Archiefdocument
Origineel
-5-
~~toewijzing levende aal.~~
enkele & dubbele toewijzing.
De Heer Sixma memoreert, dat er aanvankelijk stemmen waren opgegaan, dus vóórdat tot de verdeeling was overgegaan, om voor alle handelaren gelijke toewijzingen te stellen. Dit standpunt is echter spoedig verlaten, omdat de bona fide handelaren hiertegen ernstig bezwaar maakten. Is de toestand op het oogenblik nu nog wel zoo, dat er groote verschillen tusschen de categorieën onderling bestaan?.
De Heer Lammers deelt mede, dat hij het standpunt van den Heer Van Meurs op hoogen prijs stelt. Vanzelfsprekend is het voor de bona-fide handelaren zeer moeilijk om op het standpunt van gelijke verdeeling voor iedereen te gaan staan. De Commissieleden weten, dat zij de vischverdeeling hebben moeten opbouwen zonder een enkel feitelijk gegeven, doch geconstateerd moet worden, dat deze verdeeling zoo eerlijk mogelijk heeft plaatsgehad en dat de toewijzingen zijn gegeven zonder aanzien van de politieke kleur van den handelaar. Doch juist de politiek van enkele kleinhandelaren maakt het ons thans onmogelijk om op deze wijze door te gaan. Het is eenvoudig niet te beschrijven op welke wijze de Commissieleden en de ambtenaren van het Marktwezen door deze handelaren worden bejegend en gequalificeerd. Spreker is het volkomen eens met den heer Van Meurs, dat de kans bestaat, dat de handelaren, die thans een dubbele toewijzing ontvangen, in het geweer zullen komen. Vast staatechter, dat de Commissie iets moet doen om de onrust op de Vischmarkt weg te wisschen. Verder moet geconstateerd worden, dat de verdeeling, zooals deze thans is, wellicht eerlijker is, dan wanneer deze zou zijn geschied aan de hand van de omzetcijfers. Inderdaad is het zoo, De tekst handelt over de systematiek van de toewijzing (distributie) van vis aan handelaren. Er is een discussie gaande tussen twee principes:
1. Gelijke verdeling: Een aanvankelijk idee om iedereen hetzelfde te geven.
2. Gedifferentieerde verdeling:* Rekening houden met de status van handelaren (met name de "bona-fide" handelaren) en hun historische omzet of categorie.
De heer Sixma vraagt zich af of de huidige grote verschillen tussen handelaren nog wel legitiem zijn. De heer Lammers verdedigt het werk van de Commissie en het Marktwezen. Hij stelt dat het systeem apolitiek is opgezet onder moeilijke omstandigheden. Er is blijkbaar sprake van aanzienlijke sociale spanningen ("onrust op de Vischmarkt") en wrijving tussen handelaren en ambtenaren. Er wordt gewaarschuwd voor protest ("in het geweer komen") van handelaren die hun voorkeurspositie (dubbele toewijzing) dreigen te verliezen. De historische context is die van een gereguleerde markt, zeer waarschijnlijk tijdens de periode van schaarste en distributie rond de jaren 1940-1950 in Nederland. De opmerking over de "politieke kleur" van handelaren suggereert dat politieke betrouwbaarheid een rol speelde bij het toekennen van vergunningen of quota, wat een typisch thema was tijdens de bezetting en de periode van zuivering direct na de oorlog. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezag op de markthandel. De genoemde personen (Sixma, Lammers, Van Meurs) waren vermoedelijk commissieleden of afgevaardigden van handelsverenigingen. Lammers verdedigt (De heer) Sixma vraagt (De heer) Marktwezen