Handgeschreven notitie/verslag, waarschijnlijk uit een juridisch of disciplinair dossier.
Origineel
Handgeschreven notitie/verslag, waarschijnlijk uit een juridisch of disciplinair dossier. [Rechtsboven: 2.]
dus:
v. 1929 – 1934
personeel bij kleinhan-
delaren. daarna klein-
handelaren volgens ver-
klaringen. t/m 1937 lid
geweest v. handlaren-
verg. v. hammers.
M. zegt: brief v. N.V.C., dat
hij bekend staat als provo-
cateur en prijsopdrijver.
Daarmee neemt hij geen
genoegen. Zaak in handen
gegeven v. advocaat.
Betoog wijst uit, dat hij
in hoofdzaak voor econo-
misch kocht en daarna
vorm prijs-ophield. Ver-
kocht ook wel eens res-
tantjes op hort. echter
niet normale gang
zaken v. kleinhandelaar.
Gorp. Als M. in 1940 niet was
weggegaan als chauffeur
had hij stelling, evenals Faille
e.d. in verdediging opgenomen
geweest. Echter ettelijke jaren
[onderaan afgebroken: verstreken?] Het document bevat aantekeningen over de loopbaan en een beschuldiging tegen een zekere "M.".
* Loopbaan: M. werkte tussen 1929 en 1934 voor kleinhandelaren en werd daarna zelfstandig. Hij was tot 1937 lid van een handelsvereniging.
* Beschuldiging: De N.V.C. (mogelijk de Nederlandse Volks-Centrale of een handelsorganisatie) heeft M. bestempeld als "provocateur en prijsopdrijver". Dit was een ernstige beschuldiging, zeker in de context van de economische crisis of de schaarste tijdens de oorlogsjaren.
* Verdediging: M. vecht dit aan via een advocaat. Zijn verdediging voert aan dat zijn inkoopgedrag "economisch" gemotiveerd was en dat de verkoop van kleine restanten buiten de vaste handel om ("op hort") niet representatief was voor zijn normale bedrijfsvoering.
* Contextuele Opmerking: Er wordt gerefereerd aan het jaar 1940. Als M. niet als chauffeur was vertrokken, had hij blijkbaar een betere verdedigingspositie gehad (mogelijk in een militaire of burgerwacht-context, samen met iemand genaamd "Faille"). Dit soort documenten komt veelvuldig voor in archieven betreffende de Bijzondere Rechtspleging of de Economische Tuchtrechtspraak direct na de Tweede Wereldoorlog. De termen "prijsopdrijver" en "provocateur" wijzen op een onderzoek naar zwarte handel of onvaderlandslievend gedrag tijdens de bezetting. De notitie lijkt een samenvatting van een verhoor of een voorbereidend onderzoek door een onderzoeksrechter of zuiveringscommissie.
Samenvatting
Het document bevat aantekeningen over de loopbaan en een beschuldiging tegen een zekere "M.".
* Loopbaan: M. werkte tussen 1929 en 1934 voor kleinhandelaren en werd daarna zelfstandig. Hij was tot 1937 lid van een handelsvereniging.
* Beschuldiging: De N.V.C. (mogelijk de Nederlandse Volks-Centrale of een handelsorganisatie) heeft M. bestempeld als "provocateur en prijsopdrijver". Dit was een ernstige beschuldiging, zeker in de context van de economische crisis of de schaarste tijdens de oorlogsjaren.
* Verdediging: M. vecht dit aan via een advocaat. Zijn verdediging voert aan dat zijn inkoopgedrag "economisch" gemotiveerd was en dat de verkoop van kleine restanten buiten de vaste handel om ("op hort") niet representatief was voor zijn normale bedrijfsvoering.
* Contextuele Opmerking: Er wordt gerefereerd aan het jaar 1940. Als M. niet als chauffeur was vertrokken, had hij blijkbaar een betere verdedigingspositie gehad (mogelijk in een militaire of burgerwacht-context, samen met iemand genaamd "Faille").
Historische Context
Dit soort documenten komt veelvuldig voor in archieven betreffende de Bijzondere Rechtspleging of de Economische Tuchtrechtspraak direct na de Tweede Wereldoorlog. De termen "prijsopdrijver" en "provocateur" wijzen op een onderzoek naar zwarte handel of onvaderlandslievend gedrag tijdens de bezetting. De notitie lijkt een samenvatting van een verhoor of een voorbereidend onderzoek door een onderzoeksrechter of zuiveringscommissie.