Doorslag van een officiële zakelijke brief (begeleidend schrijven).
Origineel
Doorslag van een officiële zakelijke brief (begeleidend schrijven). 19 maart 1943. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld op deze doorslag). 46a/88/2a M.
1
[Handgeschreven:] Verzonden [met paraaf]
VD/SV
19 Maart 1943.
Den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e (ZH)
Ter bevestiging van de bespreking op 11 dezer heb
ik de eer U in bijlage dezes voor de goede orde de
notities van deze vergadering te doen toekomen.
De Directeur, De brief is een kort, formeel begeleidend schrijven. De kern van de boodschap is het toezenden van de notulen ("notities") van een vergadering die heeft plaatsgevonden op 11 maart 1943 ("11 dezer").
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en afstandelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("ik de eer U... te doen toekomen"). De spatiering in de plaatsnaam "'s-G r a v e n h a g e" was een destijds gebruikelijke typografische methode op schrijfmachines om namen te benadrukken. Het feit dat het een doorslag op dun papier is, duidt erop dat dit het exemplaar voor het eigen archief van de afzender was. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), gevestigd aan de 2e Adelheidstraat 300 in Den Haag, was een organisatie die in 1941 door de Duitse bezetter was ingesteld om de gehele Nederlandse visserijsector te centraliseren en te controleren.
Tijdens de bezettingsjaren was de voedselvoorziening een kritiek punt. Vergaderingen tussen dergelijke instanties gingen vaak over distributie, brandstoftoewijzing voor vissersschepen, of regulering van de vangst onder toezicht van de Rijkscommissaris. De formele afhandeling van deze vergadering via notulen wijst op de strikte bureaucratische processen die zelfs (of juist) onder de bezetting werden gehandhaafd.
Samenvatting
De brief is een kort, formeel begeleidend schrijven. De kern van de boodschap is het toezenden van de notulen ("notities") van een vergadering die heeft plaatsgevonden op 11 maart 1943 ("11 dezer").
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en afstandelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("ik de eer U... te doen toekomen"). De spatiering in de plaatsnaam "'s-G r a v e n h a g e" was een destijds gebruikelijke typografische methode op schrijfmachines om namen te benadrukken. Het feit dat het een doorslag op dun papier is, duidt erop dat dit het exemplaar voor het eigen archief van de afzender was.
Historische Context
Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), gevestigd aan de 2e Adelheidstraat 300 in Den Haag, was een organisatie die in 1941 door de Duitse bezetter was ingesteld om de gehele Nederlandse visserijsector te centraliseren en te controleren.
Tijdens de bezettingsjaren was de voedselvoorziening een kritiek punt. Vergaderingen tussen dergelijke instanties gingen vaak over distributie, brandstoftoewijzing voor vissersschepen, of regulering van de vangst onder toezicht van de Rijkscommissaris. De formele afhandeling van deze vergadering via notulen wijst op de strikte bureaucratische processen die zelfs (of juist) onder de bezetting werden gehandhaafd.