Memorandum / Zakelijke correspondentie
Origineel
Memorandum / Zakelijke correspondentie 5 februari 1943 Nederlandsche Meelcentrale, Afdeling Suiker ('s-Gravenhage) Den Heer Postema (Amsterdam) MEMORANDUM
BETR. ijspoeder.
BIJLAGEN: [handgeschreven haakje/teken]
NEDERLANDSCHE MEELCENTRALE
Telefoon ~~183456~~ 183540.
Telefoon Interc. [handgeschreven aantekening over 'DDDIX EEEE']
Postgiro No. 180010
Rotterdamsche Bankvereeniging N.V.
Amsterdamsche Bank N.V.
Nederlandsche Handel-Maatschappij N.V.
[Handgeschreven rechtsboven:] ijspoeder
Dit in Uw antwoord vermelden:
'S-GRAVENHAGE, 5 Februari 1943.
Z.O. Binnensingel 66.
AFD. SUIKER LETT. FH/BM d.d. 5-2-43.
Toestel 17.
Den Heer Postema,
Jan van Galenstraat 8,
AMSTERDAM.
Bericht n.a.v. onderhoud
te onzen kantore d.d.
2 Februari 1943.
Naar aanleiding van nevenvermeld onderhoud deelen wij U mede, niet aan Uw verzoek te kunnen voldoen, daar U in 1941 geen consumptie-ijs hebt bereid.
DE MEELCENTRALE,
[Handtekening: onleesbaar, mogelijk 'Wilh...']
5
[Handgeschreven:] Heer Hoek
MODEL 198 A
(A) 22394 - '42 - K 983 * Kernboodschap: De Nederlandsche Meelcentrale wijst een verzoek van de heer Postema af. Hij had tijdens een gesprek op 2 februari 1943 waarschijnlijk gevraagd om een toewijzing van ijspoeder.
* Motivering: De afwijzing is gebaseerd op het feit dat de aanvrager in het referentiejaar 1941 geen consumptie-ijs heeft geproduceerd. In het distributiesysteem van de bezettingstijd werden grondstoffen vaak toegekend op basis van historische productiecijfers (quota).
* Administratieve details: Het document toont de bureaucratische structuur van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het gaat om ijspoeder, valt de afhandeling onder de "Afdeeling Suiker", wat logisch is gezien de ingrediënten van ijspoeder.
* Staat van het document: Het papier bevat een centraal perforatiegat (vermoedelijk voor een archiefmap) dat een deel van de tekst "d.d." (de dato) bij de datum van 2 februari 1943 licht beschadigt. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Meelcentrale was een van de centrale crisisorganen die toezagen op de distributie en prijsvorming van granen en meelproducten.
Tijdens de oorlogsjaren heerste er een strikte distributie. Ondernemers en particulieren hadden vergunningen en bonnen nodig voor vrijwel alle grondstoffen. De verwijzing naar het jaar 1941 als referentiepunt is typerend voor de manier waarop de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie de schaarse middelen verdeelden: wie vóór de verscherping van de maatregelen niet actief was in een bepaalde sector, kreeg vaak geen nieuwe toewijzingen om "wildgroei" of onnodig verbruik van schaarse ingrediënten (zoals suiker en melkpoeder voor ijs) te voorkomen.