Crost Uilenburg 5/126 C.M.
W. Dagloonder Uilenburg 1/280 S.Z. C.M.
W. Dreese Uilenburg 20/271 B.S. "
A. Duits Uilenburg 6/107
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Rapenb. str: 46 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Nieuwmarkt Nw Batavierstr. 13 I
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Hofmeijerstr: 9 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Ruijschstraat 65 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Camperstr. 42 II
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Blasiusstr. 117 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Vrolikstraat 130 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Dan: Theronstr: 26 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Retiefstraat 66 II
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Tilanusstr: 83 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Ferd: Bolstr: 48.
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Retiefstraat 99 II
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3