Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 23
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief/rapport (waarschijnlijk een doorslag of kopie).

15 Maart 1943. Van: Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie in Amsterdam, afdeling voedselvoorziening).

Origineel

Getypte brief/rapport (waarschijnlijk een doorslag of kopie). 15 Maart 1943. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie in Amsterdam, afdeling voedselvoorziening). Bladz.
XXXX 5 15 Maart 43
46A/88/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

heidshalve verwijzen naar ons rapport van 25 September 1942
No.46A/4/70 M. Met Uw brief van 8 October 1942 No.768 L.M. mach-
tigde U ons om over deze aangelegenheid met de Nederlandsche
Visscherijcentrale overleg te plegen. Dit overleg heeft eveneens
op 11 dezer met den directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale
plaatsgevonden, doch het heeft niet geleid tot het door ons ge-
wenschte resultaat. De Nederlandsche Visscherijcentrale is namelijk
niet bereid om de te Durgerdam aangevoerde aal rechtstreeks naar
Amsterdam te doen zenden, aangezien daardoor Monnickendam, dat
grootendeels op deze aanvoeren is aangewezen, geheel zou worden
uitgeschakeld. In Monnickendam zijn groote rookerijen gevestigd,
die bij de door ons voorgestelde regeling ernstig zouden worden
benadeeld. De Centrale verwacht overigens niet, dat, wanneer de
aal naar Amsterdam in plaats van naar Monnickendam zou moeten worden
gezonden, nog ongeacht de transportbezwaren, die hieraan zijn ver-
bonden, de ongeoorloofde handelingen te Durgerdam zouden zijn uit-
geschakeld. De heer Haasnoot verklaarde zich evenwel bereid om te
overwegen in het hoog-seizoen te Durgerdam een specialen contrôleur
te plaatsen.
Wij stellen U voor om voorloopig hiervan het resultaat af
te wachten.

IV. Het betrekken van aal rechtstreeks van een primairen

afslag door kleinhandelaren.

    Tijdens het afgeloopen aalseizoen hadden de Amsterdamsche

kleinhandelaren Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen een recht-
streeksche toewijzing op een primairen afslag in den lande. Inge-
volge Besluit van de Nederlandsche Visscherijcentrale moesten deze
handelaren hun aal op den afslag alhier aanvoeren, zij ontvingen
daar een geleidebiljet en konden dan hun toewijzing naar hun ver-
koopplaats brengen. Deze kleinhandelaren waren niet in de verdee-
ling te Amsterdam opgenomen.
De overige Amsterdamsche kleinhandelaren, die wel in de
verdeeling te dezer stede waren opgenomen, hebben hiertegen meer-
malen bezwaar gemaakt, echter zonder resultaat. Zij wezen erop,
dat er in werkelijkheid geen verschil bestond tusschen de wijze
waarop de kleinhandelaren voor den oorlog hun aankoopen deden.
Enkelen kochten zelf op de afslagen, doch de meesten maakten ge-
bruik van een commissionnair. De eersten hebben thans een eigen
toewijzing, die zij geheel mogen behouden; de laatsten bekomen
slechts hun visch via de verdeeling. Het gevolg is, dat de eerst-
genoemden meer handel ontvangen dan de laatsten, hetgeen, vooral
op de markten, tot naijver aanleiding geeft.
Wij hebben daarom deze aangelegenheid op 11 dezer met den
heer Haasnoot besproken, waarbij wij er tevens op wezen, dat bij
den aanvang der zeevischverdeeling alle kleinhandelaren te IJmuiden
zijn uitgeschakeld. De groothandels- en de kleinhandelszaken werden
daar gescheiden gehouden.
Ter zake der bewuste aaltoewijzingen hebben wij gesteld,
dat de bedoelde vier personen wellicht als grossiers zouden kunnen
worden beschouwd, maar dan verplicht zouden moeten worden de be-
treffende toewijzingen voor 100% naar den vischafslag te Amsterdam
ter verdeeling aan te voeren. Zij zouden dan verder te Amsterdam
als kleinhandelaar in de verdeeling kunnen worden opgenomen en een
toewijzing ontvangen volgens de voor den kleinhandel hier ter stede
bestaande normen.
De Nederlandsche visscherijcentrale verklaarde zich in Dit document is een ambtelijk verslag over de visvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het behandelt twee hoofdpunten:

