Zakelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie van een brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie van een brief). 28 april 1943 (gebaseerd op de aantekening onderaan). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijk havenbedrijf of vastgoedbedrijf). Den Heer A. van Harten, Pakhuis B14, Alhier. den Heer A. van Harten
Pakhuis B14
Alhier
In verband met het [doorgehaald: vorderen] van pier
C door de Duitsche Weermacht heb ik aan den
Burgemeester voorgesteld om de met U gesloten
huurovereenkomst voor pakhuishafdeeling no 5
[doorgehaald: gerekend te zijn opgegaan] op 9 April 1943 te
ontbinden
Uw rekening werd gecrediteerd voor f 85.56
wegens restitutie van betaalde huur over den
termijn loopende van 9 April tot en met
30 April 1943.
Uw rekening werd gedebiteerd voor f 61.11.
wegens huur voor pakhuis B14 over dezelfde
periode.
Uw tegoed ten bedrage van f 24.45
kunt U verrekenen met de eerstvolgende betaling
van de huur à f 83.34 die U maandelijks voor
laatstgenoemd pakhuis verschuldigd bent.
De Directeur,
[Paraaf]
[Aantekeningen in marge/onderaan:]
64/6/1
JH 28/4 43 * Inhoud: Het document is een formele kennisgeving aan een huurder, de heer A. van Harten. Vanwege de vordering van "Pier C" door de Duitse bezetter (de Weermacht), wordt de huur van pakhuisafdeling no. 5 per 9 april 1943 beëindigd.
* Financiële afwikkeling: Er vindt een nauwkeurige verrekening plaats. De huurder krijgt geld terug voor het gevorderde pakhuis (f 85,56), maar moet nog huur betalen voor een ander pakhuis (B14, f 61,11). Het saldo van f 24,45 mag hij in mindering brengen op zijn volgende huurbetaling voor pakhuis B14.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is zakelijk en ambtelijk ("restitutie", "gecrediteerd", "laatstgenoemd"), typerend voor de Nederlandse administratie in die periode.
* Correcties: Er zijn duidelijke doorhalingen zichtbaar in de eerste alinea, wat erop wijst dat dit een concept of een gecorrigeerde doorslag is waarbij de formulering nog werd aangescherpt. Dit document is een direct bewijsstuk van de gevolgen van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het dagelijks leven en de lokale economie.
De "vordering" van infrastructuur (zoals pieren en pakhuizen) was een veelvoorkomend verschijnsel. De Wehrmacht nam strategische locaties in de havens over voor eigen gebruik. Opvallend is dat, ondanks de oorlogssituatie en de gedwongen vordering, de Nederlandse bureaucratie (in dit geval de gemeente of het havenbedrijf) de administratieve regels strikt bleef volgen door de huur tot op de cent nauwkeurig te verrekenen en formeel toestemming te vragen aan de Burgemeester voor de ontbinding. De datum 28 april 1943 plaatst dit document midden in een periode van toenemende spanningen en vorderingen in bezet Nederland.