Brief / Verzoekschrift.
Origineel
Brief / Verzoekschrift. Mijne Heeren. Hiermede doe ik
nogmaals een verzoek tot in-
aanmerking te komen voor een
toewijzing van zoetwatervis
aangezien ik J Koper staanplaats
Gaaspstraat voorheen Albert Cuijp str
Heb 1-9-1929 voor 10 Mei 1940
mijn zoetwatervis betrokken
heeft van de Amsterdamsche
Vismarkt Gaarne zie ik dat aan
mijn toezegging wordt voldaan
20 K.G.
Hoogachtend
J Koper
Adres Vrolikstraat 62 III hoog De brief is een formeel, handgeschreven verzoek van J. Koper aan de betreffende instanties (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam). De schrijver verzoekt om een staanplaats voor de handel in zoetwatervis. Hij motiveert dit door aan te tonen dat hij een ervaren koopman is die reeds van 1 september 1929 tot aan de Duitse inval op 10 mei 1940 actief was op de Amsterdamse markten (met name de Gaaspstraat en de Albert Cuypstraat).
Opvallende details zijn:
* Toezegging: De schrijver refereert aan een eerdere toezegging, wat impliceert dat er al eerder contact is geweest over deze zaak.
* 20 K.G.: Deze vermelding onderaan de tekst verwijst vermoedelijk naar de gewenste of voorheen toegewezen hoeveelheid vis (quotum) per marktdag.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een net, licht hellend schuinschrift dat karakteristiek is voor het Nederlandse onderwijs in de vroege 20e eeuw. Dit document past in de context van de wederopbouw en de normalisering van de handel na de Tweede Wereldoorlog. Veel marktkooplieden die hun nering tijdens de bezetting hadden moeten staken of hun vergunning waren kwijtgeraakt, dienden na de bevrijding verzoeken in om hun oude rechten te herstellen. De datum 10 mei 1940 fungeerde in dergelijke administratieve procedures vaak als de 'peildatum' om aan te tonen dat men een legitieme ondernemer was. De Albert Cuypmarkt en de markt in de Gaaspstraat waren belangrijke economische knooppunten in de Amsterdamse volksbuurten. De Vrolikstraat 62, het woonadres van de afzender, ligt in de Oosterparkbuurt.
Samenvatting
De brief is een formeel, handgeschreven verzoek van J. Koper aan de betreffende instanties (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam). De schrijver verzoekt om een staanplaats voor de handel in zoetwatervis. Hij motiveert dit door aan te tonen dat hij een ervaren koopman is die reeds van 1 september 1929 tot aan de Duitse inval op 10 mei 1940 actief was op de Amsterdamse markten (met name de Gaaspstraat en de Albert Cuypstraat).
Opvallende details zijn:
* Toezegging: De schrijver refereert aan een eerdere toezegging, wat impliceert dat er al eerder contact is geweest over deze zaak.
* 20 K.G.: Deze vermelding onderaan de tekst verwijst vermoedelijk naar de gewenste of voorheen toegewezen hoeveelheid vis (quotum) per marktdag.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een net, licht hellend schuinschrift dat karakteristiek is voor het Nederlandse onderwijs in de vroege 20e eeuw.
Historische Context
Dit document past in de context van de wederopbouw en de normalisering van de handel na de Tweede Wereldoorlog. Veel marktkooplieden die hun nering tijdens de bezetting hadden moeten staken of hun vergunning waren kwijtgeraakt, dienden na de bevrijding verzoeken in om hun oude rechten te herstellen. De datum 10 mei 1940 fungeerde in dergelijke administratieve procedures vaak als de 'peildatum' om aan te tonen dat men een legitieme ondernemer was. De Albert Cuypmarkt en de markt in de Gaaspstraat waren belangrijke economische knooppunten in de Amsterdamse volksbuurten. De Vrolikstraat 62, het woonadres van de afzender, ligt in de Oosterparkbuurt.