Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 24
Dossier 7
Jaar 1943
Stadsarchief

Briefverslag, bladzijde 6 (Brief No. 46A/88/1 M.).

15 maart 1943.

Origineel

Briefverslag, bladzijde 6 (Brief No. 46A/88/1 M.). 15 maart 1943. Bladzijde 6 van brief No.46A/88/1 M. d.d. 15 Maart 1943 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.

principe bereid om in deze richting te besluiten, doch de heer Haasnoot maakte het voorbehoud, dat hij nog eerst te zijnen kantore wilde nagaan, om welke reden het vorige jaar de thans geldende regeling was getroffen. Hij zou ons daarna zijn definitieve beslissing laten weten.

V. Het verdeelen van de visch onder de kleinhandelaren op den gemeentelijken afslag.

Toen in den loop van het jaar 1941 op initiatief van de Nederlandsche Visscherijcentrale en het Bureau van den Gemachtigde voor de prijzen werd besloten tot het instellen van een niet-officieele verdeeling van aal en zoetwatervisch onder de Amsterdamsche straathandelaren, kreeg de Verdeelingscommissie, welke was belast met het samenstellen van de verdeelingslijsten, den opdracht de toewijzingen toe te kennen in verhouding tot de omzetten van de straathandelaren in de basisjaren 1939 en 1940. Het bleek evenwel al spoedig niet mogelijk dezen opdracht uit te voeren, aangezien vrijwel geen van deze kleinhandelaren bleek te beschikken over een behoorlijke boekhouding, waaruit de cijfers zouden kunnen worden geput. Noodgedwongen moest toen worden overgegaan tot het indeelen der handelaren in 2 groepen: de kleine en de groote handelaren. De eersten kregen een enkele toewijzing en de laatsten een dubbele. De leden der Commissie baseerden de toewijzing op hun persoonlijk inzicht in de zaken van hun vakgenooten; de ambtenaren van het Marktwezen onder wier leiding het werk dezer Commissie werd verricht moesten vanzelfsprekend mede op de adviezen der leden afgaan. Gezegd kan evenwel worden, dat de Commissieleden als bona-fide handelaren, die zich als betrouwbare personen hadden doen kennen, door hun jarenlange ervaring een goeden kijk op den handel van hun beroepsgenooten hadden gekregen. Desondanks werden er fouten en onjuistheden begaan, hetgeen, gelet op den onzekeren grondslag, waarop de indeeling was gebaseerd, ook niet te vermijden was. In den loop van den tijd moesten dan ook regelmatig correcties in de toewijzingen worden gebracht, doordat er handelaren van een enkele op een dubbele toewijzing en omgekeerd werden gebracht.

In het begin van het jaar 1942 werd dezerzijds onder de aandacht van de Nederlandsche Visscherijcentrale gebracht, dat een goede verdeeling van visch te Amsterdam slechts mogelijk zou zijn, wanneer alle voor Amsterdam bestemde visch op een centraal punt zou worden aangevoerd en aldaar onder de handelaren, die te Amsterdam een vischhandel hebben, zou worden verdeeld. De Nederlandsche Visscherijcentrale deelde dit standpunt en met de voorbereiding van het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 werd een aanvang gemaakt.

De Verdeelingscommissie moest toen nieuwe verdeellijsten samenstellen voor de artikelen levende aal, gerookte aal, zoetwatervisch en garnalen, gepeld en ongepeld en de versche-vischwinkeliers en de zoogenaamde visch- en fruitzaken moesten worden ingedeeld.

De Nederlandsche Visscherijcentrale had geruimen tijd noodig met de technische voorbereiding van de nieuwe regeling, waardoor de Commissie ten slotte in zeer korten tijd de bovengenoemde lijsten moest opstellen. De officieele verdeeling trad 18 Mei 1942 in werking. De Commissie was uitgebreid met vertegenwoordigers der winkeliers, Volendammers en van de visch- en fruitzaken. De oorspronkelijke indeeling in enkele en dubbele toewijzingen werd gehandhaafd, doch de basis voor de indeeling bleef dezelfde, namelijk geen beschikbaar cijfermateriaal en dus een indeeling, geba- Dit document is een ambtelijk verslag over de logistieke en administratieve uitdagingen van de visdistributie in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kern van het probleem was het ontbreken van harde cijfers over de historische omzet van straathandelaren (vóór de oorlog). Omdat zij vaak geen boekhouding bijhielden, moest een commissie van "vakgenoten" de toewijzingen schatten op basis van hun eigen inzicht en de "betrouwbaarheid" van de handelaren. Dit leidde onvermijdelijk tot fouten en noodzakelijke correcties. Het document toont de overgang van een informele regeling in 1941 naar een officiëler systeem in 1942, waarbij gestreefd werd naar gecentraliseerde aanvoer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd door de bezetter en de Nederlandse overheid gebruikt om de visserijsector te controleren. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam was verantwoordelijk voor het eerlijk verdelen van de schaarse goederen in de stad. De vermelding van "Volendammers" is kenmerkend; zij vormden een specifieke groep ondernemers die van oudsher dominant was in de visdetailhandel in de hoofdstad. Het document illustreert hoe de bureaucratie probeerde grip te krijgen op een van nature informele markt (de straathandel) onder de druk van oorlogsschaarste.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over de logistieke en administratieve uitdagingen van de visdistributie in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kern van het probleem was het ontbreken van harde cijfers over de historische omzet van straathandelaren (vóór de oorlog). Omdat zij vaak geen boekhouding bijhielden, moest een commissie van "vakgenoten" de toewijzingen schatten op basis van hun eigen inzicht en de "betrouwbaarheid" van de handelaren. Dit leidde onvermijdelijk tot fouten en noodzakelijke correcties. Het document toont de overgang van een informele regeling in 1941 naar een officiëler systeem in 1942, waarbij gestreefd werd naar gecentraliseerde aanvoer.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd door de bezetter en de Nederlandse overheid gebruikt om de visserijsector te controleren. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam was verantwoordelijk voor het eerlijk verdelen van de schaarse goederen in de stad. De vermelding van "Volendammers" is kenmerkend; zij vormden een specifieke groep ondernemers die van oudsher dominant was in de visdetailhandel in de hoofdstad. Het document illustreert hoe de bureaucratie probeerde grip te krijgen op een van nature informele markt (de straathandel) onder de druk van oorlogsschaarste.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein f 2,44
Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling van 125 – 250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 125-250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 70 – 125 gram Waterlooplein " 1,78
Aal en paling van 70-125 gram Waterlooplein " 1,78
A.A. Pakkoo Waterlooplein -----
Aard., groente ,fruit -48
Aard., groente ,fruit 964
W. Fruithof Waterlooplein 992
W. Fruithof Waterlooplein 745
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 715
A. Boots Waterlooplein
A. Boots Waterlooplein 50
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
Levie Locher Waterlooplein
Levie Locher Waterlooplein
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3