Getypt verslag of rapport (pagina 2).
Origineel
Getypt verslag of rapport (pagina 2). -2-
Door de boekhouding wordt een inning-staat bijge-
houden, die dagelijks naar de Centrale Markt wordt gezon-
den. Deze staat vermeldt in volgorde van de plaatsnumme-
ring de bedragen, die in den loop van een maand van jaar-
plaatshouders moeten worden geïnd en de eventueele schuld
van vorige maanden. Aan de hand van dezen inning-staat
schrijft de contrôleur , belast met de inning ter plaatse,
een kwitantie uit en biedt deze ter betaling aan. Bij
de afdracht der ontvangen gelden geeft hij tevens de
inning-staat terug, waarop dan door de boekhouding de
betalingen aan de hand van den doorslag van de kwitanties
wordt genoteerd.
Geen der grossiers betaalt het plaatsgeld, groot
ƒ 500,- of ƒ 300,- per jaar in eens.
Aan het verzoek om het plaatsgeld per maand of per
week te mogen betalen wordt voldaan.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal plaats-
houders, gegroepeerd naar betalingswijze:
Aantal grossiers
Girobetalingen - geen
in een termijn - 11 }
in twee termijnen - 2 } door inning ter plaatse
in vier termijnen - 12 }
totaal: 25
Het inningsapparaat is reeds belangrijk ingekrompen,
doordat de tuinders sedert Mei 1941 niet meer zelfstan-
dig een plaats op de markt bezetten, doch aan de veiling
moeten aanvoeren. Hierdoor is de inning van ± 300 tuin-
ders vervallen. Thans is nog 1 contrôleur gedurende zijn
vollen dagtaak met de inning der huren en plaatsgelden
belast.
Hoewel hierover vroeger, vanaf de opening der markt,
meermalen dezerzijds is gesproken, is in de wijze der bo-
venomschreven inning nimmer verandering gebracht en wel
voornamelijk door het argument, dat de markt voor den oor-
log de s morgens om 9 uur was geëindigd en de grossiers
vóór dat uur reeds van de markt waren verdwenen en naar
de veilingen waren, om hun inkoopen te doen. De wensch
van de boekhouding om de betalingen op het Hoofdkantoor
te doen plaatsvinden, kon daardoor niet in vervulling
gaan, omdat op het moment, dat de groothandel van de
markt vertrok, het Hoofdkantoor nog niet was geopend. * Administratief proces: De tekst beschrijft een zeer handmatig en arbeidsintensief proces van inning. Er wordt gewerkt met een "inning-staat" en fysieke kwitanties die ter plaatse worden uitgeschreven en afgerekend.
* Sociaal-economisch: Het document toont de overgang van tuinders die direct hun waar verkochten op de markt naar een systeem waarbij zij gedwongen werden via de veiling te leveren. Dit leidde tot een enorme inkrimping van de administratieve last (van 300 tuinders naar slechts 25 grossiers).
* Stijl: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk. De spelling is deels vooroorlogs (bijv. "dezen", "eventueele", "inkoopen"), wat gebruikelijk was in de administratie van die tijd.
* Logistiek: Er wordt een interessant logistiek probleem geschetst: omdat grossiers al weg zijn voordat het hoofdkantoor opent, moet de inning fysiek op de marktplaats zelf gebeuren door een controleur. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van "Mei 1941" als kantelpunt is cruciaal; in deze periode werden de distributie en verkoop van landbouwproducten strakker gereguleerd door de bezetter (onder andere via de oprichting van de Nederlandsche Landstand). De Centrale Markthallen (geopend in 1934 in Amsterdam-West) vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening. De afname van het aantal zelfstandige tuinders op de markt wijst op de centralisatie van de voedselketen die gedurende de oorlogsjaren werd doorgevoerd om de controle op de voorraden te vergroten.