Pagina uit een ambtelijk rapport of intern memorandum (pagina 5).
Origineel
Pagina uit een ambtelijk rapport of intern memorandum (pagina 5). -5-
[Marginale notitie linksboven, gemarkeerd met accolades:]
Noot Boekhouder.
Dit gevaar is er zeker, zelfs ten aanzien van de plaatsbezetting voor een kalenderjaar. De inning ter plaatse houdt tevens contrôle op de plaatsbezetting in. Zeer zeker na het afschaffen van de presentiestaten. Tot betaling van plaatsgeld op het hoofdkantoor voor vrije plaatsen moet niet worden overgegaan. Geeft meer last dan besparing. Inplaats daarvan een presentiestaat. Een grossier, die een plaats per maand wil bezetten kan niet eerst n/h Hoofdkantoor worden gezonden om te betalen. Het beste zou zijn, dat de verklaring op het hoofdkantoor zou worden geteekend en dat het kaartenbureau geen entrée-kaart verkoopt voordat de grossier een kwitantie van het betaalde plaatsgeld kan toonen.
[Hoofdtekst:]
geschieden, opdat in de practijk wordt voorkomen, dat iemand een plaats bezet, zonder dat hiervoor betaald wordt, welk gevaar aanwezig is, wanneer uitsluitend op het Hoofdkantoor moet worden betaald. De laatste ondergetekende deelt deze meening niet; hij is van oordeel, dat geen enkele grossier zonder voorkennis van de bedrijfsleiding een vrije plaats mag innemen; de bedrijfsleiding wijst zoo'n maandplaats slechts dan aan, wanneer de grossier de kwitantie van den kassier van het Hoofdkantoor kan overleggen, ten bewijze dat hij bereids het marktgeld heeft betaald. Hiertoe is slechts eenig contact tusschen boekhouding en bedrijfsleiding noodig. Bovendien kan maandelijks ter contrôle een presentiestaat, bijgehouden per dag, van de ten slotte slechts weinig in aantal zijnde vrije maandplaatsen door de bedrijfsleiding bij de boekhouding worden ingeleverd.
Voorts moet erop worden gewezen, dat een aantal grossiers der Centrale Markt een leegstaand pakhuis is verhuurd voor den opslag van goederen (contract per week à ƒ 10,-). Momenteel zijn ± 18 van dergelijke pakhuizen in gebruik gegeven. De huurprijs van deze pakhuizen, die alle zijn verhuurd aan grossiers, die ook een jaarverbintenis voor een gewoon pakhuis hebben aangegaan, moet per week worden betaald. De inning geschiedt eveneens door het contrôleerend personeel. Wij zijn van meening, dat ook deze betalingen op het Hoofdkantoor moeten geschieden.
In afwijking van het bepaalde voor de maandbetalingen, moet hier de verplichting worden gesteld, dat de huur moet zijn voldaan uiterlijk op den tweeden werkdag van iedere kalenderweek. Ook hier zal moeten worden bepaald, dat bij in gebreke blijven na den tweeden dag geen toegang tot de Centrale Markt zal worden verleend, waaraan dan eveneens ten strengste de hand moet worden gehouden.
De contrôleurs, belast met de inning op de Centrale Markt komen, wanneer het nieuwe stelsel wordt ingevoerd, vrij voor contrôle en andere werkzaamheden op de Centrale Markt, waarvan, zooals bekend, op de markt dringend behoefte bestaat.
[Marginale notitie linksonder:]
Bovendien zijn er nog 6 werkruimten verhuurd aan sigarenmakers, die per week moeten betalen. De kern van dit document is een administratief meningsverschil over de inning van marktgeld en huur op de Centrale Markt. Er zijn twee kampen:
1. De Boekhouder (marginale notities): Pleit voor inning ter plaatse. Hij argumenteert dat dit directe controle geeft op wie welke plek bezet. Hij vindt het onpraktisch om ondernemers (grossiers) voor elke betaling naar het hoofdkantoor te sturen.
2. De 'Ondergetekende' / Bedrijfsleiding (hoofdtekst): Wil alle betalingen centraliseren op het Hoofdkantoor. De voornaamste reden is efficiëntie: de controleurs hoeven dan geen geld meer te innen, waardoor zij hun handen vrij hebben voor ander "dringend" controlewerk op de markt.
Het document geeft een inkijkje in de tarieven (10 gulden per week voor een extra pakhuis) en de strenge handhaving: wie niet binnen twee dagen betaalt, wordt de toegang tot de markt ontzegd. Dit document dateert waarschijnlijk uit de jaren '30 of vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gezien de spelling en de aanwezigheid van sigarenmakers als kleinschalige huurders). De "Centrale Markt" verwijst naar de groothandelsmarkt (zoals de Centrale Markthallen in Amsterdam), waar streng toezicht nodig was op de doorstroom en betalingen van honderden handelaren. De overgang van contante inning op de werkvloer naar een centrale administratie was een typisch onderdeel van de modernisering en professionalisering van gemeentelijke diensten in die periode.