Ambtsverslag / Verklaring
Origineel
Ambtsverslag / Verklaring 20 november 1944 " Sedert ik in opdracht van de Prysbeheersing myn zaak heb moeten
sluiten had ik myn pakhuis 3e. H.de Grootstraat 2 en myn paarden en
wagens niet meer voor myn zaak noodig. Ik heb myn pakhuis, twee paarden
en twee wagens verhuurd aan J.J. Spruit voor een bedrag van F.75.--
per week. Voor deze transactie is zyn schoonvader K.de Leeuw borg.
Sinds myn zaak gesloten is oefen ik geen enkel bedryf meer uit doch
onderhoud myn gezin van de huur, die ik wekelyks van Spruit ontvang.
Wat betreft de opslag van appelen in het pakhuis 3e. H.de Grootstraat
kan ik U mededeelen, dat ik hiermede niets te maken heb."
Voorzoover wy rapporteurs hebben kunnen nagaan is er van bovengenoemde
party appelen aan particulieren of aan den kleinhandel niets afgele-
verd.
Amsterdam, 20 November 1944
De ambtenaren b.h. Marktwezen,
J.P.H. Boon
J.H. de Grebber
C.Veerman.
Den Heer Directeur
van het Marktwezen. * Inhoud: Het document bevat een verklaring van een ondernemer (wiens naam niet expliciet in de tekst wordt genoemd, maar wiens woorden worden geciteerd) die zijn bedrijf moest sluiten door ingrijpen van de Prijsbeheersing. Hij verklaart zijn pakhuis en vervoersmiddelen te hebben verhuurd aan een zekere J.J. Spruit voor 75 gulden per week om in zijn levensonderhoud te voorzien.
* Kernpunt: De verklaring dient om aan te tonen dat de oorspronkelijke eigenaar niet verantwoordelijk is voor de voorraad appelen die in het pakhuis ligt opgeslagen.
* Bevinding: De controlerende ambtenaren van het Marktwezen bevestigen dat er geen aanwijzingen zijn dat deze appelen illegaal (buiten de officiële distributie om) zijn verkocht aan particulieren of de detailhandel.
* Taalgebruik: Typerend voor de tijd en ambtelijke correspondentie, met spellingen zoals "pakhuis", "prysbeheersing", "myn" en "mededeelen". Dit document stamt uit november 1944, een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Dit was het begin van de Hongerwinter. Voedselvoorraden stonden onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse crisisorganen zoals de Prijsbeheersing en het Marktwezen.
De handel in schaarse goederen zoals appelen was strikt gereguleerd om de zwarte markt tegen te gaan. Dat ambtenaren een onderzoek instelden naar een "partij appelen" in een pakhuis aan de 3e Hugo de Grootstraat, wijst op de angst voor illegale opslag of handel. De eigenaar van het pakhuis probeert zichzelf hier vrij te pleiten door aan te tonen dat hij slechts de verhuurder is en geen zeggenschap heeft over de opgeslagen goederen. De genoemde huurprijs van 75 gulden per week was voor die tijd aanzienlijk, wat de schaarste aan transportmiddelen (paarden en wagens) in de laatste oorlogsmaanden onderstreept.