Getypt conceptbesluit (doorslag).
Origineel
Getypt conceptbesluit (doorslag). [Pagina 1]
Concept.
Besluit Nº tot regeling van de zoetwatervischvoorziening
van de Gemeente Amsterdam.
De NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE;
Gelet op artikel 4, 5 en 6 van het Visscherijbesluit 1941
HEEFT BEPAALD:
Art. 1.
Dit besluit verstaat onder:
"vischafslag": den gemeentelijken vischafslag te Amsterdam, derhalve
niet het buitenterrein van genoemden vischafslag;
"verhandelen": verhandelen en doen verhandelen;
"afleveren": afleveren en doen afleveren.
Art. 2.
Met inachtneming van het bepaalde in het volgend artikel, zijn de
groothandelaren, die daartoe door de Nederlandsche Visscherijcentrale
zijn aangewezen, verplicht zoetwatervisch over den vischafslag te ver-
handelen en af te leveren.
Art. 3.
De Nederlandsche Visscherijcentrale stelt wekelijks de hoeveelheden
zoetwatervisch vast, welke iedere groothandelaar, als bedoeld in het
voorgaande artikel, over de daarop volgende week over den vischafslag
mag verhandelen en afleveren. Zij dragen er zorg voor, zooveel moge-
lijk iederen dag een hoeveelheid zoetwatervisch over den vischafslag
te verhandelen, met dien verstande, dat de voor ieder van hen vastge-
stelde hoeveelheid niet wordt overschreden.
Art. 4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 2 en 3, is het verhandelen en
afleveren van zoetwatervisch ten behoeve van de vischvoorziening van
de Gemeente Amsterdam, slechts toegestaan aan vaste afnemers, wonende
te Amsterdam, aan wie zij in de jaren 1939 en 1940 hebben geleverd,
met uitzondering van venters en marktkooplieden (z.g. standwerkers),
indien en voor zoover vooraf aan de Nederlandsche Visscherijcentrale een
opgave is gedaan van de namen van deze afnemers en deze leveringen
schriftelijk door de Nederlandsche Visscherijcentrale zijn goedgekeurd.
Art. 5.
Dit besluit treedt in werking met ingang van
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
Directeur Secretaris.
Gr/Mu. Dit document is een juridisch ontwerp voor de regulering van de handel in zoetwatervis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het besluit is centralisatie en controle:
- Gedwongen nering: Groothandelaren worden verplicht om uitsluitend via de gemeentelijke visafslag te handelen (Art. 2). Directe handel buiten de afslag om wordt hiermee verboden.
- Quotering: De Nederlandsche Visscherijcentrale krijgt de macht om wekelijks vast te stellen hoeveel vis een handelaar mag verhandelen (Art. 3). Dit wijst op een tekort aan producten en de noodzaak tot rantsoenering.
- Bevriezing van de markt: In Artikel 4 wordt bepaald dat er alleen geleverd mag worden aan "vaste afnemers" uit de jaren 1939 en 1940. Dit systeem van 'historische rechten' werd vaak gebruikt om de bestaande distributiekanalen te controleren en de zwarte handel tegen te gaan. Opvallend is de uitzondering voor venters en marktkooplieden, die blijkbaar aan strengere banden werden gelegd of geheel werden uitgesloten van deze regeling. Het document moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamd 'publiekrechtelijk bedrijfslichaam' dat door de bezetter was ingesteld om de gehele vissector te beheersen.
Het genoemde Visscherijbesluit 1941 vormde de wettelijke basis voor de verregaande bemoeienis van de overheid met de voedselvoorziening. Tijdens de oorlogsjaren werd de schaarste aan voedsel steeds nijpender. Door de handel in zoetwatervis (vaak afkomstig uit het IJsselmeer of de grote rivieren) strikt te reguleren via de visafslag en vaste klantenlijsten, probeerde de overheid de distributie in de hand te houden en te voorkomen dat vis in het illegale circuit verdween.
Het feit dat dit een "Concept" is zonder nummer of datum van inwerkingtreding, suggereert dat dit een intern werkdocument is van de administratie (kenmerk Gr/Mu) dat ter goedkeuring aan de directie van de Visscherijcentrale moest worden voorgelegd. Gemeente Amsterdam