Administratief financieel overzicht (Weekstaat).
Origineel
Administratief financieel overzicht (Weekstaat). 7 juni tot en met 12 juni 1943. No. 59/1/97 M. 1943 22/6
WEEKSTAAT No. 23 7 Juni t/m 12 Juni 1943.
Aanvoer Grossiers
Datum Prod. bedrag Statie geld Totaal Heffing Totaal
8/6 '43 f. 2695.11 f. 1333.20
10/6 1688.48 951.00
12/6 1178.39 614.15
f. 5561.98 f. 2898.35
Nota's Joodsche Vereeniging:
8/6 f. 2630.56 f. 1275.70 f. 3906.26 f. 105.22 f. 4011.48
8/6 64.55 57.50 122.05 2.58 124.63
10/6 1656.68 931.00 2587.68 66.27 2653.95
10/6 31.80 20.00 51.80 1.27 53.07
12/6 1178.39 614.15 1792.54 47.14 1839.68
f. 5561.98 f. 2898.35 f. 8460.33 f. 222.48 f. 8682.81
Uitbetalingen grossiers:
Aanvoer
7/6 t/m 12/6 '43 f. 5561.98 f. 2898.35 f. 8460.33
af: behandeling vreemd fust 34.36
diverse onkosten 10.07
retour emballage 1886.00 1930.43
f. 6529.90
debetposten 2056.74
f. 8586.64
uitbetaalde emb. 216.00
f. 8802.64
==========
per giro f. 5732.02
per postwissel " 137.35
debiteuren 2933.27 f. 8802.64
========== Dit document is een boekhoudkundig overzicht van de wekelijkse financiële afwikkeling tussen groothandels (grossiers) en de Joodse Vereniging/Joodse Raad in juni 1943. De staat is opgedeeld in vier functionele blokken:
- Aanvoer Grossiers: Een specificatie van de waarde van geleverde producten (waarschijnlijk levensmiddelen) en het bijbehorende statiegeld op drie specifieke data. Het totaalbedrag aan producten bedraagt f. 5561,98.
- Nota's Joodsche Vereeniging: Deze sectie toont de facturatie aan de Joodse Raad. De basisbedragen (product + statiegeld) komen exact overeen met de aanvoer van de grossiers, maar hier wordt een extra "heffing" toegevoegd van f. 222,48, wat het eindtotaal van de nota's op f. 8682,81 brengt.
- Uitbetalingen grossiers: Hier wordt berekend wat er daadwerkelijk aan de grossiers betaald moet worden na aftrek van kosten voor emballage (verpakking/kratten), onkosten en toevoeging van debetposten. Het eindtotaal onder de streep is f. 8802,64.
- Betalingswijze: Onderaan staat hoe dit bedrag is voldaan: het grootste deel via giro, een klein deel per postwissel, en een deel via openstaande debiteuren.
Opvallend is de administratieve precisie waarmee de geldstromen rondom de Joodse Raad werden vastgelegd, zelfs tijdens de piek van de deportaties in 1943. Het document dateert van juni 1943, een cruciale en tragische periode in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Op dit moment vonden de grote razzia's in Amsterdam plaats (onder andere de grote razzia van 20 juni 1943 waarbij de Joodse Raad zelf grotendeels werd gedeporteerd).
De "Joodsche Vereeniging" in het document is een verwijzing naar de Joodse Raad voor Amsterdam. De Raad was door de Duitse bezetter verantwoordelijk gesteld voor de interne organisatie van de Joodse gemeenschap, waaronder de voedselvoorziening in de getto's, werkkampen en de doorgangskampen (zoals Westerbork en Vught).
Dergelijke weekstaten bewijzen dat de logistiek van de vervolging ook een commerciële kant had: Nederlandse grossiers bleven leveren en werden betaald uit de gelden van de Joodse Raad (die op hun beurt vaak afkomstig waren van de geconfisqueerde vermogens van de Joodse bevolking zelf via de bank Lippmann, Rosenthal & Co.). De "heffing" in het document wijst op een administratieve toeslag die door de organisatie werd ingehouden of afgedragen.