  1. Conflict over de aanvoer uit Durgerdam: Amsterdam wilde dat paling uit Durgerdam direct naar de stad kwam. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) weigerde dit om de rokerijen in Monnickendam te beschermen, die afhankelijk waren van deze aanvoer. Er wordt ook gerept over "ongeoorloofde handelingen" (waarschijnlijk zwarte handel) in Durgerdam, waartegen een extra controleur zou kunnen worden ingezet.
  2. Ongelijkheid in aaltoewijzing: Vier specifieke kleinhandelaren (Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen) hadden een bevoorrechte positie omdat ze direct van primaire afslagen mochten kopen. Dit leidde tot jaloezie en scheve gezichten bij andere handelaren die afhankelijk waren van de centrale stedelijke distributie. De opstellers van het rapport stellen voor om deze vier handelaren als grossiers aan te merken, zodat hun volledige voorraad eerst via de Amsterdamse afslag moet gaan voor eerlijke herverdeling.

De toon is zakelijk en bureaucratisch, typerend voor de strak gereguleerde distributie-economie van de bezettingstijd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat toezag op de visserijsector, de prijzen en de distributie. Schaarste leidde tot een complex systeem van toewijzingen, vergunningen en distributienormen om de bevolking (en de bezetter) te voeden.

De aalvisserij op het IJsselmeer en de omliggende wateren was cruciaal voor de regio. Monnickendam stond (en staat) bekend om zijn palingrokerijen. In tijden van schaarste ontstond er vaak frictie tussen verschillende steden en belangenorganisaties over wie recht had op welke voorraden.

Het document illustreert ook de strijd tegen de "zwarte handel" (de "ongeoorloofde handelingen" in Durgerdam). Omdat de officiële rantsoenen vaak karig waren en de prijzen vastgesteld, bloeide de illegale handel op. De overheid probeerde dit met extra controleurs in te dammen. De genoemde datum, maart 1943, valt in een periode waarin de tekorten steeds nijpender werden en de controle door de bezetter en diens instanties steeds repressiever.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over de visvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het behandelt twee hoofdpunten:

  1. Conflict over de aanvoer uit Durgerdam: Amsterdam wilde dat paling uit Durgerdam direct naar de stad kwam. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) weigerde dit om de rokerijen in Monnickendam te beschermen, die afhankelijk waren van deze aanvoer. Er wordt ook gerept over "ongeoorloofde handelingen" (waarschijnlijk zwarte handel) in Durgerdam, waartegen een extra controleur zou kunnen worden ingezet.
  2. Ongelijkheid in aaltoewijzing: Vier specifieke kleinhandelaren (Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen) hadden een bevoorrechte positie omdat ze direct van primaire afslagen mochten kopen. Dit leidde tot jaloezie en scheve gezichten bij andere handelaren die afhankelijk waren van de centrale stedelijke distributie. De opstellers van het rapport stellen voor om deze vier handelaren als grossiers aan te merken, zodat hun volledige voorraad eerst via de Amsterdamse afslag moet gaan voor eerlijke herverdeling.

De toon is zakelijk en bureaucratisch, typerend voor de strak gereguleerde distributie-economie van de bezettingstijd.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat toezag op de visserijsector, de prijzen en de distributie. Schaarste leidde tot een complex systeem van toewijzingen, vergunningen en distributienormen om de bevolking (en de bezetter) te voeden.

De aalvisserij op het IJsselmeer en de omliggende wateren was cruciaal voor de regio. Monnickendam stond (en staat) bekend om zijn palingrokerijen. In tijden van schaarste ontstond er vaak frictie tussen verschillende steden en belangenorganisaties over wie recht had op welke voorraden.

Het document illustreert ook de strijd tegen de "zwarte handel" (de "ongeoorloofde handelingen" in Durgerdam). Omdat de officiële rantsoenen vaak karig waren en de prijzen vastgesteld, bloeide de illegale handel op. De overheid probeerde dit met extra controleurs in te dammen. De genoemde datum, maart 1943, valt in een periode waarin de tekorten steeds nijpender werden en de controle door de bezetter en diens instanties steeds repressiever.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein f 2,44
Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling van 125 – 250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 125-250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 70 – 125 gram Waterlooplein " 1,78
Aal en paling van 70-125 gram Waterlooplein " 1,78
A.A. Pakkoo Waterlooplein -----
Aard., groente ,fruit -48
Aard., groente ,fruit 964
W. Fruithof Waterlooplein 992
W. Fruithof Waterlooplein 745
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 715
A. Boots Waterlooplein
A. Boots Waterlooplein 50
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
Levie Locher Waterlooplein
Levie Locher Waterlooplein
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3