Handgeschreven concept of ambtelijke notitie (pagina 3 van een groter geheel).
Origineel
Handgeschreven concept of ambtelijke notitie (pagina 3 van een groter geheel). [Rechtsboven omcirkeld: 3]
eenvoudig; alsdan zal het
veel moeilijker worden om
de aldaar aangevoerde aal in den
zwarten handel te doen ver-
dwijnen. ~~De toewijzing aan de te A'dam v. d.~~
De kleinhandelaren
uit den onmiddellijken omgeving
v. A’dam, ~~die thans te A'dam~~
~~een toewijzing ontvangen,~~
~~moet~~ moet door de N.V.C.
worden ingetrokken; deze klein-
handelaren kunnen op de
verdeeling te dezer stede worden
ingeschakeld, waarna zij verplicht
zijn om hun toewijzing op een
der markten onder controle
[In de linkermarge:] maar de verplichting is er toch H.
te verkoopen.
Wat tenslotte het ver-
zoek van adressant betreft,
neergelegd in zijn brief van 25 Aug.
jl. om een regeling te treffen om
voor elk randdorp een vischventer
aan te wijzen, die aldaar zijn toe-
gewezen visch moet verkoopen,
ben ik van meening, dat dit
verzoek niet moet worden inge- Dit document is een ambtelijk advies of concept-besluit betreffende de distributie van vis (met name aal) in de regio Amsterdam. De kern van het betoog is tweeledig:
- Bestrijding van de zwarte handel: De schrijver stelt voor om de directe toewijzingen aan kleine handelaren in de directe omgeving van Amsterdam in te trekken. In plaats daarvan moeten zij hun vis betrekken via de centrale verdeling in de stad ("te dezer stede"). Dit dwingt hen om hun handel op gecontroleerde markten te drijven, waardoor het moeilijker wordt om vis illegaal (buiten het bonnensysteem om) door te verkopen.
- Afwijzing van decentralisatie: Er wordt gereageerd op een verzoek (van 25 augustus) om per randdorp een specifieke visventer aan te wijzen. De schrijver is hierop tegen (het document breekt af bij "niet moet worden inge-", waarschijnlijk "ingewilligd").
Een marginale notitie van een corrector (geparafeerd met 'H') wijst erop dat de verplichting voor de handelaren sowieso al bestaat. De tekst ademt de sfeer van de Nederlandse distributiepolitiek tijdens de Duitse bezetting (1940-1945). De term "zwarten handel" was in die periode alomtegenwoordig. De "N.V.C." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Nederlandsche Vis-Centrale, een overheidsorgaan dat tijdens de oorlog de volledige controle over de inkoop en distributie van vis probeerde te houden om de voedselvoorziening te reguleren.
Amsterdam was een knooppunt voor de aalhandel (denk aan de aanvoer uit het IJsselmeer). Door de distributie te centraliseren en venters te dwingen op vaste, gecontroleerde markten te staan, probeerde de overheid de 'lekken' naar de zwarte markt te dichten. De discussie over de "randdorpen" laat zien hoe de centrale stad worstelde met de controle op de omliggende landelijke gebieden.