Dienstverslag / Rapportage van een inspecteur.
Origineel
Dienstverslag / Rapportage van een inspecteur. [Stempel:] No. 46/25/1 M. 1943
[Handgeschreven in potlood, rechtsboven:]
voorlopig
schorsen
en voorstel
4 maanden
[Handgeschreven in rode inkt:]
w brief 25/1 a
w brief 25/1 b
[Hoofdtekst:]
Rapport
H. Aal heeft op Woensdag 5 Mei 1943 visch (25 pond schol) achter willen houden. De bakfiets was oogenschijnlijk leeg en hij wilde dan ook wegrijden met de woorden: „marktmeester ik ben los.” Ik hield hem tegen en onderzocht zijn bakfiets en vond nog 25 pond schol, welke aan het publiek is verkocht.
Op Vrijdag 7 Mei ging H. Aal 3 kistjes gerookte visch zonder op te geven en zonder mij toestemming verkoopen. Toen ik H. Aal daar op wees, was hij nog beleedigd ook.
Ik stel voor om deze man die schijnbaar wat oppositie wil voeren een 2 weken te schorsen.
[Linksonder:]
Vandenberg
Inspecteur
[Rechtsonder:]
Amsterdam
9 Mei 1943
[Signatuur:] A de Lima. Dit document is een ambtelijk rapport van een inspecteur (waarschijnlijk A. de Lima) betreffende overtredingen door een marktkoopman genaamd H. Aal. Het rapport beschrijft twee incidenten:
- Poging tot onttrekking van goederen (5 mei): Aal probeerde 25 pond schol te verbergen voor de officiële verkoop door te doen alsof zijn bakfiets leeg was ("ik ben los"). Na controle werd de vis alsnog gedwongen verkocht aan het publiek.
- Ongeoorloofde verkoop (7 mei): Aal verkocht gerookte vis zonder dit op te geven of toestemming te vragen aan de toezichthouder.
De inspecteur merkt op dat de koopman weerspannig was en suggereert dat er sprake is van bewuste "oppositie" tegen de regels. Hoewel de inspecteur een schorsing van twee weken voorstelt, blijkt uit de potloodnotitie bovenaan dat een hogere instantie de strafmaat wilde verzwaren naar een voorstel van vier maanden. Het document stamt uit mei 1943, een periode waarin de voedselvoorziening in het bezette Nederland volledig werd beheerst door het distributiestelsel. Om de zwarte markt tegen te gaan en de officiële rantsoenering te handhaven, stonden marktkooplieden onder streng toezicht. Het achterhouden van voorraden werd in deze tijd niet alleen gezien als economisch delict, maar ook als een vorm van ondermijning van het gezag (door de inspecteur omschreven als "oppositie"). De strenge strafmaat (vier maanden schorsing voor 25 pond vis) illustreert de harde handhaving tijdens de oorlogsjaren. A. de Lima H. Aal