Getypte brief (doorslag of officieel exemplaar) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel exemplaar) met handgeschreven kanttekeningen. 27 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Handgeschreven bovenin:] Gezonden 27/5 [gevolgd door onleesbare initialen/naam, mogelijk Smuller]
[Rechtsboven:] SV
53/28/2 M.
27 Mei 1943.
Restitutie entréegeld
Centrale Markt ten name van
A.J.Bergering.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=========
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de kooper A.J.Bergering, Witte de Withstraat 68 huis, alhier, naar hij heeft medegedeeld, als besteller bij de Posterijen te zijn aangesteld. Bergering had het op de Centrale Markt verschuldigde entréegeld voor het kalenderjaar 1943 betaald. Bergering voornoemd komt sedert half Februari jl. niet meer op de Centrale Markt, zoodat hij verzoekt een bedrag van f. 8,50 aan hem te restitueeren, welk verzoek mij billijk voorkomt.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat aan Bergering voornoemd, op grond van het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, op gronden van billijkheid door den Burgemeester teruggave van betaald entréegeld wordt toegestaan tot een bedrag van f. 8,50.
De Directeur, Deze brief is een formeel ambtelijk verzoek betreffende een relatief kleine financiële afwikkeling. De heer A.J. Bergering, voorheen werkzaam als 'kooper' (handelaar) op de Centrale Markt in Amsterdam, is van beroep veranderd en aangesteld als postbode ("besteller bij de Posterijen"). Omdat hij voor het gehele jaar 1943 reeds zijn toegangsgeld van 8,50 gulden had betaald, maar sinds half februari geen gebruik meer maakt van de markt, vraagt hij dit bedrag terug.
De Directeur van de markt ondersteunt dit verzoek en adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om de Burgemeester te verzoeken deze restitutie goed te keuren. Er wordt expliciet verwezen naar "artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" en naar de "gronden van billijkheid" (redelijkheid). Het document dateert van mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een uiterst belangrijke en gevoelige functie, gezien de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. De Centrale Markt in Amsterdam was het hart van de voedselvoorziening voor de stad.
De ambtelijke taal en de noodzaak om voor een bedrag van slechts 8,50 gulden goedkeuring te vragen aan de Burgemeester, illustreren de strikte bureaucratie en de gecentraliseerde controle over de economie en de marktgelden in oorlogstijd. De verhuizing van Bergering van de handel naar de Posterijen (een overheidsdienst) kan mogelijk geduid worden als een zoektocht naar meer baanzekerheid of vrijstelling van de Arbeitseinsatz, hoewel dat uit dit document alleen niet direct te bewijzen valt.