Getypte notulen of verslag van een commissievergadering met handgeschreven correcties.
Origineel
Getypte notulen of verslag van een commissievergadering met handgeschreven correcties. Ongetekend, maar de inhoud verwijst naar de jaren 1938-1941 en de huidige werkzaamheden van "erkenningscommissies", wat duidt op de vroege naoorlogse periode (ca. 1945-1946). - 2 -
Marinus zet daarna zijn handelingen op vischgebied uiteen. Hij kocht soms groote hoeveelheden visch en verkocht deze weder aan handelaren; met restantjes ging hij wel naar den Lindengracht om deze aan het publiek te verkoopen. Met de Urker visschers-aanvoerders op de Vischmarkt deed hij wel zaken doordat hij den prijs zette.
De Commissie merkt op, dat het geheele betoog van Marinus uitwijst, dat hij in hoofdzaak voor anderen kocht. Hij was tusschenhandelaar. Met den normalen gang van zaken van een kleinhandelaar heeft een en ander echter niets te maken.
Gootjes: Wanneer Marinus in 1940 niet als chauffeur naar het buitenland was gegaan, had hij stellig, evenals zoo vele anderen, in de verdeeling opgenomen geworden.
in d [handgeschreven boven Lammers;]
Lammers; wijst erop, dat momenteel de erkenningscommissies in den lande, én ook in Amsterdam, aan het werk zijn.
Marinus zal stellig niet als kleinhandelaar worden erkend, omdat hij niet kan aantoonen, dat hij in de jaren 1938 - 1940 in den kleinhandel werkzaam was.
Hij zal worden verwezen naar den Vakgroep Tusschenhandelaren. Lammers onderstreept mededeeling van Gootjes. Echter zullen al deze twijfel-gevallen bij de op handen zijnde erkenning niet worden erkend en worden uitgesloten.
Marinus verlaat vergadering
Voorzitter: concludeert, dat Marinus zichzelf als tusschenhandelaar heeft gekwalificeerd.
Vaststaat evenwel, dat wanneer Marinus zich in 1940/1941 had aangemeld hij in de [de is doorgehaald] verdeeling zou zijn opgenomen, omdat toen nog niet zulke strenge maatstaven werden aangelegd.
Besloten wordt in de kwitantieboeken [e handgeschreven ingevoegd] losse plaatsen Lindengracht te doen nagaan hoeveel malen Marinus in de jaren 1938 - 1939 een plaats op deze markt heeft ingenomen.
Bovendien zal aan de grossiers De Ruyter en Jansen worden gevraagd welke hoeveelheden visch ze hebben geleverd aan den kleinhandelaar Marinus.
Mosselenverdeeling.
De heer Sieburgh deelt mede, dat hij herhaaldelijk bezoek krijgt van een zevental mosselenventers, die vragen om hun dezelfde rechten te geven bij de mosselenverdeeling als de garnalenpelsters bij de garnalen namelijk bij elke aanvoer van mosselen per dag 2 à 3 balen mosselen en wanneer zij aan de beurt zijn hun normale toewijzing. Deze regeling zal dan alleen moeten Het document verslaat een bureaucratische besluitvorming over de handelsstatus van een individu genaamd Marinus. De kern van het geschil is of hij als "kleinhandelaar" (retailer) of "tusschenhandelaar" (tussenhandelaar/grossier) moet worden aangemerkt. Deze kwalificatie was in de naoorlogse jaren van cruciaal belang voor de toegang tot de officiële toewijzing van schaarse goederen (de "verdeeling").
Uit de tekst blijkt dat Marinus in een grijs gebied opereerde: hij handelde in het groot, maar verkocht ook restanten op de markt (Lindengracht). Omdat hij tussen 1938-1940 als chauffeur in het buitenland werkte, kan hij zijn status als gevestigd kleinhandelaar niet eenvoudig bewijzen. De commissie neigt naar een afwijzing als kleinhandelaar, maar besluit tot nader onderzoek in de marktregisters en bij leveranciers (De Ruyter en Jansen) om zijn werkelijke handelsvolume vast te stellen.
Het tweede deel van het document introduceert een nieuw agendapunt over de mosselenverdeeling. Hieruit blijkt de spanning tussen verschillende groepen kleine handelaren (mosselenventers versus garnalenpelsters) over de rechtvaardigheid van de distributieregels. Dit document is een treffend voorbeeld van de geleide economie in Nederland direct na de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de enorme schaarste aan voedsel en goederen hield de overheid via een complex systeem van vergunningen en distributiebonnen ("de verdeeling") strak toezicht op de handel.
Handelaren moesten worden "erkend" door speciale commissies. Deze erkenning was vaak gebaseerd op de situatie van vóór de oorlog (1938-1940), om te voorkomen dat personen die tijdens de bezetting op onduidelijke wijze in de handel waren gegaan, nu legale status zouden krijgen. De strikte bewijslast die aan Marinus wordt opgelegd, toont hoe rigide dit systeem was. De vermelding van specifieke Amsterdamse locaties zoals de Lindengracht en de Vischmarkt plaatst deze bureaucratische strijd in het hart van de Amsterdamse volkseconomie van die tijd. Sieburgh deelt (De heer) Vakgroep