Archiefdocument
Origineel
-2-
- Wijziging van het 2e Uitvoeringsbesluit teneinde betere contrôle op den verkoop in vischwinkels te bereiken. (2e Uitvoeringsbesluit wordt onder no.3 met 8e Uitvoeringsbesluit van Gemeente Den Haag overlegd). Artikel 8 van het 2e Uitvoeringsbesluit zal hiertoe moeten worden aangevuld met de bepaling, dat de kleinhandelaren gehouden zijn de visch onmiddellijk na aankomst op de verkoopplaats of in de winkel of hal en zonder achterhouding van hoeveelheden voor bestellingen of voor vaste klanten aan het publiek te koop aan te bieden.
Het bezorgen aan huis – restaurants hieronder begrepen – is verboden.
Het bepaalde in het voorgaande lid is niet van toepassing op ziekenhuizen en naar het oordeel van de Centrale daarmede gelijk te stellen inrichtingen.
Een en ander komt overeen met de redactie van het 8e Uitvoeringsbesluit(Den Haag) en het 12e(Haarlem).
Bovendien zou in dit artikel nog kunnen worden bepaald, dat de Burgemeester van Amsterdam de uren kan bepalen, waartusschen verkoop in de winkels en hallen (voor alle categorieën van kleinhandelaren of voor één bepaalde categorie, bijv. de visch- en fruitzaken † zie hieromtrent de notities van de vergadering der Verdeelingscommissie d.d.2 Februari 1943) moet plaatsvinden.
Door het bovenstaande zal worden voorkomen, dat speciaal de winkeliers hun visch niet direct aan het publiek verkoopen, doch deze bestemmen voor vaste klanten e.d. met alle gevolgen van dien. Op de markten vindt reeds directen verkoop plaats. Dit schrijven wij in verband met de orde op de markten voor. Wanneer thans de winkels ook worden verplicht, zal hiermede bron van animositeit tusschen beide groepen worden weggenomen, doch bovendien de vischdistributie in belangrijk betere banen worden geleid. Bij de huidige regeling is contrôle van C.C.D. vrijwel niet mogelijk, omdat winkelier zich beroept op zijn recht om visch te verkoopen aan wie hij wil. Dit document beschrijft een voorgestelde wijziging van de distributieregels voor vis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Verbod op hamsteren/achterhouden: Winkeliers worden verplicht vis direct na levering te koop aan te bieden aan het algemene publiek. Het apart houden van voorraden voor 'vaste klanten' of via bestellingen wordt verboden.
- Verbod op thuisbezorging: Het bezorgen van vis aan huis of bij restaurants wordt verboden om de controle op de distributie te vergemakkelijken.
- Gelijkheid tussen handelaren: Het document merkt op dat op markten al direct verkocht wordt. Door winkeliers aan dezelfde regels te binden, hoopt men de scheve gezichten (animositeit) tussen marktkooplui en winkeliers te verminderen.
- Handhaving: De huidige regels maken controle door de C.C.D. (Centrale Controledienst) lastig, omdat winkeliers zich kunnen beroepen op hun contractsvrijheid ("recht om vis te verkopen aan wie hij wil"). De nieuwe regelgeving moet dit juridische gat dichten. Het document dateert van begin 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel steeds strikter werd. De visvoorziening was problematisch door de beperkingen op de visserij in de Noordzee.
De genoemde instanties, zoals de Verdeelingscommissie en de C.C.D. (Centrale Controledienst), speelden een cruciale rol in het beheersen van de zwarte handel en het waarborgen van een (theoretisch) eerlijke verdeling van schaarse goederen via het bonnenstelsel. De verwijzing naar soortgelijke besluiten in Den Haag en Haarlem duidt op een poging tot uniformering van de regelgeving in de grote steden. De maatregel is een typisch voorbeeld van de toenemende overheidsbemoeienis met de detailhandel om de 'sociale rust' te bewaren en de grip op de voedselvoorziening te verstevigen.