Getypte ambtelijke brief/rapportage (fragment, bladzijde 7).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage (fragment, bladzijde 7). 15 maart 1943. Vermoedelijk de secretaris of voorzitter van de Verdeelingscommissie (visserij). Bladz. 7
45A/88/1 15 Maart 43
Amsterdam. den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
seerd op het persoonlijk oordeel der Commissieleden. Aanvankelijk was er zeer veel critiek op deze regeling en werd er ook bij U op aangedrongen er een andere voor in de plaats te stellen; men drong aan om over te gaan tot gelijke toewijzingen voor de categorie straathandelaren en voor de categorie winkeliers. De bonafide handelaren konden U toen evenwel overtuigen, dat een dusdanige gelijkstelling zeer onbillijk zou zijn daar zij daardoor namelijk op een lijn gesteld zou worden met den eersten den besten knoeier uit het bedrijf; de indeeling bleef dan ook in haar bestaanden vorm gehandhaafd. Regelmatig moesten echter vele verzoeken om wijziging der toewijzingen door de Verdeelingscommissie in behandeling worden genomen en steeds moesten de verdeellijsten worden gewijzigd. Desondanks bleef er speciaal onder de groep handelaren, die een enkele toewijzing ontving, ontevredenheid heerschen, omdat velen uit deze categorie meenden recht te hebben op een dubbele toewijzing. De leden der Commissie, die dagelijks op de Vischmarkt vertoefden in de eerste plaats, doch ook de betreffende ambtenaren van den Dienst werden vaak op heftige wijze over de verdeeling aangevallen. Aan een en ander werd een einde gemaakt, doordat U op 12 November 1942 besliste, dat geen verandering in de verdeellijsten meer zou plaats hebben tot April 1943. De inkomende verzoeken zouden worden verzameld en in de maand April tegelijk in behandeling worden genomen.
Intusschen was op 20 Augustus 1942 de zeevisch in de verdeeling opgenomen en hiervoor was een geheel nieuw stelsel van toewijzingen ingevoerd, namelijk alle straathandelaren en de kleine winkeliers en halhouders één toewijzing grove zeevisch; de groote winkeliers, die op hoogere lasten zaten kregen daarbij een halve toewijzing fijne zeevisch, indien ze deze vroeger ook hadden verkocht en enkele allergrootste zaken kregen een geheele toewijzing fijne visch. Vide hieromtrent Uwe goedkeurende beslissing d.d. 30 September 1942 (No. 752 L.M. '42).
Deze indeeling heeft in de practijk over het algemeen uitstekend voldaan en klachten erover zijn vrijwel achterwege gebleven. De verdeeling van gerookte visch, waarmede op 15 Oct. 1942 een aanvang werd gemaakt, werd zelfs uitsluitend op gelijke toewijzingen gebaseerd.
Op verzoek van de Verdeelingscommissie is de verdeelregeling voor aal, voor den aanvang van het nieuwe seizoen, in de vergadering der Commissie van 18 Februari jl. principieel aan de orde gesteld. Voor de discussies mogen wij verwijzen naar de notities van deze vergadering, welke hierbij als bijlage worden overgelegd.
Uit deze notities kan worden geconcludeerd, dat de leden der Verdeelingscommissie aanvankelijk op het standpunt stonden, om voor de actie van enkele kooplieden uit den weg te gaan en daarom voorstelden over te gaan tot een verdeeling op basis van gelijkheid; principieel bleven zij echter tegenstanders van dit stelsel.
Wij meenen echter, dat in verband met den gang van zaken betreffende de aal-verdeelregeling, dat slechts dan tot een radicale wijziging in de verdeeling zou moeten worden besloten, wanneer tevoren absoluut vaststaat, dat alle belanghebbenden met de nieuwe regeling tevreden zouden zijn. Dit is nu naar onze meening ten deze niet te verwachten. Met een stelsel van verdeeling op voet van gelijkheid zullen zich vanzelfsprekend kunnen vereenigen de 226 kleinere en vaak niet geheel bona-fide kooplieden, die Dit document is een ambtelijk verslag over de complexe logistiek en sociale spanningen rondom de visdistributie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het stuk draait om het spanningsveld tussen 'gelijkheid' (iedereen krijgt evenveel) en 'billijkheid' (gevestigde winkeliers met hogere lasten krijgen meer dan straathandelaren).
Belangrijke punten uit de tekst:
1. Sociale hiërarchie: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen "bonafide handelaren" en de "eersten de besten knoeiers". De gevestigde orde verzet zich tegen gelijke toewijzingen.
2. Handhaving en agressie: De onvrede over de toewijzingen leidde tot verbale en fysieke dreiging jegens ambtenaren op de Vischmarkt.
3. Bureaucracy: Er wordt verwezen naar eerdere besluitvorming (12 november 1942) om een tijdelijke stop op bezwaarschriften in te voeren om de administratieve rust te herstellen.
4. Differentiële distributie: Er wordt onderscheid gemaakt tussen "grove zeevisch" (voor iedereen) en "fijne zeevisch" (voor de grotere zaken).
5. Aal-regeling: Voor het nieuwe seizoen van de palinghandel (aal) adviseert de schrijver behoedzaamheid. Men vreest dat een "radicale wijziging" naar volledige gelijkheid alleen de 226 kleinere, "niet geheel bona-fide" kooplieden ten goede komt, ten koste van de gevestigde handel. Het document dateert van maart 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was een kritieke taak van het gemeentebestuur geworden door toenemende schaarste en de invoer van het distributiestelsel.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam opereerde in deze tijd onder toezicht van de bezetter, maar de dagelijkse uitvoering van de distributie was een Nederlandse administratieve aangelegenheid. De vismarkt was van oudsher een plek van rauwe omgangsvormen; de schaarste in oorlogstijd vergrootte de spanningen tussen de verschillende klassen handelaren (van de arme straatventer tot de chique vishandelaar in de stad).
De term "niet geheel bona-fide" in een oorlogscontext suggereert vaak een wantrouwen jegens de 'nieuwe' handelaren die profiteerden van de zwarte markt of die zich niet hielden aan de strenge (vaak door de bezetter opgelegde) prijsvoorschriften.