Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 1 juni 1943 C.F. Sixma, Directeur van het Marktwezen te Amsterdam [Linksboven, stempel/kenmerk:]
No. 46 A/201/4 M. 1943 2/6
[Rechtsboven:]
A’dam 1 Juni ’43
[Rood potlood:] 46 A/201/4 [?]
Aan den Weled. Heer C.F. Sixma
Directeur van het Marktwezen
[Potloodnotitie:]
in dossier
Naar aanleiding van Uw kennisgeving van 29 Mei ’43, verzoek
ondergeteekende A.C. Sijmonsbergen Alb. Cuijpstr 67 I en H. Termeulen
wonende Haarl. Houttuinen 103 I U beleefd daar zij beiden de hun
toegewezen vistoewijzing samen verkoopen en het wel eens gebeurd
dat zij niet op tijd op de Middag verdeeling kunnen zijn dat
H. Termeulen het voor ons beiden of wanneer hij niet en
Sijmonsbergen wel aan de beurt is hij het voor Sijmonsbergen in
ontvangst kan nemen, daar wij het op één markt verkoopen en wel
op de Albert Cuijpstr. Hopende van U een gunstig bericht terug
te ontvangen teekenen
Hoogachtend
UW. Dienstw dienaar
[Handtekening] A Sijmonsbergen
[Handtekening] H. Termeulen
[Linksonder in potlood:]
Acc.
erkende Comb. De brief is een formeel verzoek van twee Amsterdamse visverkopers, A.C. Sijmonsbergen (gevestigd aan de Albert Cuypstraat) en H. Termeulen (gevestigd aan de Haarlemmer Houttuinen). Zij verzoeken de Directeur van het Marktwezen om toestemming zodat zij elkaars "vistoewijzing" (het toegewezen rantsoen vis) in ontvangst mogen nemen bij de centrale verdeling.
De reden die zij aanvoeren is dat zij als een combinatie ("Comb.") opereren op de Albert Cuypmarkt en dat het door logistieke redenen soms voorkomt dat een van beiden niet op tijd aanwezig kan zijn bij de middagverdeling. De ambtelijke notitie linksonder ("Acc. erkende Comb.") suggereert dat het verzoek is ingewilligd omdat de combinatie van deze twee ondernemers officieel erkend was. Dit document stamt uit juni 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en een strikt distributiesysteem. De handel in vis was, net als veel andere levensmiddelen, gebonden aan toewijzingen van de overheid (het Marktwezen).
Marktkooplieden waren afhankelijk van deze toewijzingen om hun nering te kunnen uitoefenen. De bureaucratie rondom de verdeling was streng; men mocht niet zomaar goederen voor een ander ophalen zonder expliciete toestemming. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een centraal punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam, hoewel het aanbod door de jaren heen steeds beperkter werd. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrategieën van kleine ondernemers die door samenwerking probeerden hun bedrijfsvoering efficiënter te maken binnen de beperkingen van de bezettingstijd. A.C. Sijmonsbergen C.F. Sixma H. Termeulen Marktwezen