Handgeschreven rapport van de gemeentelijke dienst.
Origineel
Handgeschreven rapport van de gemeentelijke dienst. Dienst van het Marktwezen
alhier
Nº 28/91/1 M.1944 21/11
[Marginale aantekening links boven:]
Inschrijving
Dir.
Rapport
Ondergetekenden J. H. de Grebber
en Th. A. Angelen beiden ambtenaar
van het Marktwezen, rapporteren U het
navolgende:
Op Zaterdag, 11 November 1944 trof-
fen wij in de 2e Kostverlorenkade ter hoog-
te van de Haarlemmerboot alhier een
schuit geladen met bloemkool aan.
Deze bloemkolen werden aan het publiek
verkocht tegen den prijs van 3 stuks voor
één gulden. De eigenaar, Jan Gruijjes,
wonende te Zaandam toonde ons een
verklaring afgegeven door het Plaatselijk
Verdeelkantoor Zaandam, Westzijde 122a,
inhoudende:
„ Deze partij bloemkool werd door ons
wegens groote aanvoer alhier vrijge-
geven en verkocht aan genoemde Heer
Gruijjes voor verkoop in Amsterdam.” Dit document is een ambtelijk verslag betreffende de controle op de voedselverkoop in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Handhaving: Ambtenaren van het Marktwezen controleerden of de verkoop van schaarse goederen (bloemkool) ordentelijk en volgens de regels verliep.
- Prijsstelling: De genoemde prijs van "3 stuks voor één gulden" is historisch interessant. Hoewel dit voor die tijd een aanzienlijk bedrag was, lagen de prijzen op de echte zwarte markt vaak nog vele malen hoger.
- Legitimiteit: De schipper (Jan Gruijjes) kon aantonen dat hij toestemming had van het Verdeelkantoor in Zaandam. Het feit dat er in Zaandam een "groote aanvoer" was die in Amsterdam mocht worden verkocht, duidt op een poging om de nijpende tekorten in de grote stad te verlichten via officiële kanalen.
- Logistiek: De aanvoer per schuit via de Kostverlorenkade was een gebruikelijke route voor groenten afkomstig uit de regio's ten noorden van Amsterdam (zoals de Zaanstreek of West-Friesland). Het document dateert van november 1944, een cruciale en tragische periode in de Nederlandse geschiedenis: het begin van de Hongerwinter. Na de geallieerde opmars in het zuiden en de daaropvolgende spoorwegstaking, raakte West-Nederland door de Duitse bezetter geïsoleerd van voedsel- en brandstofaanvoer.
De voedselvoorziening in steden als Amsterdam was op dit moment kritiek. De distributie was streng gereguleerd via bonkaarten en centrale keukens. Dat een schuit bloemkool "vrijgegeven" werd voor de verkoop aan het publiek, was een uitzondering die waarschijnlijk tot grote drukte en rijen heeft geleid. De bureaucratische afhandeling (het controleren van de verklaring van het Verdeelkantoor) laat zien dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de bezetting en de crisis, nog steeds probeerde de markt te reguleren om woekerprijzen en chaos te voorkomen. J.H. de Grebber (ambtenaar) Th. A. Angelen (ambtenaar) Jan Gruijjes (eigenaar schuit). Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een ambtelijk verslag betreffende de controle op de voedselverkoop in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Handhaving: Ambtenaren van het Marktwezen controleerden of de verkoop van schaarse goederen (bloemkool) ordentelijk en volgens de regels verliep.
- Prijsstelling: De genoemde prijs van "3 stuks voor één gulden" is historisch interessant. Hoewel dit voor die tijd een aanzienlijk bedrag was, lagen de prijzen op de echte zwarte markt vaak nog vele malen hoger.
- Legitimiteit: De schipper (Jan Gruijjes) kon aantonen dat hij toestemming had van het Verdeelkantoor in Zaandam. Het feit dat er in Zaandam een "groote aanvoer" was die in Amsterdam mocht worden verkocht, duidt op een poging om de nijpende tekorten in de grote stad te verlichten via officiële kanalen.
- Logistiek: De aanvoer per schuit via de Kostverlorenkade was een gebruikelijke route voor groenten afkomstig uit de regio's ten noorden van Amsterdam (zoals de Zaanstreek of West-Friesland).
Historische Context
Het document dateert van november 1944, een cruciale en tragische periode in de Nederlandse geschiedenis: het begin van de Hongerwinter. Na de geallieerde opmars in het zuiden en de daaropvolgende spoorwegstaking, raakte West-Nederland door de Duitse bezetter geïsoleerd van voedsel- en brandstofaanvoer.
De voedselvoorziening in steden als Amsterdam was op dit moment kritiek. De distributie was streng gereguleerd via bonkaarten en centrale keukens. Dat een schuit bloemkool "vrijgegeven" werd voor de verkoop aan het publiek, was een uitzondering die waarschijnlijk tot grote drukte en rijen heeft geleid. De bureaucratische afhandeling (het controleren van de verklaring van het Verdeelkantoor) laat zien dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de bezetting en de crisis, nog steeds probeerde de markt te reguleren om woekerprijzen en chaos te voorkomen.