Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. Mr de Bussy
deelt desgevraagd
mede dat de
doopsgezinde gemeente
inmiddels - wijl op
haar schrijven van
23 Maart jl geen
antwoord kwam -
elders geschikte
gelegenheid voor berging
van haar archieven
heeft gezocht en
gevonden. 31-5-'40
[onleesbare paraaf] De tekst is een korte administratieve aantekening waarin wordt vastgelegd dat de Doopsgezinde gemeente (waarschijnlijk die van Amsterdam of een andere grote stad) haar verzoek tot archiefberging intrekt. De reden hiervoor is dat zij, na een uitblijvende reactie op een brief van 23 maart, zelf een andere veilige locatie hebben gevonden voor hun historische documenten. De notitie dient als bewijs voor de afhandeling van een dossier bij een archiefinstelling. De datum van de notitie, 31 mei 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment net twee weken gecapituleerd na de Duitse inval op 10 mei 1940. De chaos van de oorlogsdagen verklaart direct waarom de brief van 23 maart onbeantwoord bleef: de overheid en archiefinstellingen waren volledig ontregeld door de mobilisatie en de daaropvolgende invasie. Veel kerken en maatschappelijke organisaties probeerden in deze periode hun kostbare archieven veilig te stellen tegen bombardementen en plundering. "Mr. de Bussy" verwijst waarschijnlijk naar Jan de Bussy, een bekende telg uit de Amsterdamse patriciërsfamilie die nauw betrokken was bij culturele en archivistische zaken.
Samenvatting
De tekst is een korte administratieve aantekening waarin wordt vastgelegd dat de Doopsgezinde gemeente (waarschijnlijk die van Amsterdam of een andere grote stad) haar verzoek tot archiefberging intrekt. De reden hiervoor is dat zij, na een uitblijvende reactie op een brief van 23 maart, zelf een andere veilige locatie hebben gevonden voor hun historische documenten. De notitie dient als bewijs voor de afhandeling van een dossier bij een archiefinstelling.
Historische Context
De datum van de notitie, 31 mei 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment net twee weken gecapituleerd na de Duitse inval op 10 mei 1940. De chaos van de oorlogsdagen verklaart direct waarom de brief van 23 maart onbeantwoord bleef: de overheid en archiefinstellingen waren volledig ontregeld door de mobilisatie en de daaropvolgende invasie. Veel kerken en maatschappelijke organisaties probeerden in deze periode hun kostbare archieven veilig te stellen tegen bombardementen en plundering. "Mr. de Bussy" verwijst waarschijnlijk naar Jan de Bussy, een bekende telg uit de Amsterdamse patriciërsfamilie die nauw betrokken was bij culturele en archivistische zaken.