Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 1 mei 1943 (verzonden op 7 mei 1943). [Handgeschreven in potlood/pen bovenaan:]
Verzonden 7/5 Thmuller
[Linksboven:]
64/8/1 M.
[Rechtsboven:]
M/RP.
1 Mei 1943.
Den Heer G.Kramer
Pakhuis E 23
A l h i e r
===========
In verband met het vorderen van pier C door de Duitse Weermacht, heb ik aan den Burgemeester voorgesteld om de met U gesloten huurovereenkomst voor pakhuisafdeeling no.3 per 9 April 1943 te ontbinden.
Uw rekening werd gecrediteerd voor f. 91,67
wegens restitutie van betaalde huur over den
termijn loopende van 9 April tot en met 30
April 1943.
Uw rekening werd gedebiteerd voor f. 48,89
wegens vergoeding voor het tijdelijk gebruik
maken van pakhuis E 23 over dezelfde periode
---------
Uw tegoed ten bedrage van f. 42,78
kunt U verrekenen met de eerstvolgende betaling van de vergoeding à f. 66,67 die U, zoolang de ingebruikneming duurt, maandelijks voor het gebruik van laatstgenoemd pakhuis aan mijn dienst verschuldigd bent.
De Directeur, * Kern van de zaak: De brief informeert de heer G. Kramer over de gedwongen beëindiging van een huurcontract voor "pakhuisafdeeling no.3" omdat de Duitse bezetter (de Weermacht) "pier C" heeft gevorderd.
* Financiële afwikkeling: Er vindt een verrekening plaats. De heer Kramer krijgt huur terug voor het oude pakhuis (teruggave over de periode 9 t/m 30 april) en moet betalen voor het nieuwe, tijdelijke verblijf (Pakhuis E 23). Het resterende saldo van ƒ 42,78 mag hij aftrekken van de toekomstige maandhuur van het nieuwe pakhuis.
* Toon: De toon is formeel-zakelijk en bureaucratisch. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de vordering door de vijand, wordt de administratieve afhandeling volgens de gebruikelijke regels voortgezet. Dit document is een direct bewijsstuk van de impact van de Duitse bezetting op de dagelijkse economie en logistiek in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In havensteden (waarschijnlijk Rotterdam of Amsterdam, gezien de terminologie "pier C") nam de Duitse Weermacht grote delen van de infrastructuur over voor eigen gebruik.
Het document laat zien hoe de lokale bureaucreatie (in dit geval onder verantwoordelijkheid van de Burgemeester en een Directeur van een publieke dienst) moest schipperen tussen de eisen van de bezetter en de contractuele verplichtingen aan burgers en ondernemers. Het vorderen van gebouwen en faciliteiten leidde tot interne verplaatsingen van bedrijven, die vervolgens weer administratief verwerkt moesten worden. De datum, mei 1943, valt in een periode van toenemende druk op de Nederlandse infrastructuur door de bezetter. G. Kramer Kramer krijgt (De heer)