Getypte notulen van een vergadering.
Origineel
Getypte notulen van een vergadering. Ongedateerd (op basis van de inhoud waarschijnlijk kort na de Tweede Wereldoorlog, ca. 1945-1948). ploeg is. Deze venters verkoopen dan ook de toewij-
zing op de markten. Hierdoor wordt dus geld en tijd
bespaard.
De Voorzitter wijst erop, dat een en ander het contrôleeren ten
zeerste bemoeilijkt.
De Heer Mooyer zegt, dat het voor een patroon onmogelijk is om altijd
op de Vischmarkt te zijn. Voor hem persoonlijk is
het vrijwel onmogelijk, omdat hij als grossier steeds
op primaire afslagen moet zijn. Dit geldt bijv. even-
eens voor Klaas Veerman, die steeds op Ymuiden moet
zijn.
De Voorzitter antwoordt, dat dit uitzonderingen zijn, waarvoor dis-
pensatie kan worden verleend.
De Heer Böhne staat op het standpunt, dat ieder persoonlijk zijn
toewijzing moet halen. Uitzondering moet worden ge-
maakt voor die gevallen, welke, met goede redenen om-
schreven, kunnen aantoonen, dat zij niet persoonlijk
op de Vischmarkt kunnen komen. Deze worden op een
lijst verzameld, die op de Vischmarkt moet worden
bekend gemaakt.
De Heer Van Zanten staat ook op dit standpunt; hij wil zelfs geen enke-
le uitzondering toestaan. Men zou moeten kiezen of
deelen. Indien men handelaar is, moet men ook op de
Vischmarkt zijn toewijzingen in ontvangst nemen. De
Mosselencombinatie heeft toch ook moeten kiezen tus-
schen kleinhandelaar in visch of grossier in mosse-
len.
De Heer Rienstra wijst erop, dat de Verdeelingscommissie er niet mee
te maken heeft of men dubbele zaken drijft. Indien
men alleen vischhandelaar is, is er niets op tegen,
dat men zijn visch persoonlijk in ontvangst neemt,
maar welk standpunt moet worden ingenomen ten aanzien
van de zaken, die over personeel beschikken. Het moet
toch mogelijk zijn, dat de patroon zijn personeel
stuurt om de visch te halen. Spreker wijst erop, dat
hij zijn personeel ook al niet kan gebruiken om de
visch thuis te laten bezorgen, omdat dit niet geoor-
loofd is. Indien zij ook nog niet de visch aan de
Markt mogen halen, waarom moet hij dan nog personeel
hebben.
De Voorzitter wijst erop, dat de leden in het algemeen hun stand-
punt moeten bepalen; men moet niet zijn persoonlijke
zaken naar voren brengen; uitzonderingen op de voor-
gestelde regeling moeten mogelijk zijn.
De Heer S'iphorst wijst op den toestand, welke bestond vóór den oorlog.
Toen kwam iedere handelaar persoonlijk om op de Markt
te koopen. Toen stuurde men ook niet het personeel
om de inkoopen te doen.
De Heer Sieburgh wijst erop, dat het vóór den oorlog aan den kleinhan-
delaar zelf lag, of hij op de Markt wilde komen of
niet; hij kwam daar om zijn inkoopen te doen, wanneer
hem zulks paste. Nu is er verdeeling en iedere hande-
laar moet afwachten tot hij aan de beurt is. Spreker
kan zich voorstellen, dat handelaren met personeel
zich op het standpunt stellen, dat het personeel de
toewijzing in ontvangst moet kunnen nemen; hiervoor is
geen enkel koopmanschap meer noodig.
De Voorzitter recapituleert, dat in principe allen het er over eens
zijn, dat ieder persoonlijk zijn toewijzing in ont-
vangst neemt. Spreker onderstreept de meening van den
Heer Sieburgh. Er zijn natuurlijk moeilijkheden aan Het document verslaat een debat over de verplichting voor vishandelaren om hun toegewezen partijen vis persoonlijk op de markt af te halen. De kernpunten van de discussie zijn:
- Handhaafbaarheid: De voorzitter stelt dat controle onmogelijk wordt als handelaren niet zelf aanwezig zijn.
- Grossiers versus Kleinhandelaren: De heer Mooyer wijst op de onuitvoerbaarheid voor grossiers die op meerdere locaties (zoals IJmuiden) aanwezig moeten zijn. De voorzitter suggereert hiervoor een dispensatieregeling.
- Striktheid van de regels: De heren Böhne en Van Zanten pleiten voor een strikte lijn om misbruik te voorkomen, waarbij Van Zanten zelfs tegen uitzonderingen is (het "kiezen of deelen"-principe).
- Inzet van personeel: De heren Rienstra en Sieburgh kaarten aan dat het onlogisch is dat personeel de vis niet mag ophalen, zeker omdat zij door geldende regels ook al niet mogen bezorgen. Sieburgh wijst erop dat er onder het huidige distributiesysteem geen "koopmanschap" (onderhandeling) meer aan te pas komt bij het afhalen, waardoor de aanwezigheid van de patroon zelf minder essentieel is dan voor de oorlog.
- Consensus: De voorzitter concludeert dat men het in principe eens is over de zelf-afhaalplicht, maar erkent dat er praktische problemen blijven bestaan. Dit document stamt uit de periode van de wederopbouw in Nederland, vlak na de Tweede Wereldoorlog. De termen "toewijzing", "verdeeling" en de referentie naar de situatie "vóór den oorlog" wijzen op een stelsel van distributie en schaarste. In deze tijd werden goederen, waaronder vis, door overheidscommissies (zoals de genoemde Verdeelingscommissie) toegewezen aan handelaren om een eerlijke verspreiding en prijsbeheersing te garanderen.
De discussie weerspiegelt de spanning tussen de bureaucratische noodzaak tot controle (tegen zwartmarkthandel) en de praktische behoeften van ondernemers die proberen hun bedrijfsvoering weer op de rails te krijgen binnen de beperkende regels van het distributiestelsel. De vermelding van IJmuiden als centrale visafslag en namen zoals Klaas Veerman suggereren een sterke link met de Noord-Hollandse visserijsector.