Ambtsbericht/Rapport van marktambtenaren.
Origineel
Ambtsbericht/Rapport van marktambtenaren. 11 november 1944. Daar de prijs boven den vastgestelden prijs
was, hebben wij de bloemkool laten verkoopen
tegen den prijs van 4 stuks voor één gulden.
Geusjes verklaarde ons nog, dat hij f 500 on-
kosten had. (sleep Zaandam – Amsterdam
f 150,= en huur dekschuit f 350,=)
Wij rapporteurs hadden eerst het plan de
schuit naar de Centrale Markt over te brengen,
doch aangezien de vijandelijke houding
van het aldaar wachtende publiek (circa
eenige honderden personen) hebben wij daar-
van afgezien.
De partij was groot, 31877 stuks.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 11
November 1944.
De Ambtenaren voornoemd,
[Signatuur: J.Ph. Lubbe]
[Signatuur: E.A. Enger]
Aan den Heer Inspecteur van het Marktwezen,
Alhier
[Aantekeningen in de marge/onderaan:]
Gezien 17-11-44 de Heer [onleesbaar, mogelijk Dekker]
Ter kennis CCD [?] brengen
22/91/a Dit document is een zakelijk verslag van twee ambtenaren die toezicht hielden op de voedseldistributie in Amsterdam. De kern van het rapport is een rechtvaardiging voor twee zaken:
1. Prijsafwijking: De bloemkool werd verkocht voor een prijs die hoger lag dan de officieel vastgestelde maximumprijs (4 stuks voor een gulden). Dit wordt onderbouwd door de hoge onkosten van de leverancier (f 500,- voor sleepdiensten en huur van een dekschuit vanuit Zaandam).
2. Logistieke wijziging: De ambtenaren besloten de partij van ruim 31.000 bloemkolen niet naar de Centrale Markt te brengen. De reden hiervoor was de "vijandelijke houding" van de honderden wachtende mensen. Dit duidt op een zeer gespannen sfeer waarbij men vreesde voor opstootjes of plunderingen als de schuit zou aanmeren.
Het document bevat diverse stempels en handgeschreven notities die wijzen op administratieve afhandeling door de inspectie en mogelijk de CCD (Crisis Controle Dienst). De datum van het document, 11 november 1944, plaatst dit verslag midden in de Hongerwinter in het bezette West-Nederland. Na de spoorwegstaking van september 1944 werd de voedselvoorziening in de steden kritiek.
* Voedselschaarste: De enorme hoeveelheid van bijna 32.000 bloemkolen was een kostbare lading. Dat mensen "vijandelijk" reageerden, is tekenend voor de wanhoop en honger van de Amsterdamse bevolking in die tijd. Grote voedseltransporten werden vaak met argwaan bekeken of direct belegerd door hongerende burgers.
* Economische Controle: Ondanks de oorlogssituatie probeerde het Nederlandse ambtelijke apparaat (onder Duits toezicht) de prijsbeheersing strikt te handhaven om zwarte handel tegen te gaan. De "vastgestelde prijs" waarover gesproken wordt, was onderdeel van dit systeem.
* Transport: Vervoer over water (met dekschuiten vanuit de regio Zaandam) was een van de weinige resterende manieren om Amsterdam nog te bevoorraden, aangezien het treinverkeer platlag en brandstof voor vrachtwagens nagenoeg ontbrak. De genoemde kosten van f 500,- waren voor die tijd aanzienlijk.