Getypt politierapport/administratief rapport met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypt politierapport/administratief rapport met handgeschreven kanttekeningen. [Linksboven:]
47e Afdeeling,
Bureau Marnixstraat 148.
[Midden boven, handgeschreven:]
Behoort bij brief dd 11-10-'43
m. 18368 G. '43
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Dir. Marktwezen
[Midden:]
R a p p o r t .
No. 822
In verband met een rapport van den Inspecteur van Politie B.J. Bonnerman van het H.B. alhier, betreffende het gokken in de cantine van de markthallen, tengevolge waarvan een knecht van den grossier Dijkstra, die f. 600.- (circa) zou hebben verloren, zich van kant gemaakt had, rapporteert ondergetekende, dat hij dienaangaande een onderzoek heeft ingesteld. Hij hoorde op 5 October 1943:
Johan Jacob Sieburgh, geboren 29 Januari 1891 te Probolingo (Java), onderdirecteur van het Marktwezen, wonende Stadionweg 179-III alhier, die verklaarde, dat het zijn indruk was, dat café "Marcanti", grenzende aan de Centrale Markt, niet gekwalificeerd kon worden als een speelhol, en het moeilijk zou zijn het kaartspelen in die zaak den kop in te drukken, daar niet te zien is of- en om hoeveel geld er gespeeld wordt. Op 7 September 1943 had hij de vrouw van het slachtoffer bij zich ontboden, maar deze was nimmer verschenen.
Wilhelmus Johannes Cattermolen, geboren 25 Maart 1910 te Amsterdam, boekhouder bij "Marcanti", wonende Baljuwenlaan 16 te Amstelveen, verklaarde, dat er in die zaak geregeld door clubjes van vier klaverjas gespeeld wordt. Gokspelen waren daar niet toegestaan. Nooit werd er gekaart met geld op tafel. Nooit was het te bewijzen geweest, of er om hooge bedragen gespeeld werd. Na het einde van het spel werd er afgerekend, doch ook wel niet. Omdat de spelers van de Centrale markt zijn, was het weer niet te controleeren, of het afgerekend bedrag betrekking had op het kaartspel, dan wel op den handel. Van fiches werd geen gebruik gemaakt. De uitslag van een spel werd met een krijtje genoteerd. Het kaartspel in die zaak was practisch niet te verbieden, omdat de omzet daardoor geweldig zou lijden, aangezien de betrokkenen weg zouden blijven en naar een andere café zouden gaan, waar tenslotte het spel toch doorgang zou vinden. "Marcantie" zou dan de dupe worden, terwijl het spel daarmede niet den kop werd ingedrukt. Er was dan ook moeilijk een oplossing voor te vinden. Wat betreft het slachtoffer, achtte Cattermolen het niet mogelijk, dat deze een bedrag van plm. f. 600.- ineens zou hebben verloren. Zegsman had wel eens gevraagd, waarop de afrekening betrekking had, doch werd hem dan gezegd, dat hij daar niets mee te maken had, daar ze handelslui waren. "Marcanti" was wel toegankelijk voor het gewone publiek, maar kwam dit daar zelden Hoofdzakelijk werd er gekaart door knechten van de markt en losse handelaren; grossiers niet. Ook was er reeds een kaart opgehangen met de mededeeling, dat het kaarten om geld verboden was, doch dit had ook geen resultaat opgeleverd. Hij had zijn best gedaan om dat kaarten zooveel mogelijk tegen te gaan.
Willem Frederik Dijkstra, geboren 5 Augustus 1892 te Amsterdam, grossier, wonende Potgieterstraat 12 alhier, verklaarde, dat het slachtoffer, zijnde G. Hoogveld, zijn gewezen knecht, genoemd bedrag niet ineens verloren had. Op den bewusten dag zou hij f. 27.- verloren hebben. Hierover had hij ruzie met zijn vrouw gekregen, waarbij het mes nog te pas was gekomen, en had hij zich, geheel van streek, den volgenden morgen van kant gemaakt. Hij had dit geval ter kennis van de directie van het Marktwezen gebracht, doch hij
[Document breekt hier af] * Inhoud: Het document is een verslag van een onderzoek naar illegale gokpraktijken bij café Marcanti aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. De aanleiding is de zelfmoord van G. Hoogveld, een knecht van een marktkoopman. Er ging een gerucht dat hij 600 gulden had verloren met gokken. Uit de getuigenverklaringen blijkt echter een genuanceerder beeld: er werd wel geklaverjast om geld, maar dit was lastig te bewijzen omdat de betalingen vaak werden gecamoufleerd als "handelstransacties". De werkgever (Dijkstra) stelt dat de man op de bewuste dag slechts 27 gulden verloor, maar dat een echtelijke ruzie met een mes de directe aanleiding voor de wanhoopsdaad was.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("van kant gemaakt", "dienaangaande", "dupe"). Opvallend is de vermelding van de geboorteplaats van Sieburgh (Probolingo, Java), wat typerend is voor de registratie van burgers met een koloniale achtergrond in die tijd.
* Toestand: De tekst is een doorslag of origineel typoscript met handgeschreven annotaties ter archivering. De onderzijde van de pagina ontbreekt of de tekst loopt door op een volgend blad. * Historische context: Het rapport dateert van oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog op de achtergrond aanwezig is, toont dit document de continuïteit van de lokale opsporing en de handhaving van de openbare orde in Amsterdam.
* Locatie: Café Marcanti was (en is) een iconische plek in de buurt van de Centrale Markthallen. Het fungeerde als ontmoetingsplaats voor marktkooplui, sjouwers en handelaren. Gokken was een hardnekkig probleem in de marktcultuur.
* Sociaal-economisch: Een bedrag van 600 gulden was in 1943 een enorm bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon was toen enkele tientallen guldens per week). De bewering van de boekhouder dat het verbieden van kaarten de omzet zou schaden, geeft aan hoe diep geworteld deze cultuur was bij de bezoekers van de markt. De schaarste en zwarte handel tijdens de oorlogsjaren zorgden er bovendien voor dat er bij sommige handelaren relatief veel contant geld in omloop was. B.J. Bonnerman G. Hoogveld Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie