Archiefdocument
Origineel
11 februari 1943. C o n c e p t . [rechterbovenhoek: SV]
Amsterdam, 11 Februari 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Verhuring kantoren in de hal op de Centrale Markt.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 1 dezer om advies ontvangen stuk No. 140 L.M. 1942 heb ik de eer U het volgende te berichten:
Het Gemeente-archief verkreeg aanvankelijk (in 1940) de beschikking over vijf lokaliteiten gelegen op de tweede verdieping van de hal der Centrale Markt. De ingebruikgeving geschiedde ingevolge Besluit B. & W. gratis en overigens onder de conditie, dat indien zich de mogelijkheid van verhuren dezer lokaliteiten voor marktdoeleinden mocht voordoen, dezer daarvoor zullen moeten worden ontruimd.
Daar inmiddels inderdaad vraag ontstond naar gelegenheid tot het huren van kantoorruimt voor doeleinden, met de markt verband houdende, moeten successievelijk de in gebruik gegeven kantoorruimten worden ontruimd. De Universiteits-bibliotheek welke onder dezelfde voorwaarde, als het Gemeente-archief ruimte in gebruik had, heeft haar boekwerken elders ondergebracht. Het Gemeente-archief heeft in plaats van de 5 kantoorruimten op de 2e verdieping, 4 ruimten op de hoogste verdieping Oostzijde hal gekregen.
Door het vertrek der Joodsche sigarenmakers zijn inmiddels op de hoogste verdieping Westzijde hal lokaliteiten vrij gekomen, waarvan laatstelijk 5 stuks verhuurd zijn aan Sociale Zaken. Aldaar kunnen thans nog 4 lokaliteiten worden vrijgemaakt, zoodat aan het verzoek van den Gemeente-Archivaris, die de situatie der plaatsen persoonlijk in oogenschouw heeft genomen tot beschikbaar stelling van in totaal 8 lokaliteiten kan worden voldaan.
Nu door Sociale Zaken voor het gebruik der lokaliteiten aan hun wordt betaald af. f 12,50 per maand bestaat er mijnsinziens aanleiding het Gemeente-archief eenzelfde bedrag in rekening te brengen. De ingebruikgeving zou ik ook overigens onder dezelfde condities willen doen geschieden als laats- [einde pagina] Dit document betreft een ambtelijk advies over de herindeling en verhuring van kantoorruimtes in de Centrale Markthal te Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Ruimtegebrek en Herhuisvesting: Het Gemeente-archief en de Universiteitsbibliotheek maakten sinds 1940 gratis gebruik van ruimtes op de tweede verdieping, op voorwaarde dat zij plaats zouden maken voor marktgerelateerde huurders. Door toenemende vraag moeten zij nu verhuizen naar de hoogste verdieping.
- De "Vrijgekomen" Ruimtes: De brief meldt dat er op de bovenste verdieping (Westzijde) ruimte is vrijgekomen door het "vertrek der Joodsche sigarenmakers". Een deel hiervan is al verhuurd aan de afdeling Sociale Zaken, en de rest zal aan het Gemeente-archief worden toegewezen om aan hun behoefte van 8 kamers te voldoen.
- Financiële transitie: Waar het gebruik voorheen gratis was, stelt de schrijver voor om het Archief nu huur te laten betalen (f 12,50 per maand), gelijk aan het tarief dat Sociale Zaken betaalt. Dit document is een indringend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Terwijl de tekst op het eerste gezicht een droge, bureaucratische exercitie lijkt over vierkante meters en huurprijzen, onthult de vierde paragraaf de gruwelijke realiteit van die tijd.
Het "vertrek der Joodsche sigarenmakers" in februari 1943 was geen vrijwillige verhuizing of bedrijfsbeëindiging, maar het directe gevolg van de Holocaust. In deze periode vonden de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in Polen plaats. De Joodse sigarenindustrie in Amsterdam werd systematisch geliquideerd.
Het feit dat de Amsterdamse ambtenarij deze vrijgekomen ruimtes direct herverdeelde onder andere gemeentelijke instanties, zonder enige morele kanttekening in dit document, illustreert hoe de onteigening en uitsluiting van Joden volledig was geïntegreerd in de dagelijkse administratieve gang van zaken van de stad. Het Gemeente-archief, dat ironisch genoeg de geschiedenis van de stad bewaart, nam hier letterlijk de fysieke plaats in van de weggevoerde medeburgers.