Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 222
Dossier 10
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven memo of verslag van een ambtelijke commissie.

2 februari 1943.

Origineel

Handgeschreven memo of verslag van een ambtelijke commissie. 2 februari 1943. (4

Kringcommissie heeft op 2/2 '43
den wensch geuit om voor den
aanvang van het seizoen haar meening
over de wijze van verdeeling, meer
speciaal wat betreft de variëteering in
de toewijzingen, kenbaar te maken.

Gezien de practijk van 1942 is het
ten sterkste aan te bevelen, den raad
voor te stellen, voor aal en zoetwater-
visch dezelfde regeling te volgen als
door hem voor de Zeevisch is goedge-
keurd nl. gelijke toewijzingen
aan straathandelaren en gelijke
toewijzingen aan winkels.

Bijv. 1 toewijz. à 40 voor straathand.
2 " = 80 " winkels
3 " = 120 " voor
rookers en allergrootste zaken
welke ook instellingen bedienen.
De groote toewijzing voor rookers
lijkt mij billijk, daar deze het voor-
namelijk van het aalseizoen moeten
hebben.

Wanneer dit stelsel voor het
nieuwe seizoen wordt gevolgd, wordt
dus het stelsel van de basisjaren ver-
laten. Dit kan echter niet anders dan
worden toegejuicht. Aangezien de klein-
handel in het algemeen niet aan de hand
van hun boekhouding kon aantoonen,
welke hun omzetten waren geweest,
moest de verdeeling geschieden op
schattingen waarbij werd afgegaan
op het inzicht van de leden der
Com. in den handel van de diverse
vischhandelaren. Met als gevolg
felle reacties van den handel en bo-
vendien op de Vischwacht. Het document bespreekt een verschuiving in het beleid voor de visdistributie aan het begin van 1943. De belangrijkste punten zijn:

  1. Uniformering van quota: De commissie stelt voor om voor aal en zoetwatervis hetzelfde systeem te hanteren als reeds goedgekeurd voor zeevis. Dit houdt in dat handelaren worden ingedeeld in vaste categorieën met standaardhoeveelheden (bijv. 40 eenheden voor straathandel, 80 voor winkels en 120 voor rokerijen/grootgebruikers).
  2. Loslaten van de 'basisjaren': Men wil afstappen van toewijzingen gebaseerd op historische omzetcijfers uit het verleden. De reden hiervoor is pragmatisch: veel kleine handelaren beschikten niet over een deugdelijke boekhouding om hun eerdere omzetten te bewijzen.
  3. Subjectiviteit en onrust: Omdat harde gegevens ontbraken, moesten toewijzingen worden gebaseerd op schattingen en het persoonlijke inzicht van commissieleden. Dit leidde tot willekeur, onvrede bij de vishandelaren en extra druk op de controlerende instantie (de Vischwacht). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de visserij in Nederland onderhevig aan strenge distributieregels om de schaarse voedselvoorraad te beheersen. De "Zeevisch" (verwijzend naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, afdeling vis) en de "Vischwacht" speelden hierbij een centrale rol. De Vischwacht was belast met de controle op de aanvoer en handel om zwarte handel tegen te gaan. Het document illustreert de bureaucratische worsteling om een 'eerlijke' verdeling te vinden in een sector die van oudsher weinig administratief onderlegd was. De "rookers" (palingrokerijen) kregen een voorkeursbehandeling omdat zij sterk afhankelijk waren van het specifieke visseizoen.

Samenvatting

Het document bespreekt een verschuiving in het beleid voor de visdistributie aan het begin van 1943. De belangrijkste punten zijn:

  1. Uniformering van quota: De commissie stelt voor om voor aal en zoetwatervis hetzelfde systeem te hanteren als reeds goedgekeurd voor zeevis. Dit houdt in dat handelaren worden ingedeeld in vaste categorieën met standaardhoeveelheden (bijv. 40 eenheden voor straathandel, 80 voor winkels en 120 voor rokerijen/grootgebruikers).
  2. Loslaten van de 'basisjaren': Men wil afstappen van toewijzingen gebaseerd op historische omzetcijfers uit het verleden. De reden hiervoor is pragmatisch: veel kleine handelaren beschikten niet over een deugdelijke boekhouding om hun eerdere omzetten te bewijzen.
  3. Subjectiviteit en onrust: Omdat harde gegevens ontbraken, moesten toewijzingen worden gebaseerd op schattingen en het persoonlijke inzicht van commissieleden. Dit leidde tot willekeur, onvrede bij de vishandelaren en extra druk op de controlerende instantie (de Vischwacht).

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de visserij in Nederland onderhevig aan strenge distributieregels om de schaarse voedselvoorraad te beheersen. De "Zeevisch" (verwijzend naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, afdeling vis) en de "Vischwacht" speelden hierbij een centrale rol. De Vischwacht was belast met de controle op de aanvoer en handel om zwarte handel tegen te gaan. Het document illustreert de bureaucratische worsteling om een 'eerlijke' verdeling te vinden in een sector die van oudsher weinig administratief onderlegd was. De "rookers" (palingrokerijen) kregen een voorkeursbehandeling omdat zij sterk afhankelijk waren van het specifieke visseizoen.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein f 2,44
Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling van 125 – 250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 125-250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 70 – 125 gram Waterlooplein " 1,78
Aal en paling van 70-125 gram Waterlooplein " 1,78
A.A. Pakkoo Waterlooplein -----
Aard., groente ,fruit -48
Aard., groente ,fruit 964
W. Fruithof Waterlooplein 992
W. Fruithof Waterlooplein 745
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 715
A. Boots Waterlooplein
A. Boots Waterlooplein 50
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
Levie Locher Waterlooplein
Levie Locher Waterlooplein
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3