Getypte ambtelijke nota of rapportage met handgeschreven kanttekeningen en doorhalingen.
Origineel
Getypte ambtelijke nota of rapportage met handgeschreven kanttekeningen en doorhalingen. [Linksboven, handgeschreven:]
vraag: Kan het met minder en dan detachering van andere diensten
(Suurdop, Oostveen, v. Graafman) } niet
" Schans niet
[Bovenaan gecentreerd:]
-4-
[Hoofdtekst:]
naar verkoopplaats wordt verhandeld. Verder moet de contrôleur contrôle uitoefenen op de prijzen, waar voor de visch wordt verkocht en op de wijze van distributie aan het publiek. Aangezien er ~~12~~ 9 à 12 verkoopplaatsen komen (met inbegrip van de markten) zullen ~~12~~ 1 1/2 à 2 contrôleurs op arbeidscontract moeten worden aangesteld. (of wachtgelders)
[Onderstreept:]
Percentage voor Gemeente voor hare bemoeiingen.
Thans wordt voor verdeeling zoetwatervisch een % geheven van 2% van de inzenders (grossiers) (vide Besluit Burgemeester d.d. [leeg gelaten]).
Dit percentage zal voor de zoetwatervisch moeten worden gehandhaafd, aangezien de winstmarge van deze vischsoorten verhooging ervan niet toelaat.
Voor zeevisch, ~~aal~~ en paling en gerookte visch ligt de zaak echter anders.
[Linkermarge, handgeschreven bij de volgende alinea:]
V. e
De winstmarge voor de dunste soorten aal bedraagt nog f 0,10 per 1/2 kg.; voor de dikste soort f [leeg gelaten] , terwijl voor gerookte aal zelf een winstmarge is toegestaan van f [leeg gelaten].
Hoewel voor zeevisch de maximumprijzen nog niet zijn vastgesteld, is toch te verwachten, dat met een behoorlijke winstmarge zal worden rekening gehouden. Teneinde de kosten voor de Gemeente dus eenigszins te compenseeren stel ik mij voor, voor zeevisch een percentage te heffen van 4%; voor versche aal en paling 4% en voor gerookte aal en paling ger. en zeevisch 5%. ~~Voor versche aal en paling beteekent dit bijv., dat de grossier-inzender ± 16 1/2 % van zijn winst aan de Gemeente moet afstaan (dit percentage is gebasseerd op zijn winst op de dunste soorten aal)~~.
[Onder de doorgehaalde tekst, handgeschreven:]
is thans nog niet gebeurd.
De Nederlandsche Vischerijcentrale heeft zich met de heffing van dit % vereenigd. Ik stel U voor vorengenoemd besluit van den Burgemeester d.d. met een en ander aan te vullen.
Op grond van het bovenstaande kan onderstaand voorloopige begrooting worden opgesteld, waarbij ik opmerk, dat omtrent vele posten nog geen betrouwbare cijfers zijn te calculeeren, omdat hiervan nog te veel factoren onbekend zijn. Ik moet ten aanzien van deze begrooting verder vooropstellen, dat de uitgaven vrijwel vaststaan, terwijl de inkomsten in belangrijke mate afhankelijk zijn van de vischvangst Indien we een slecht seizoen tegemoetgaan, hetgeen thans met geen mogelijkheid kan worden voorzien, zullen de inkomsten belangrijk minder zijn. Dezer... * Onderwerp: De tekst betreft een voorstel voor de financiering van gemeentelijk toezicht op de visdistributie. De gemeente wil een percentage heffen op de omzet van visgrossiers om de kosten van controleurs te dekken.
* Kernpunten:
* Er is discussie over het aantal benodigde controleurs (oorspronkelijk 12, later aangepast naar 1,5 à 2).
* Er wordt gezocht naar kostenbesparing (handgeschreven suggestie voor 'detachering' vanuit andere diensten of inzet van 'wachtgelders').
* Er worden verschillende belastingpercentages voorgesteld voor zoetwatervis (2%), zeevis (4%) en gerookte aal (5%).
* De auteur erkent de onzekerheid van de begroting, aangezien de inkomsten direct gekoppeld zijn aan de (onvoorspelbare) visvangst.
* Besluitvorming: De tekst toont een proces van correctie. Delen over de exacte berekening van de winstafdracht zijn doorgehaald, mogelijk omdat ze te complex waren of omdat de feitelijke uitvoering ("is thans nog niet gebeurd") achterbleef bij de theorie. Dit document stamt uit een periode van schaarste en strakke overheidsregulering, zeer waarschijnlijk de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouwperiode in Nederland. De verwijzing naar de "Nederlandsche Vischerijcentrale" (opgericht in 1941) is een sterke aanwijzing voor de oorlogsjaren. Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening centraal geregeld via dergelijke organisaties.
De gemeente trad hierbij op als uitvoerend orgaan dat toezicht moest houden op de maximumprijzen en de eerlijke distributie van vis (een cruciaal volksvoedsel in die tijd). De discussie over het aanstellen van controleurs versus het detacheren van personeel uit andere diensten wijst op een krappe gemeentebegroting en de noodzaak om efficiënt om te gaan met mankracht in een tijd van bureaucratische druk.