Officieel rapport (typoscript).
Origineel
Officieel rapport (typoscript). 1944 (stempel: M. 1944, handgeschreven datum 21/11). Dienst van het Marktwezen te Amsterdam.
No 28/91/2
M. 1944
21/11
R A P P O R T .
===========
In opdracht van den Heer Directeur, is door ons ondergeteekenden, een onderzoek ingesteld, betreffende een mededeeling, dat in perceel 3e Hugo de Grootstraat 2, een partij appelen waren opgeslagen, hoogstwaarschijnlijk bestemd voor de clandestiene handel, gezien daar eenige personen o.a. Jagtman en K de Leeuw waren gesignaleerd.
Uit het onderzoek is ons het navolgende gebleken:
In perceel 3e Hugo de Grootstraat 2 troffen wij een partij appelen, ongeveer 20 ton. Deze appelen waren, zooals ons werd medegedeeld, van den gross ier in fruit, genaamd van der Berg uit Beverwijk, commissionair D. Opgelder. Deze appelen zouden worden opgeslagen Bij Deelsma op de Brouwersgracht alhier. Gezien er bij Deelsma geen ruimte voor deze opslag was, heeft Opgelder zich in verbinding gesteld met de huurders van het pakhuis 3e Hugo de Grootstraat 2, genaamd j.j. Spuit en K. de Leeuw. De appelen waren bestemd voor de Duitsche Weermacht. Toen de appelen werden gelost, zijn er ambtenaren van verschillende takken van dienst bij geweesst, o.a. Economischen Dienst, Water Politie, S.D. en C.C.D. (Technische controle.
De appelen zijn door de ambtenaren van den Economischen Dienst inbeslag genomen en na onderzoek weer vrij gegeven. Daarna is deze zaak verder gecontroleerd door de ambtenaren van de C.C.D. en ons rapporteurs.
Er zijn inderdaad appelen afgeleverd aan Duitsche instellingen en aan den Landwacht. De Heer Kalker van de C.C.D. heeft eenige papier en gecontroleerd, waaruit is gebleken, dat er inderdaad aan voornoemde instellingen waren geleverd, doch dit was volgens hem ongeveer 1400 Kilogram. De restant is ook volgens mededeeling aan voornoemde instellingen geleverd, doch de papieren zijn zoek geraakt, dit, volgens mededeeling van D. Opgelder. Deze papieren zouden voor nader onderzoek by diverse diensten hebben gerouleerd, doch zyn spoorloos verdwenen.
Verder zy nog vermeld, dat er van de 20 ton appelen wegens te lang bewaren circa 11 ton zyn verrot en dus voor de consumptie ongeschikt. Tegen Opgelder is door den Heer Kalker, ambtenaar van de C.C.D. Afd Technische Controle, proces verbaal opgemaakt wegens het moedwillig laten bederven van fruit.
Daarna hebben wy onderzocht in hoeverre Jagtman in deze zaak betrokken was. Ten eerste hoorden wy den ons bekenden expediteur Karel de Leeuw. Deze verklaarde ons als volgt: "Sedert eenige jaren ben ik als expediteur op de Centrale Markt werkzaam. Voor verschillende winkeliers bezorg ik hun groente en fruit van de Centrale Markt naar hun zaak, hieronder ook begrepen Jagtman. Toen Jagtman in opdracht van de Prysbeheersing zyn zaak moest sluiten was hy eigenaar van twee paarden en twee wagens en had hy perceel 3e. H. de Grootstraat 2 als pakhuis en stalling in huur. Na de sluiting van zyn zaak heeft hy pakhuis, paarden en wagens verhuurd aan myn schoonzoon genaamd J.J. Spruit, wonende van Oldenbarneveldstraat 101 I alhier, voor een bedrag van F. 75.--- per week. Voor deze transactie ben ik borg. Wat betreft de opslag van appelen in perceel 3e. H. de Grootstraat 2 heeft Opgelder dit met myn schoonzoon geregeld, daar hy de appelen niet by Deelsma kon onderbrengen. Deze appelen waren volgens de verklaring van Opgelder bestemd voor de Duitsche Weermacht. Verder kan ik U niets verklaren"
Daarna hoorden wy den ons bekenden kleinhandelaar in groente en fruit genaamd Johannes Jagtman, geb. Haarlem 8.8.1886 en wonende Beethovenstraat 16 III alhier. Hy verklaarde ons het volgende
" Sedert * Toestand van de voedselvoorziening: Het document illustreert de bureaucratische chaos en de schaarste in 1944. Van een partij van 20.000 kg appelen is meer dan de helft (11.000 kg) verrot door vertragingen en slechte opslag, terwijl de bevolking honger leed.
* Betrokken instanties: De aanwezigheid van de S.D. (Sicherheitsdienst), Waterpolitie en de C.C.D. (Centrale Controle Dienst) bij het lossen van een partij appels toont aan hoe zwaar de distributie van voedsel werd bewaakt en gecontroleerd door zowel de bezetter als de Nederlandse autoriteiten.
* Verdenking: Er is een spanningsveld tussen "clandestiene handel" en levering aan de "Duitsche Weermacht". Het zoekraken van papieren over het restant van de partij suggereert ofwel corruptie, ofwel een poging om voorraden buiten het zicht van de controleurs te houden.
* Juridische aspecten: Het opmaken van een proces-verbaal voor het "moedwillig laten bederven van fruit" was een zwaar delict in oorlogstijd (economische sabotage). Dit rapport is opgesteld in november 1944, het begin van de Hongerwinter in West-Nederland. Amsterdam was op dat moment grotendeels afgesloten van voedselaanvoer uit het oosten en noorden. De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam bij de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de legale distributie, maar ook in de zwarte handel. De 3e Hugo de Grootstraat ligt in de directe nabijheid van de toenmalige markthallen, wat de locatie van het pakhuis verklaart. De genoemde "Landwacht" was een paramilitair korps van de NSB, wat de politieke gevoeligheid van de voedselleveranties in dit rapport onderstreept.