Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 22
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief (pagina 4 van een meerdelig schrijven)

15 Maart 1943 Van: Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst van Amsterdam)

Origineel

Brief (pagina 4 van een meerdelig schrijven) 15 Maart 1943 Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst van Amsterdam) Bladzijde 4 van brief No.46A/88/1 M. d.d. 15 Maart 1943 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.

damschen afslag, wordt verdeeld. Zij wezen er in de eerste plaats
op, dat het formeele argument der Nederlandsche Visscherijcentrale
(eigen toewijzing op primairen afslag) niet steekhoudend kon zijn,
omdat de Centrale dit standpunt voor den IJmuider afslag heeft
verlaten. Zij heeft daar verschillende Amsterdamsche kleinhande-
laren, die op IJmuiden rechtstreeks van den afslag kochten, uitge-
schakeld en slechts toewijzing verleend aan groothandelaren. Verder
wezen Lammers en Cootjes op de ernstige knoeierijen, die, volgens
hen, door visshers en de zoogenaamde buitenventers te Volendam
werden gepleegd. Hiertegenover hebben wij aangevoerd, dat ook bij
verdeeling van de Volendammer aal te Amsterdam aan het knoeien van
visschers en buitenventers geen paal en perk zou worden gesteld.
Integendeel, te verwachten is, dat in dit geval alle Volendammers
hieraan zullen gaan medewerken. We hebben dan ook de door ons met
de Volendammers besproken maatregelen met Lammers c.s. besproken
en erop gewezen, dat, zoo goed als contrôle op de kleinhandelaren
van de Vischmarkt naar en op de verkoopplaatsen in de stad moge-
lijk is, zoo goed kan ook de contrôle van den afslag Volendam naar
de verkoopplaatsen alhier worden georganiseerd.
Wij zijn het echter met Lammers eens, dat de
Nederlandsche Visscherijcentrale zal moeten overgaan tot het nemen
van krasse contrôle-maatregelen op visschers en afslag te Volendam
en we hebben toegezegd dit onderwerp met de Nederlandsche Vissche-
rijcentrale ernstig te bespreken.

    Op 11 Maart jl. hebben wij verschillende onderwerpen en

ook het hierboven behandelde, met den Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale besproken, waaromtrent wij U het volgende kunnen
mededeelen.
Genoemde Directeur onderschreef de moeilijkheden, welke
gedurende het vorige aalseizoen met de Volendammers waren onder-
vonden, doch kon hierin geen aanleiding vinden om voor het nieuwe
seizoen van stelsel te veranderen, temeer niet, omdat ook hij van
meening was, dat ook dan niet is te verwachten, dat er meer aal
naar Amsterdam zou komen. Hij kon zich echter geheel vereenigen
met de door ons voorgestelde maatregelen, namelijk, dat de Volen-
dammers verplicht zouden worden om van de 4 achtereenvolgende toe-
wijzingen er 3 in verschen toestand op de Amsterdamsche verkoop-
plaatsen zouden moeten worden verkocht, terwijl hij eveneens kon
instemmen met een verscherping van de contrôle-maatregelen op den
aanvoer van Volendam op Amsterdam. Dienovereenkomstig zal hij de
noodige besluiten nemen.
Wat de contrôle op de visschers betreft, deelde de direc-
teur mede, dat deze zoo goed mogelijk zal worden georganiseerd,
doch dat hierbij groote moeilijkheden werden ondervonden door het
gebrek aan personeel, welke moeilijkheden in de komende maanden
stellig nog zouden toenemen.
Op grond van het bovenstaande stellen wij U voor goed te
keuren, dat de Volendammer-regeling, aangevuld met de door ons
voorgestelde maatregelen, ook voor het komende aalseizoen zal
gelden. Hierbij moet nog worden opgemerkt, dat de Volendammers,
evenals het vorige seizoen, gedurende deze regeling bereid zijn
om hun toewijzing zoetwatervisch van de verdeeling te Amsterdam te
laten vervallen. Zij zullen dan te Amsterdam slechts voor zeevisch
en garnalen in de verdeeling zijn opgenomen.

