Uittreksel uit de notulen van een vergadering.
Origineel
Uittreksel uit de notulen van een vergadering. 30 november 1943. [Handgeschreven linksboven:]
besproken 12/1 1944 met Th. Mens
[Handgeschreven rechtsboven:]
gezien door Th. Mens op 4/1'44 retour
[Getypte tekst:]
Uittreksel uit vergadering Verdeelcommissie
30 November 1943.
======================================================
Aanwezig Voorzitter, Secretaris leden Lammer, Van Zanten, Sliphorst en Gootjes en de heer Sieburgh.
J.P.K.Schoos vraagt via Nederlandsche Visscherij Centrale vestiging als winkelier.
Commissie afwijzend. Is altijd marktkoopman geweest.
F.Brondsma vraagt toewijzing visch. Oud filiaalhouder van Joodsche zaak Levie Biet.
Commissie afwijzend. Is nooit zelfstandig in vischhandel werkzaam geweest.
G.J. Hendriks vraagt thans toewijzing versche visch. Verzoek is een jaar geleden toegestaan, doch Hendriks heeft toen van de toewijzing afgezien, omdat hij liever rooker bleef en hij als versche vischhandelaar niet meer mocht rooken. Hendriks heeft echter recht op versche visch. In basisjaren verkocht hij naast gerookte visch ook versche.
Hij doet thans afstand van zijn rechten als rookers.
Commissie wijst toe:
1 toewijzing zeevisch
1 " zoetw.visch
2 " aal
3 " garnalen
1 " ger.visch.
Al deze vischsoorten moeten echter versch op de markten worden verkocht.
S.C.Marinus Jr. herhaalt verzoek om in vischhandel te worden opgenomen. Zie hieromtrent correspondentie met Wethouder voor de Levensmiddelen, en Nederlandsche Visscherij Centrale.
Marinus wenscht door de Commissie te worden gehoord aangezien deze naar zijn meening zijn verzoek steeds ten onrechte hebben afgewezen.
Lammers: wijst erop, dat de Commissie zeer onvolledig is en ^[handgeschreven:] DAT het daarom niet gewenscht is om over dit moeilijke geval thans te beslissen. Marinus komt ter vergadering en wordt van het vorenstaande op de hoogte gebracht.
Hij legt over verschillende verklaringen, waaruit blijkt, dat hij sedert 1935 visch heeft betrokken onder andere van grossier P.de Ruyter en J.H.C. Jansen en deze in het klein op de Lindengracht op een zoogenaamde losse plaats heeft verkocht.
Marinus: deelt mede, dat hij van de Nederlandsche Visscherij Centrale een ^[handgeschreven:] AFWIJZING [doorgehaald en gecorrigeerd naar:] TOEWIJZING / op zijn verzoek heeft ontvangen, aangezien hij volgens Verdeelcommissie Amsterdam bekend stond als provocateur en prijsopdrijver. Hiermede neemt hij geen genoegen, hij heeft de zaak in handen gegeven van zijn advocaat. Dit document biedt een inkijk in de bureaucratische controle op de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De handel in vis was strikt gereguleerd door de 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (NVC) en lokale verdeelcommissies om schaarste en zwarte handel te beheersen.
Opvallende elementen in de tekst:
* Uitsluiting: Verzoeken worden vaak afgewezen op basis van het verleden van de aanvrager (bijv. Schoos was 'slechts' marktkoopman).
* Arisering: De vermelding van F. Brondsma als filiaalhouder van de "Joodsche zaak Levie Biet" is historisch significant. Het duidt op de 'arisering' van de economie, waarbij Joodse ondernemers uit hun zaken werden gezet en niet-Joodse werknemers of 'Verwalters' probeerden de handel over te nemen of voort te zetten.
* Regelgeving: De zaak van G.J. Hendriks toont de strikte scheiding tussen beroepen (roker versus vershandelaar). Men mocht niet beide ambachten uitoefenen.
* Conflict: De zaak van S.C. Marinus Jr. laat de spanning zien tussen handelaren en de controlerende instanties. De kwalificatie "provocateur en prijsopdrijver" was in die tijd een zware beschuldiging die kon leiden tot uitsluiting van distributie. Tijdens de bezetting (1940-1945) was bijna alles 'op de bon'. De overheid (onder Duits toezicht) bepaalde wie mocht handelen en hoeveel zij kregen toebedeeld. De Lindengracht in Amsterdam, genoemd in de tekst, was en is een bekende marktlocatie. De handgeschreven notities van "Th. Mens" (waarschijnlijk een ambtenaar of inspecteur) tonen aan dat deze notulen naderhand zijn gecontroleerd en besproken in januari 1944. De juridische stappen van Marinus ("zaak in handen gegeven van zijn advocaat") wijzen op een actieve weerstand tegen de besluitvorming van de Verdeelcommissie.