Archiefdocument
Origineel
Onbekend, vermoedelijk winter 1944-1945 (Tweede Wereldoorlog/Hongerwinter). Staat III C.
Per hoofd en per beurt krijgt men dus bij deze
opstelling berekend in grammen mosselen
| Buurt | Wijk | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|---|
| Buurt Albert Cuypstraat | I : | 11.700 x 500 / 142.160 | = ± 41 gram mosselen |
| " Ten Katestraat | II : | 9.900 x 500 / 68.830 | = ± 72 " " |
| " Lindengracht | III : | 22.500 x 500 / 103.640 | = ± 108 " " |
| " Dapperstraat | IV : | 10.200 x 500 / 136.790 | = ± 37 " " |
| " Nieuwmarkt | V : | 5.100 x 500 / 44.710 | = ± 57 " " |
| " Stadionplein | VI : | 3.000 x 500 / 63.720 | = ± 24 " " |
| " Jan Evertsenstraat | VII : | 5.100 x 500 / 102.890 | = ± 25 " " |
| " Mosplein | VIII : | 5.400 x 500 / 35.790 | = ± 80 " " |
| " Beethovenstraat | IX : | 600 x 500 / 24.710 | = ± 12 " " |
De uitkomsten laten enorme verschillen zien in de beschikbare rantsoenen per wijk. De bewoners rond de Lindengracht (Jordaan) ontvingen volgens deze staat negen keer zoveel mosselen (108 gram) als de bewoners van de Beethovenstraat (12 gram). Dit kan te maken hebben met de toewijzing van voorraden aan specifieke volksbuurten waar de nood het hoogst was, of de logistieke verdeling over de verschillende Amsterdamse marktpleinen. Dit document is een treffend voorbeeld van de schaarste-economie tijdens de Duitse bezetting van Nederland, zeer waarschijnlijk tijdens de Hongerwinter van 1944-1945. In deze periode was de reguliere voedselvoorziening ingestort. Mosselen werden vanuit de kustgebieden (Zeeland en het noorden) aangevoerd als alternatieve eiwitbron voor de hongerende bevolking in de steden, omdat vlees en vis nagenoeg niet meer verkrijgbaar waren.
De genoemde locaties zijn de bekende Amsterdamse marktgebieden. Het feit dat ambtenaren tot op de gram nauwkeurig moesten uitrekenen wat de bevolking per "beurt" (distributiemoment) kreeg, getuigt van de extreme schaarste waarbij elke gram voedsel letterlijk van levensbelang kon zijn. De Beethovenstraat was in die tijd een wijk waar relatief veel welgestelden en ook veel Duitse officieren en collaborateurs woonden, wat de afwijkende (lagere) toewijzing in deze tabel opmerkelijk maakt, tenzij de populatie daar simpelweg geen gebruik maakte van deze specifieke vorm van noodhulp.
Samenvatting
Het document toont een wiskundige benadering van voedseldistributie. De formule die gehanteerd wordt, lijkt een totale hoeveelheid (waarschijnlijk in een bepaalde eenheid vermenigvuldigd met 500) te delen door de populatie van een specifiek district (de noemer).
De uitkomsten laten enorme verschillen zien in de beschikbare rantsoenen per wijk. De bewoners rond de Lindengracht (Jordaan) ontvingen volgens deze staat negen keer zoveel mosselen (108 gram) als de bewoners van de Beethovenstraat (12 gram). Dit kan te maken hebben met de toewijzing van voorraden aan specifieke volksbuurten waar de nood het hoogst was, of de logistieke verdeling over de verschillende Amsterdamse marktpleinen.
Historische Context
Dit document is een treffend voorbeeld van de schaarste-economie tijdens de Duitse bezetting van Nederland, zeer waarschijnlijk tijdens de Hongerwinter van 1944-1945. In deze periode was de reguliere voedselvoorziening ingestort. Mosselen werden vanuit de kustgebieden (Zeeland en het noorden) aangevoerd als alternatieve eiwitbron voor de hongerende bevolking in de steden, omdat vlees en vis nagenoeg niet meer verkrijgbaar waren.
De genoemde locaties zijn de bekende Amsterdamse marktgebieden. Het feit dat ambtenaren tot op de gram nauwkeurig moesten uitrekenen wat de bevolking per "beurt" (distributiemoment) kreeg, getuigt van de extreme schaarste waarbij elke gram voedsel letterlijk van levensbelang kon zijn. De Beethovenstraat was in die tijd een wijk waar relatief veel welgestelden en ook veel Duitse officieren en collaborateurs woonden, wat de afwijkende (lagere) toewijzing in deze tabel opmerkelijk maakt, tenzij de populatie daar simpelweg geen gebruik maakte van deze specifieke vorm van noodhulp.