Archiefdocument
Origineel
5 augustus 1941. Visscherijbesluit 1941
besluit van den S.G. dd. 5/8 1941
no. 2731
—————
Art. 1 o.a. organisatieplicht voor
den visscher, groot- en kleinhandelaar
in visch, schaal- en schelpdieren.
(aansluiting bij V.C.)
Art 2 De door de V.C. aan te wijzen
groepen van georganiseerden,
die de visscherij als bedrijf
uitoefenen, zijn verplicht hun
vangsten aan den afslag of
eene andere daarvoor aangewezen
plaats aan te voeren en aldaar
af te leveren, met in achtneming
van de aanwijzingen der V.C.
Art 4 i.z. verdeling en afzet der prod.
(handelaren zich gedragen naar aanwijzingen V.C.) Het document bevat kernnotities over de juridische structuur van de Nederlandse visserijsector tijdens de bezettingsjaren.
* Organisatieplicht (Art. 1): Iedereen in de keten, van visser tot detaillist, wordt verplicht zich aan te sluiten bij een centrale organisatie (de Viscentrale). Dit betekende het einde van de vrije handel.
* Aanvoerplicht (Art. 2): Vissers worden gedwongen hun vangst uitsluitend via de officiële mijnen (afslagen) aan te bieden. Dit was een cruciale maatregel om controle te houden op de voedselvoorraad en de zwarte handel te bestrijden.
* Distributiecontrole (Art. 4): Geeft de Viscentrale de volledige zeggenschap over de verdere verdeling en afzet van visproducten. Dit besluit uit augustus 1941 valt onder de zogeheten 'ordeningsmaatregelen' van de Duitse bezetter. Omdat de Nederlandse ministers in ballingschap in Londen verbleven, lag de wetgevende macht bij de Secretarissen-Generaal (S.G.), die onder direct toezicht stonden van het Reichskommissariat.
De genoemde V.C. staat voor de Viscentrale, een van de vele 'Centrales' die werden opgericht om de economie te centraliseren en te controleren ten behoeve van de voedselvoorziening (en indirect de Duitse oorlogsinspanning). Door de invoering van de organisatieplicht en de verplichte aanvoer bij de afslag werd de visserijsector volledig onder staatscontrole geplaatst.
Samenvatting
Het document bevat kernnotities over de juridische structuur van de Nederlandse visserijsector tijdens de bezettingsjaren.
* Organisatieplicht (Art. 1): Iedereen in de keten, van visser tot detaillist, wordt verplicht zich aan te sluiten bij een centrale organisatie (de Viscentrale). Dit betekende het einde van de vrije handel.
* Aanvoerplicht (Art. 2): Vissers worden gedwongen hun vangst uitsluitend via de officiële mijnen (afslagen) aan te bieden. Dit was een cruciale maatregel om controle te houden op de voedselvoorraad en de zwarte handel te bestrijden.
* Distributiecontrole (Art. 4): Geeft de Viscentrale de volledige zeggenschap over de verdere verdeling en afzet van visproducten.
Historische Context
Dit besluit uit augustus 1941 valt onder de zogeheten 'ordeningsmaatregelen' van de Duitse bezetter. Omdat de Nederlandse ministers in ballingschap in Londen verbleven, lag de wetgevende macht bij de Secretarissen-Generaal (S.G.), die onder direct toezicht stonden van het Reichskommissariat.
De genoemde V.C. staat voor de Viscentrale, een van de vele 'Centrales' die werden opgericht om de economie te centraliseren en te controleren ten behoeve van de voedselvoorziening (en indirect de Duitse oorlogsinspanning). Door de invoering van de organisatieplicht en de verplichte aanvoer bij de afslag werd de visserijsector volledig onder staatscontrole geplaatst.