Handgeschreven ambtelijk bericht/rapport.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk bericht/rapport. 11 mei [1943] (gebaseerd op stempel). A/dam 11/5.
In verband met bijgaand schrijven
deel ik U mede dat ik een onderzoek
heb ingesteld. Zoowel op adres 1e Egelantiers-
dwarsstr 16 als Egelantiersstraat 16,
weten de bewoners van niets. Ook
heb ik in winkels in de omtrek
geinformeerd maar ook zonder
resultaat.
A.W. Rijvorst
[Marginale aantekeningen:]
* Schuin geschreven: Gezien
* Datumstempel: 12-5-43
* Handtekening bij stempel: [Onleesbaar, mogelijk de Haan]
* Rode aantekening onderaan: Gez. [Paraaf] 12-5-'43 Het document is een kort verslag van een mislukt opsporingsonderzoek in de Amsterdamse Jordaan. De schrijver, A.W. Rijvorst, rapporteert aan een superieur dat hij navraag heeft gedaan op twee specifieke adressen: de Eerste Egelantiersdwarsstraat 16 en de Egelantiersstraat 16.
Rijvorst stelt vast dat noch de bewoners van deze panden, noch winkeliers in de buurt enige informatie konden of wilden verstrekken. De bewoording "weten de bewoners van niets" is typerend voor ambtelijke verslagen uit deze periode waarbij gezochte personen (zoals onderduikers) niet werden gevonden, hetzij door een oprechte onwetendheid van de buurt, hetzij door bewuste zwijgzaamheid.
De administratieve verwerking (stempels en parafen) laat zien dat het rapport de volgende dag (12 mei 1943) is binnengekomen en doorgelezen ("Gezien"). De datum mei 1943 plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vonden er in Amsterdam op grote schaal huiszoekingen en onderzoeken plaats door de (politie)autoriteiten, vaak gericht op het opsporen van Joodse onderduikers, verzetsmensen of mannen die probeerden de Arbeitseinsatz te ontduiken.
De Egelantiersstraat en de omliggende dwarsstraten in de Jordaan stonden bekend als volksbuurten waar de sociale controle groot was, maar waar ook vaak een sterke solidariteit heerste tegenover de autoriteiten. Het feit dat het onderzoek "zonder resultaat" bleef, kan duiden op een geslaagde poging tot onderduik of de weigering van de buurtbewoners om mee te werken met de opsporingsdiensten. A.W. Rijvorst Politie
Samenvatting
Het document is een kort verslag van een mislukt opsporingsonderzoek in de Amsterdamse Jordaan. De schrijver, A.W. Rijvorst, rapporteert aan een superieur dat hij navraag heeft gedaan op twee specifieke adressen: de Eerste Egelantiersdwarsstraat 16 en de Egelantiersstraat 16.
Rijvorst stelt vast dat noch de bewoners van deze panden, noch winkeliers in de buurt enige informatie konden of wilden verstrekken. De bewoording "weten de bewoners van niets" is typerend voor ambtelijke verslagen uit deze periode waarbij gezochte personen (zoals onderduikers) niet werden gevonden, hetzij door een oprechte onwetendheid van de buurt, hetzij door bewuste zwijgzaamheid.
De administratieve verwerking (stempels en parafen) laat zien dat het rapport de volgende dag (12 mei 1943) is binnengekomen en doorgelezen ("Gezien").
Historische Context
De datum mei 1943 plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vonden er in Amsterdam op grote schaal huiszoekingen en onderzoeken plaats door de (politie)autoriteiten, vaak gericht op het opsporen van Joodse onderduikers, verzetsmensen of mannen die probeerden de Arbeitseinsatz te ontduiken.
De Egelantiersstraat en de omliggende dwarsstraten in de Jordaan stonden bekend als volksbuurten waar de sociale controle groot was, maar waar ook vaak een sterke solidariteit heerste tegenover de autoriteiten. Het feit dat het onderzoek "zonder resultaat" bleef, kan duiden op een geslaagde poging tot onderduik of de weigering van de buurtbewoners om mee te werken met de opsporingsdiensten.