Typegeschreven brief (afschrift).
Origineel
Typegeschreven brief (afschrift). C.B. Biesenbeek Sr., Lindengracht 158, Amsterdam Centrum. A F S C H R I F T
No. 632 L.M. 1943 24/8
No.46a/278/1 M. 1943 30/8 Amsterdam, 20/8/1943.
Weledele Heer,
Hedentochtend vervoegde ik mij aan de gem.
Vischafslag om mijn toewijzing zeevisch waarvoor het mijn
beurt was in ontvangst te nemen, nadat ik mijn toewijzing ont-
vangen had maar mij er nog niet mee had verwijderd kwam ik
tot de ontdekking, alsdat er in een kist welke inhoud 26 kilo
moet zijn erg weinig visch bevond, hetgeen ik doorgaf aan de
chef den weledele Heer Stam. Deze oordeelde alsdat ik maar
even mee moest gaan en het wegen. Wij kwamen tot de ontdek-
king alsdat het 22 kilo was zoodat er 4 kilo aan te kort kwam.
Nu gaf mij ten onrechte den heer Stam mij te kennen alsdat ik
het moest nemen zoo het was het tekort voor mijn rekening dit
wou ik niet accepteeren daar ik mij dan ten eerste schuldig
maak aan prijsopdrijving ten tweede wanneer ik op de markt
kom dan controleerd mij de marktmeester en bij een tekort
wordt ik gestrafd want dan heb ik mij zoogenaamd de restant
verduisterd, omdat ik deze visch niet wou ontvangen (ik vroeg
nog ok ik de rest er bij kon krijgen, maar dat wou de chef
niet) is mijn beurt voorbijgegaan en kreeg ik niets, dit is
toch vreeselijk onbillijk en ik hoop ook dat U dit voor mij
in het reine wou brengen. Bij voorbaat mijn dank.
Hoogachtend,
C.B.Biesenbeek Sr.
Lindengracht 158
Centrum.
Op mijn betaalbriefje staat 50 kilo voor f.61,20 dus dan
zou het briefje moeten luiden 46 kilo voor f. 61,20 ik heb
dan toch recht wanneer ik een betaal briefje ontvang van 50
kilo. Op 50 kilo en niet op 46.
De Wethouder voor de Levensmiddelen
enz. stelt deze in handen van den
Heer Directeur van het Marktwezen
om advies.
Amsterdam, 26 Augustus 1943. In deze brief beklaagt vishandelaar C.B. Biesenbeek Sr. zich over een incident bij de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam. Bij het ophalen van zijn toewijzing zeevis constateert hij dat een kist die 26 kilo zou moeten wegen, in werkelijkheid slechts 22 kilo bevat. Wanneer hij dit aankaart bij de chef, de heer Stam, krijgt hij te horen dat hij de vis "zoals deze is" moet accepteren en dat het tekort voor eigen rekening komt.
Biesenbeek weigert dit om twee principiële en praktische redenen:
1. Prijsopdrijving: Als hij betaalt voor 50 kilo maar minder ontvangt, stijgt zijn inkoopprijs per kilo, wat hem dwingt de consumentenprijs te verhogen (destijds streng verboden).
2. Verduistering: Hij vreest controle op de markt; als hij minder vis bij zich heeft dan op zijn officiële papieren staat, kan hij beschuldigd worden van het illegaal doorverkopen (verduisteren) van het verschil op de zwarte markt.
Door zijn weigering verliest hij zijn beurt en krijgt hij die dag helemaal geen vis. Hij vraagt de autoriteiten om tussenkomst in deze "vreeselijk onbillijke" situatie. Het document dateert uit augustus 1943, een periode van diepe schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en distributie stonden onder strikt toezicht. De angst van de schrijver voor beschuldigingen van prijsopdrijving of verduistering moet worden gezien tegen de achtergrond van de zeer strenge crisiswetgeving en de zware straffen die stonden op economische delicten en zwarte handel.
De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende locatie voor markthandelaren. De ambtelijke afhandeling onderaan de brief laat zien hoe de klacht via de Wethouder voor Levensmiddelen bij de Directeur van het Marktwezen terechtkwam, wat illustratief is voor de bureaucratische controle op de voedselketen in oorlogstijd. C.B. Biesenbeek Marktwezen