Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 30 juli 1943 (gebaseerd op de datering in rode inkt). J. Smeerdijk, gevestigd aan de Centrale Markt, Amsterdam. [Hoofdtekst brief]
beschikking kan krijgen.
In verband hiermede zou
ik het bijzonder op prijs stellen
indien U kon bevorderen dat
ik de beschikking kon krijgen
over de loods op Pier E waar tot
op heden Douw zijn domicilie
heeft gehad.
Wanneer U hiertoe Uw
medewerking zou willen verleenen
zeg ik U bij voorbaat
vriendelijk dank en
verblijf met
Hoogachting
J. Smeerdijk [handtekening]
[Afzendergegevens linksonder]
J. Smeerdijk
Centrale Markt
D 16-17
Amsterdam W
[Kantlijnnotitie in potlood, links]
(van deze en andere
opgepakte grossiers
komt het pakhuis
van Godard beschikbaar
24-7 [onleesbaar])
[Annotaties in rode inkt, onderaan]
Hierin op vers
aanvraag Cramers
door de Port-inspectie
bemoeienis.
Wacht de beslissing af
of Treuhanders mee
moeten
Bedr. Chef bespr.
meneer Spector m.b.t. eventueel
vrij komende of nog te maken pakhuis
30-7-43 m De brief is een zakelijk verzoek van J. Smeerdijk aan een (niet nader genoemde) autoriteit om de beschikking te krijgen over een loods op "Pier E". De schrijver merkt op dat deze loods voorheen door iemand genaamd Douw werd gebruikt.
De ambtelijke notities zijn cruciaal voor het begrip van de tekst. De potloodnotitie in de kantlijn legt een direct verband tussen het vrijkomen van bedrijfsruimte en de deportatie van Joodse handelaren: er wordt gesproken over "opgepakte grossiers" en specifiek de naam "Godard" genoemd. De rode inkt onderaan verwijst naar de "Treuhanders". Dit waren door de Duitse bezetter aangestelde beheerders die toezagen op de liquidatie of 'arisering' van Joodse bedrijven. De bureaucratische afhandeling (bespreking met de bedrijfschef, controle door de haveninspectie) laat zien hoe de onteigening van Joods bezit in de praktijk werd uitgevoerd. Dit document is een treffend en pijnlijk voorbeeld van de dagelijkse gang van zaken tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (juli 1943). Terwijl Joodse ondernemers van de Centrale Markt in Amsterdam werden weggevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen, ontstond er een run op hun achtergelaten bezittingen en faciliteiten.
Andere handelaren maakten van de gelegenheid gebruik om hun eigen positie te verbeteren door vrijgekomen pakhuizen en loodsen op te eisen. De term "Treuhander" in de kantlijn bevestigt dat dit proces volledig onder controle stond van de nazi-economische politiek. Het document illustreert de morele complexiteit van die tijd, waarbij economisch opportunisme hand in hand ging met de bureaucratische afwikkeling van de Holocaust. J. Smeerdijk