Officiële brief/besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/besluit van de Gemeente Amsterdam. 2 oktober 1941. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Briefhoofd]
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 921 -1941-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 2 October 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven]
m. Dir [?]
[Getypte tekst]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 26 September j.l., No. 46 A/39/4 M, machtig ik U voor de daarin bedoelde z.g. "verdeelvisch" afdeeling VI van de Verordening op de heffing van markt- standplaats- en ventgelden terzijde te stellen en voor het beschikbaar stellen van de Vischmarkt voor die visch van de aanvoerders, 2 % van de waarde van de aanvoersom te heffen.
[Ondertekening]
vM / k
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[Handtekening]
[Bestemming]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven kantlijnnotitie, gedateerd 13/10 1941]
13/10 1941 : door Dir?
besproken met Hr. Reitsema, en afgesproken, dat alle zoetwatervisch onder verdeelvisch kan worden gebracht, zulks i.v.m. bespreking Ned. Visscherijcentrale van hedenmorgen, dat aan garantie alleen van snoekbaars niet kan worden voldaan.
l.s.
[Stempel onderzijde]
Nº 46A/39/5 M. 1941
[Linksonder]
Model G. A. 5
25000-1-'40 Dit document betreft een administratieve wijziging in de belastingheffing op de Amsterdamse vismarkt tijdens de Duitse bezetting. De burgemeester geeft de directeur van de Dienst van het Marktwezen de machtiging om voor zogenaamde "verdeelvisch" (vis die onder de distributieregelingen valt) af te wijken van de standaard marktverordening.
In plaats van de reguliere standplaats- en ventgelden (Afdeling VI van de verordening), wordt er een heffing van 2% op de totale waarde van de aangevoerde vis ingesteld. Dit wijst op een verschuiving naar een waardead-valorem heffing, waarschijnlijk om de administratie rondom de gereguleerde visstroom te vereenvoudigen en de inkomsten voor de gemeente te waarborgen in een tijd van schaarste en rantsoenering.
De handgeschreven aantekening van 13 oktober 1941 is cruciaal: hierin wordt de definitie van "verdeelvisch" verruimd naar alle zoetwatervis. De reden hiervoor was dat een garantie die enkel gebaseerd was op snoekbaars (blijkbaar de oorspronkelijke focus) onvoldoende bleek na overleg met de Nederlandse Visscherij Centrale. Het document dateert uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar is burgemeester Edward John Voûte, die door de bezetter was aangesteld en bekend stond als collaborerend.
De term "verdeelvisch" verwijst direct naar de oorlogseconomie. Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening strikt gecentraliseerd en gerantsoeneerd via distributiestelsels. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) speelde hierin een centrale rol; zij controleerden de aanvoer en de prijzen om te voorkomen dat vis op de zwarte markt verdween en om de export naar Duitsland te faciliteren.
De wijziging in de heffing illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie zich aanpaste aan de dwingende kaders van de bezettingseconomie, waarbij lokale marktregels moesten wijken voor gecentraliseerde distributiebelangen. De uitbreiding naar alle zoetwatervis laat zien dat de grip op de totale voedselproductie (inclusief binnenwateren) gedurende 1941 werd verstevigd.