Factuur (Nota)
Origineel
Factuur (Nota) 1 juni 1943 Commissie inzake voedselvoorziening Joodse bevolking No. 59/1/84 M. 1943 7/6 [stempel en handgeschreven in paars/blauw]
Amsterdam 1 Juni 1943
N O T A voor de commissie inzake
voedselvoorziening Joodse bevolking
-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
Z U U R K O O L [onderstreept]
12 vaten zuurkool á fl. 8.05 p.v. fl. 96.60
STATIE - 90.--
BRUTO fl. 186.60
4% - 3.86
TOTAAL fl 190.46
58 [handgeschreven rechtsonder] Het document is een zakelijke afrekening voor de levering van levensmiddelen. De berekening is als volgt opgebouwd:
* Product: 12 vaten zuurkool tegen een prijs van 8,05 gulden per vat, wat neerkomt op fl. 96,60.
* Statiegeld: Er wordt fl. 90,00 aan "Statie" (statiegeld voor de vaten) gerekend (fl. 7,50 per vat).
* Belasting/Toeslag: Er wordt een toeslag van 4% berekend over de productwaarde (4% van fl. 96,60 is afgerond fl. 3,86).
* Eindbedrag: Het totaalbedrag van de factuur is fl. 190,46.
De administratieve stempels en nummers boven- en onderaan wijzen op archivering binnen een groter bureaucratisch systeem, waarschijnlijk dat van de Joodsche Raad. Deze nota dateert van juni 1943, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Commissie inzake voedselvoorziening Joodse bevolking" was een orgaan dat nauw verbonden was met de Joodsche Raad voor Amsterdam. In deze periode was de Joodse bevolking door anti-Joodse maatregelen volledig geïsoleerd van de reguliere voedseldistributie en afhankelijk van specifieke toewijzingen via deze commissie.
De datum (1 juni 1943) is wrang: op dat moment vonden de laatste grote razzia's in Amsterdam plaats (zoals de grote razzia van 20 juni 1943), waarbij het grootste deel van de nog overgebleven Joodse bevolking werd gedeporteerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen. Terwijl de systematische vernietiging in volle gang was, ging de bureaucratie rondom de dagelijkse basisbehoeften zoals de inkoop van vaten zuurkool tot in detail door.
Samenvatting
Het document is een zakelijke afrekening voor de levering van levensmiddelen. De berekening is als volgt opgebouwd:
* Product: 12 vaten zuurkool tegen een prijs van 8,05 gulden per vat, wat neerkomt op fl. 96,60.
* Statiegeld: Er wordt fl. 90,00 aan "Statie" (statiegeld voor de vaten) gerekend (fl. 7,50 per vat).
* Belasting/Toeslag: Er wordt een toeslag van 4% berekend over de productwaarde (4% van fl. 96,60 is afgerond fl. 3,86).
* Eindbedrag: Het totaalbedrag van de factuur is fl. 190,46.
De administratieve stempels en nummers boven- en onderaan wijzen op archivering binnen een groter bureaucratisch systeem, waarschijnlijk dat van de Joodsche Raad.
Historische Context
Deze nota dateert van juni 1943, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Commissie inzake voedselvoorziening Joodse bevolking" was een orgaan dat nauw verbonden was met de Joodsche Raad voor Amsterdam. In deze periode was de Joodse bevolking door anti-Joodse maatregelen volledig geïsoleerd van de reguliere voedseldistributie en afhankelijk van specifieke toewijzingen via deze commissie.
De datum (1 juni 1943) is wrang: op dat moment vonden de laatste grote razzia's in Amsterdam plaats (zoals de grote razzia van 20 juni 1943), waarbij het grootste deel van de nog overgebleven Joodse bevolking werd gedeporteerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen. Terwijl de systematische vernietiging in volle gang was, ging de bureaucratie rondom de dagelijkse basisbehoeften zoals de inkoop van vaten zuurkool tot in detail door.