Financiële afrekening / Staat van heffingen.
Origineel
Financiële afrekening / Staat van heffingen. 3 februari 1943. K 1132
N.V. Nederlandsche Veiling van
Land- en Tuinbouwproducten
„Amsterdam”
Gemeentelijke Veilinggebouwen
Centrale Markt
Telefoon 85551 - Amsterdam (W.)
No. 59/1/19 M. 1943 5/2
[Handgeschreven:] 37743 [met rood vinkje]
AMSTERDAM-W., 3 Februari 1943
CENTRALE MARKTHALLEN
Staat V van heffingen 4% ten laste der Voedsel-
voorziening der Joodsche Bevolking.
[Handgeschreven rechts:] 377.43
1509.72
1942
weekstaat 5/12 ( 30/11-5/12 ) f. 256.68
" 12/12 ( 7/12 -12/12) " 300.30
" 19/12 ( 14/12-19/12) " 478.91
" 26/12 ( 21/12-26/12) " 55.23
" 2 / 1 '43 ( 28/12-2 / 1 ) " 418.60 f. 1509.72 -
af 2 % van de Veiling Amsterdam " 754.86 [met accolade]
f. 754.86
af 2 % omzetbelasting " 15.09
gegireerd op Uw rekening No. 74 f. 739.77 [met vinkje]
==========
Opgemaakt behoudens goedkeuring van den Heer Gemachtigde der Prijzen.
[Handgeschreven rechtsonder:] // Het document is een kwantitatief overzicht van heffingen die de Amsterdamse Veiling in rekening bracht bij de Joodse Raad. De berekening verloopt als volgt:
1. Totalisering: Er wordt f. 1509,72 opgeteld over vijf weken. Dit bedrag representeert de totale "heffing van 4%".
2. Verdeling: De helft van dit bedrag (2%, zijnde f. 754,86) wordt ingehouden door de Veiling zelf.
3. Belasting: Van het restant wordt nogmaals 2% omzetbelasting (f. 15,09) afgetrokken.
4. Eindbedrag: Een bedrag van f. 739,77 is per giro overgemaakt.
De vermelding van de "Gemachtigde voor de Prijzen" onderaan is kenmerkend voor de bezettingstijd. Deze functionaris was verantwoordelijk voor het handhaven van prijsstops en het controleren van winstmarges om inflatie tegen te gaan. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische isolatie van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Voedselvoorziening der Joodsche Bevolking" was een afdeling van de Joodse Raad voor Amsterdam. Omdat Joden door nazi-verordeningen steeds vaker werden uitgesloten van reguliere winkels en markten, werd de Joodse Raad gedwongen een eigen distributiesysteem op te zetten.
Opmerkelijk is dat de reguliere Nederlandse instanties, zoals de Gemeentelijke Veiling, deze voorziening behandelden als een zakelijke entiteit waarover heffingen en belastingen betaald moesten worden. De Joodse gemeenschap moest dus via de Joodse Raad zelf betalen voor de organisatie van hun (beperkte) voedseltoevoer, terwijl zij tegelijkertijd financieel werden uitgekleed door de bezetter. Het document toont hoe het reguliere economische verkeer in Amsterdam bleef functioneren terwijl het faciliteerde in de segregatie van een specifieke bevolkingsgroep. N.V. Nederlandsche