Handgeschreven brief (klachtbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (klachtbrief). 30 november 1943. Mevr. Th. G. Brons Gerber (Hoofdweg 45 I, Amsterdam). Den Heer Directeur van Marktwezen. [Linksboven, stempel en pen:]
No. 76/25/1 M. 1943 7/12
[Rechtsboven:]
595
Amsterdam, 30 November '43.
[Midden:]
Den Heer Directeur van Marktwezen.
[Inhoud:]
Ondergeteekende Mevr. Th. G. Brons Gerber wonende Hoofdweg 45 I meent goed te doen het onderstaande onder uwe aandacht te brengen opdat mogelijk een einde wordt gemaakt aan de naar haar inziens onbillijke loting bij de vischuitreiking in de Jan Evertsenstraat, zooals deze uitsluitend wordt geregeld door één der marktmeesters.
In het algemeen is de regeling voortreffelijk, zoowel wat loting als de orde betreft. Er is werkelijk radicaal een einde gemaakt aan het urenlang onnoodig wachten. Het publiek is hiermede ten zeerste gebaat en heb ik alle lof voor het meeste personeel van uw dienst.
Helaas is er tegenwoordig één marktmeester, die van de gebruikelijke regeling afwijkt en er een eigen methode van regelen op na houdt, zooals ook l.l. Zaterdag. Bij hem is er dan ook geen loting, doch het kiezen van één voorkeursgroep, waardoor er thans al weer een begin is gemaakt met het vormen van een lang wachtende rij.
De overige marktmeesters kiezen uit iedere groep één persoon en laat ieder trekken. Deze loting bepaalt de volgorde der groep en is alles volkomen eerlijk. Lang wachten heeft dus geen zin. Bedoelde marktmeester doet het anders, hij maakt vier lootjes en laat er één trekken. Deze ploeg wordt dan eerste, de overige ploegen blijven staan. Dit is onbillijk, immers ploeg één kan bij een gunstige loting één worden, doch bij een ongunstige loting is zij...
[Rechtsonder, paraaf:]
Pb In deze brief beklaagt mevrouw Brons Gerber zich over de werkwijze van één specifieke marktmeester bij de visuitreiking in de Jan Evertsenstraat te Amsterdam. De kern van de klacht is dat deze ambtenaar afwijkt van de standaardprocedure. Waar de reguliere methode (waarbij uit elke groep één persoon loot om de volgorde te bepalen) als eerlijk wordt ervaren en lange rijen voorkomt, hanteert deze marktmeester een systeem met "voorkeursgroepen". Dit leidt volgens de schrijfster tot "onbillijkheid" en zorgt ervoor dat mensen weer urenlang in de rij moeten staan.
De toon van de brief is formeel en beleefd. De schrijfster benadrukt dat zij over het algemeen zeer tevreden is over de regeling en het personeel, wat haar specifieke klacht over de ene afwijkende marktmeester kracht bijzet. De brief dateert van 30 november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote schaarste en waren primaire levensbehoeften, zoals vis, op de bon of werden centraal gedistribueerd.
Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezag op de ordentelijke verloop van de handel en distributie op straat. Vanwege de voedselschaarste waren de rijen bij distributiepunten vaak enorm. Om chaos en "voordringen" te voorkomen, werd er gewerkt met een lotingsysteem. Eerlijkheid in dit systeem was voor de bevolking van cruciaal belang; elke afwijking daarvan door een ambtenaar werd gezien als een ernstige onrechtvaardigheid in een tijd waarin iedereen kampte met honger en kou. De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke verkeers- en winkelader waar dergelijke uitreikingen plaatsvonden. G. Brons Marktwezen