Handgeschreven aangiftebrief (ook wel bekend als 'verraderbrief').
Origineel
Handgeschreven aangiftebrief (ook wel bekend als 'verraderbrief'). 28 april 1943 (gebaseerd op de handgeschreven datum onderaan). Anoniem (geen naam vermeld). De Directeur van het Amsterdamse Marktwezen. [Top rechts: handgeschreven nummer] 746
Aan Den Heer Dirkteur
van Amsterdam Markwezen
Mijnheer daar zij steeds op
straat hun handel verkoopen
zonder vent vergunning en
brutaal weg een jood er bij
Mijnheer en den tweede hebben
zij een standplaats op lindegracht
Mijnheer zoo hoop ik zoo
spoedig maat regele wordt
genomen zoo lang als de
oorlog er is zoo wordt dat
maar gedaan. als daar
niet aan voldaan wordt
dan zal ik ander maat regele
nemen. eerste egelantiers
dwarstraat 16.
[Aantekening in blauwe inkt:]
m.i. opberging in afwachting ?
28-4-43 [onleesbare paraaf]
[Paars stempel onderaan:]
No. 10/8/1 M. 1943 n/y 18 * Taalgebruik: De brief is geschreven in een fonetisch en gebrekkig Nederlands. Spelfouten zoals "Dirkteur" (Directeur), "broetaal weg" (brutaalweg) en "maat regele" (maatregelen) wijzen op een schrijver met een beperkte formele scholing.
* Inhoud: De schrijver beklaagt zich over personen die zonder vergunning goederen verkopen op straat (de Lindegracht in de Jordaan). Om de klacht kracht bij te zetten, vermeldt de schrijver expliciet: "een jood er bij". Dit was in 1943 een bewuste poging om de autoriteiten te provoceren tot actie, aangezien de vervolging van Joden op dat moment een prioriteit was voor de bezetter en collaborerende instanties.
* Toon: De brief is dwingend en dreigend. De schrijver stelt dat als de geadresseerde niets doet, hij of zij "ander maat regele" zal nemen, wat vaak een eufemisme was voor het inschakelen van de Duitse politie (Sicherheitsdienst of Grüne Polizei).
* Locatie: Er wordt verwezen naar de Lindegracht (als marktlocatie) en de Eerste Egelantiersdwarsstraat 16 (vermoedelijk de woonplaats of opslaglocatie van de beklaagden). Dit document vormt een tastbaar bewijs van de grauwe realiteit van de Duitse bezetting in Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden duizenden van dit soort brieven geschreven, vaak uit wraak, concurrentienijd of antisemitisme. De brief dateert van april 1943, een periode waarin de deportaties van Joden uit Amsterdam hun hoogtepunt naderden.
Het feit dat het Marktwezen deze brief heeft gestempeld en gearchiveerd met de notitie "m.i. opberging" (mijns inziens opbergen/archiveren) suggereert dat de ambtelijke molen de klacht in behandeling heeft genomen. Dergelijke documenten zijn na de oorlog cruciaal gebleken voor historisch onderzoek naar collaboratie en de 'banaliteit van het kwaad' op lokaal niveau. Grüne Polizei Marktwezen Politie
Samenvatting
- Taalgebruik: De brief is geschreven in een fonetisch en gebrekkig Nederlands. Spelfouten zoals "Dirkteur" (Directeur), "broetaal weg" (brutaalweg) en "maat regele" (maatregelen) wijzen op een schrijver met een beperkte formele scholing.
- Inhoud: De schrijver beklaagt zich over personen die zonder vergunning goederen verkopen op straat (de Lindegracht in de Jordaan). Om de klacht kracht bij te zetten, vermeldt de schrijver expliciet: "een jood er bij". Dit was in 1943 een bewuste poging om de autoriteiten te provoceren tot actie, aangezien de vervolging van Joden op dat moment een prioriteit was voor de bezetter en collaborerende instanties.
- Toon: De brief is dwingend en dreigend. De schrijver stelt dat als de geadresseerde niets doet, hij of zij "ander maat regele" zal nemen, wat vaak een eufemisme was voor het inschakelen van de Duitse politie (Sicherheitsdienst of Grüne Polizei).
- Locatie: Er wordt verwezen naar de Lindegracht (als marktlocatie) en de Eerste Egelantiersdwarsstraat 16 (vermoedelijk de woonplaats of opslaglocatie van de beklaagden).
Historische Context
Dit document vormt een tastbaar bewijs van de grauwe realiteit van de Duitse bezetting in Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden duizenden van dit soort brieven geschreven, vaak uit wraak, concurrentienijd of antisemitisme. De brief dateert van april 1943, een periode waarin de deportaties van Joden uit Amsterdam hun hoogtepunt naderden.
Het feit dat het Marktwezen deze brief heeft gestempeld en gearchiveerd met de notitie "m.i. opberging" (mijns inziens opbergen/archiveren) suggereert dat de ambtelijke molen de klacht in behandeling heeft genomen. Dergelijke documenten zijn na de oorlog cruciaal gebleken voor historisch onderzoek naar collaboratie en de 'banaliteit van het kwaad' op lokaal niveau.