III. Visch(aal) van Durgerdam.
Voor wat deze aangelegenheid betreft mogen wij U kort- Dit document betreft een ambtelijk verslag over de organisatie van de visvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Problematiek van de 'Knoeierijen': Er is sprake van fraude en illegale handel ('knoeierijen') door vissers en 'buitenventers' uit Volendam. Om dit tegen te gaan, wordt gepleit voor een strengere controle op de aanvoerlijnen van de afslag naar de stad.
  2. De Volendammer-regeling: Er wordt een specifieke regeling voorgesteld voor het komende aalseizoen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de verplichting voor Volendammers om driekwart (3 van de 4 toewijzingen) van hun vangst vers op de Amsterdamse markten te verkopen.
  3. Rol van de Visscherijcentrale: De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) wordt betrokken bij het handhaven van de regels, hoewel de directeur van de NVC waarschuwt voor een tekort aan controlepersoneel.
  4. Uitsluiting zoetwatervis: Als onderdeel van de afspraken zien Volendammers af van hun recht op toewijzing van (andere) zoetwatervis in Amsterdam; zij worden alleen opgenomen in de verdeling van zeevis en garnalen. Dit schrijven dateert van maart 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot grote schaarste en een strikt distributiesysteem voor voedsel.

  5. Voedselvoorziening: De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' in Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward J. Voûte of een direct ondergeschikte) was verantwoordelijk voor het eerlijk verdelen van de schaarse middelen onder de bevolking.

  6. Nederlandsche Visscherijcentrale: Dit was een door de bezetter ingesteld of gecontroleerd orgaan dat toezag op de gehele vissector. De centrale moest zorgen dat visvangst werd aangemeld zodat deze verdeeld kon worden over de binnenlandse markt en de export naar Duitsland.
  7. Zwarte Handel: Door de schaarste was de verleiding groot om vis buiten de officiële kanalen om te verkopen (de zwarte markt). De in de brief genoemde 'knoeierijen' zijn hier een direct gevolg van. De overheid probeerde met steeds repressievere maatregelen en controles de grip op de voedselstromen te behouden.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijk verslag over de organisatie van de visvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Problematiek van de 'Knoeierijen': Er is sprake van fraude en illegale handel ('knoeierijen') door vissers en 'buitenventers' uit Volendam. Om dit tegen te gaan, wordt gepleit voor een strengere controle op de aanvoerlijnen van de afslag naar de stad.
  2. De Volendammer-regeling: Er wordt een specifieke regeling voorgesteld voor het komende aalseizoen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de verplichting voor Volendammers om driekwart (3 van de 4 toewijzingen) van hun vangst vers op de Amsterdamse markten te verkopen.
  3. Rol van de Visscherijcentrale: De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) wordt betrokken bij het handhaven van de regels, hoewel de directeur van de NVC waarschuwt voor een tekort aan controlepersoneel.
  4. Uitsluiting zoetwatervis: Als onderdeel van de afspraken zien Volendammers af van hun recht op toewijzing van (andere) zoetwatervis in Amsterdam; zij worden alleen opgenomen in de verdeling van zeevis en garnalen.

Historische Context

Dit schrijven dateert van maart 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot grote schaarste en een strikt distributiesysteem voor voedsel.

  • Voedselvoorziening: De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' in Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward J. Voûte of een direct ondergeschikte) was verantwoordelijk voor het eerlijk verdelen van de schaarse middelen onder de bevolking.
  • Nederlandsche Visscherijcentrale: Dit was een door de bezetter ingesteld of gecontroleerd orgaan dat toezag op de gehele vissector. De centrale moest zorgen dat visvangst werd aangemeld zodat deze verdeeld kon worden over de binnenlandse markt en de export naar Duitsland.
  • Zwarte Handel: Door de schaarste was de verleiding groot om vis buiten de officiële kanalen om te verkopen (de zwarte markt). De in de brief genoemde 'knoeierijen' zijn hier een direct gevolg van. De overheid probeerde met steeds repressievere maatregelen en controles de grip op de voedselstromen te behouden.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein f 2,44
Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling van 125 – 250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 125-250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 70 – 125 gram Waterlooplein " 1,78
Aal en paling van 70-125 gram Waterlooplein " 1,78
A.A. Pakkoo Waterlooplein -----
Aard., groente ,fruit -48
Aard., groente ,fruit 964
W. Fruithof Waterlooplein 992
W. Fruithof Waterlooplein 745
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 715
A. Boots Waterlooplein
A. Boots Waterlooplein 50
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
Levie Locher Waterlooplein
Levie Locher Waterlooplein
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3